De vaste route van Raja Felgata

De route van mediavrouw Raja Felgata begint nogal brisant. En dat past helemaal bij haar temperament en strijdlust. We staan voor haar geboortehuis in de Kinkerbuurt, Borgerstraat 207, en kijken naar de derde verdieping, die in 1980 in lichterlaaie stond. “Vuur is naar, maar staat voor een nieuw begin.”

Veel herinneringen heeft Raja Felgata niet meer aan de tweekamerwoning in de Borgerstraat waar zij samen met haar ouders en twee jaar jongere zusje woonde. Behalve één. “Het was een doordeweekse dag. Mijn moeder stond in de keuken en mijn zusje en ik wilden televisiekijken. Ik drukte het tv-knopje in en dat floepte eruit. Er klonk een sissend geluid en binnen mum van tijd sloegen de vlammen uit de televisie de woonkamer in. Kortsluiting! Mijn moeder griste een tasje met alle papieren en paspoorten van een plank en trok ons mee de trappen af. Ik zie ons hier nog staan op de stoep. Naast de buren, turend naar de uitslaande vlammen.”
Het was het eerste huis van haar ouders. Haar vader was in 1969 naar Nederland gekomen vanuit de Marokkaanse kuststad Essaouiraom bij de Melkunie te werken, haar moeder volgde een paar jaar later.Na de brand woonde het gezin wekenlang op een opvangplek, tot ze een nieuwe woning kregen aan de Admiraal de Ruijterweg. “De Kinkerbuurt was een arbeidersbuurt met krappe huizen. De Baarsjes was een heel andere wereld. Ruimer, groener. Ik ben weliswaar het meisje dat haar huis heeft afgebrand, maar we kregen er iets mooiers voor terug.”
Langs het water van de Kostverlorenvaart passeren we de Westermoskee op het Piri Reisplein, die in 2016 openging na een lange strijd tussen het stadsdeel en het moskeebestuur. Raja is gelovig opgevoed, maar niet superstrikt. “De focus lag op school, studie en een bijdrage leveren aan de samenleving. Mijn moeder was mijn grote voorbeeld. Ik las haar boeken van Arabische feministes als Fatima Mernissi en Nawal el Saadawi, ook al vond ze dat ik er eigenlijk nog te jong voor was. Het maakte me bewust van sociale rechtvaardigheid. Ik behoor tot de generatie vrouwen die moest laveren tussen hoge maatschappelijke verwachtingen, carrière maken en traditionele normen en waarden. Mijn vader kon streng zijn, maar was ook rechtvaardig. Ik wilde journalistiek studeren. Hij begreep niet helemaal waarom, maar na veel gesprekken was hij om.”

 

De Krommerdt

We naderen Raja’s oude buurt. De Admiraal de Ruijterweg is een van de langste straten van Amsterdam, die loopt van de Kostverlorenvaart naar de Haarlemmerweg en in 1908 werd aangelegd langs de tramlijn Amsterdam-Haarlem-Zandvoort. Forenzen uit Sloten pendelden zo heen en weer. “Kijk, naast die grote dennenboom, dat monumentale herenhuis op de hoek: dat zijn wij. Op 95, de derde verdieping. Ons kasteeltje van 180 m2 met vijf balkons en zes slaapkamers, en een tuin net zo groot als het parkje aan de overkant. Onder ons woonden twee ongetrouwde zussen, mevrouw Klein, de weduwe van een kunstenaar en – op de begane grond – een juwelier, meneer Groen.”

Raja straalt als ze het pand De Krommerdt weer in zich opneemt. “Ik rende meteen naar het balkon toen we de sleutel kregen, om het stadse gewoel onder me te bekijken. Het uitzicht was fantastisch. Alles kwam hier samen. De trams en de bussen vanuit Sloterdijk en al die verschillende typen Amsterdammers: Marokkaans, Turks, Surinaams, Nederlands. Alles beweegt hier. In West is mijn inclusieve wereldbeeld gevormd. Gelijkwaardigheid, iedereen doet mee.”
Ze wil de gemeenschappelijke tuin nog eens zien. Als we door het hek naar de deur lopen, ziet ze meteen dat op de meeste naambordjes expatnamen staan. Een jogger maakt aanstalten om naar binnen te gaan. Ze spreekt hem aan: “Hi, I used to live here, 25 years”. Hij blijkt uit New York te komen en woont op dezelfde verdieping als Raja vroeger. Het zijn luxeappartementen nu, vertelt hij. “You are a lucky man”, lacht ze. “Toen was het allemaal nog te betalen. Mijn ouders werkten allebei. Nu zal de huur torenhoog zijn.” Ze betreurt de gentrificatie. “Ik vraag me af wat er overblijft van het authentieke karakter van een buurt als alles hipper en duurder wordt.”

 

DNA

Ze was een eigenwijs meisje met een grote mond, zegt ze zelf. Dat begon al op de Admiraal de Ruyterschool in de Bestevâerstraat, waar ze haar eigen plek moest veroveren. Haar moeder droeg geen hoofddoek, dat vonden de andere kinderen vreemd, want hun moeders wel.“Maar ik was niet bang om anders te zijn en het gesprek daarover aan te gaan. Mijn moeder was stellig, maar niet minder islamitisch en dat gold ook voor haar kinderen. In deze buurt is mijn strijdlust geboren. Ik vocht met jongens die mijn vriendinnen pestten.”
Haar strijdlust groeide toen ze in 1995 naar de School voor Journalistiek in Utrecht ging, een wit bolwerk, waar ze de uitzondering op de regel was. “Ik leerde er kritisch te zijn en me te bewijzen. Wie anders is, moet altijd harder werken. Het was een heftige tijd. Zeker na 9/11 en de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn broeide het in de media. Op de redacties was ik vaak de enige gekleurde vrouw. Ik wilde de wereld mooier en kleurrijker maken en kon slecht tegen onrecht. Dus bleef ik me verzetten tegen vooroordelen.

Ze herinnert zich de problemen rond de jongeren van het Mercatorplein. “De zogenaamde brandhaard van West in de jaren negentig. Het waren de jongens uit mijn buurt. Ik wilde met ze praten om het beeld in de media te nuanceren. Ik was ook een van hen.” Raja werd in 2001 de eerste Marokkaanse nieuwslezeres van stadszender AT5. “Ik zag daar geen Marokkaans gezicht. Dus ik dacht: dan word ik dat. Makkelijk was anders. Maar ik hield vol. Ik deed het ergens voor. Voor die samenleving in het klein in West waarin ik ben opgegroeid. Mijn basis. Mijn DNA.”

 

Uitzicht

Ze ging niet mee met haar ouders toen die in 2005 verhuisden, eerst naar Purmerend en dan naar Hoofddorp. “Mij krijg je de stad niet uit. Ik ging wonen aan de Admiralengracht, driehoog, met een mooi uitzicht. Nummer 225, mijn allereerste huisje. Ik reisde elke dag naar Hilversum, waar ik voor Goedemorgen Nederland werkte en later voor de Wereldomroep en andere redacties.”

Journalist noemt ze zich niet meer, maar media-ondernemer. “Ik vind de journalistiek populistisch geworden, rechts en weinig genuanceerd. Wat levert de meeste clicks en views op? Welke extreme mening is relevant? Na vijftien jaar journalistiek ga ik liever mijn eigen gang. Ik maak elk jaar samen met mijn man Khalid Ouaziz De Kleurrijke Top 100 en heb met Fatimzahra Baba het FATIMA-platform opgezet in het kader van ‘50 Jaar Marokkaanse Migratie’, om vrouwen in onze gemeenschappen zichtbaarder te maken.”

Ze woont nu in Nieuw-West. “Weer een nieuwe wereld. Aan de Admiralengracht pakte ik de fiets en was ik in tien minuten in het Vondelpark. Nu pas in dertig. Maar we hebben wel een woning van 120 m2 met twee verdiepingen en kijken uit over heel Amsterdam.”

 

WIE RAJA FELGATA (Amsterdam, 1975)

IS hoofdredacteur van De Kleurrijke Top 100 en producent van platform FATIMA

SCHREEF I love Mo (verhalen van Marokkaanse vrouwen over Marokkaanse mannen)

WAS redacteur en presentator bij AT5 nieuws, Goedemorgen Nederland en de Wereldomroep

OPVALLEND Voor haar werk bij AT5 kreeg ze logopedie om de Amsterdamse ‘s’ af te leren. (Se siet de son nu niet meer in de see sakken.)

UITSPRAAK ‘Ik geloof in de kracht van De Vrouw’

 

KICKBOKSLES

“Samen met andere Marokkaanse meiden kreeg ik kickboksles in buurthuis Chassé in de Chasséstraat. Daar heb ik het fundament gelegd voor mijn weerbaarheid en fysieke kracht. Ik kon er stoom afblazen. Vechtsport zal altijd mijn oude liefde blijven en ik geloof ook dat het nu, net als toen, veel voor jonge meiden betekent.” Kickboksen voor meiden is er nog steeds in de Chasséstraat, nu in de Meidoornschool, op nummer 59.

 

Katja Kreukels

Juninummer 2020

Delen:

Buurten:
West
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000