De Vaste route van Paul Scheerder

Dertig jaar geleden begon Paul Scheerder met de opvang van dakloze jongeren in Noord. Inmiddels is het Leefkringhuis in Vogeldorp een organisatie met meerdere opvanghuizen en twee voedselbanken. Hij neemt ons mee door het dorpse buurtje, dat in de loop van de 20ste eeuw flinke slagen te verduren kreeg.


Hij zegt het en passant, al wandelend, bijna achteloos. "Op ons kantoor kom je soms vreselijke dingen tegen. Kerels die langskomen en zeggen dat het probleem met hun vrouw opgelost is. Dan maakt zo'n man een gebaar met de binnenkant van zijn vlakke hand langs zijn keel. In de afgelopen 30 jaar heb ik vijf keer meegemaakt dat een vent zijn vrouw had afgemaakt."
Paul Scheerder (69) is directeur van het Leefkringhuis in de Koekoeksstraat in de Vogelbuurt, Amsterdam-Noord. "De enige instelling in Nederland met een éénlokethulpverlening", beweert hij met grote stelligheid. "Of je kraan nu lekt, wordt mishandeld, een brief niet snapt, de huur niet kunt betalen of schulden hebt, bij ons kun je altijd direct terecht, zonder intakegesprekken. Dag en nacht staan mensen klaar om anderen te helpen. Ambulante hulp, soms 100 gevallen per week, opvang van kinderen, van moeders die slachtoffer zijn van geweld tot aan een voedselbank toe. En dat al ruim 30 jaar. We zijn natuurlijk niet God zelf, maar soms lijkt het er wel een beetje op." Pochen? Nee, staatssecretarissen, ministers en burgemeesters zijn langs geweest, Scheerder kan ze zo opbellen.
In de Koekoeksstraat huurt de organisatie ook enkele panden die voornamelijk bewoond worden door vrouwen die zijn mishandeld en hier een veilig onderkomen hebben. Even later lopen we de stomerij en kledingreparatie Andreas binnen, al twintig jaar gerund door de Turk Suat Arslanlar. Een bordje hangt boven de toonbank: "Omdat steeds meer mensen hun gestoomde of gerepareerde kleding niet komen ophalen, ben ik genoodzaakt vanaf nu vooraf af te rekenen." Hij kan op veel commentaar rekenen. "Vertrouw je me niet, of zo?" In zijn winkel is de laatste twee jaar vier keer ingebroken. "Namen de dieven 80% van alle kleding mee." Er staan hier 100 jaar oude naaimachines en antieke strijkbouten van mijn tantes, ouders en oma's. Ik zeg altijd dat ze helemaal niks waard zijn."

[tk] Eerste Wereldoorlog
De route van Paul Scheerder is begonnen op de Fazantenweg, waar het oog valt op een gedenksteen in de pui van nummer 14 (zie kader). Na een korte omzwerving belanden we via de Kievitstraat en de Kwartelstraat op het Zwanenplein. Een heel bijzondere plek, geeft Scheerder aan.
Het plein wordt gedomineerd door de Bethlehemkerk, Nederlands Hervormd, uit 1924 van architect Adriaan Moen (1879-1950). Je ziet er elementen van de Amsterdamse School in terug. De opdrachtgever was de Vereeniging voor Hervormde Wijkbelangen benoorden het IJ. Het gebouw staat al een tijdje leeg. "In mei van dit jaar hebben we er een heus symposium gehouden ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van het Leefkringhuis."
Scheerder wordt door vrijwel iedereen op straat begroet, alsof hij de burgemeester van de Vogelbuurt is. Misschien is hij dat ook wel enigszins. "Het is een dorpje hier, iedereen kent elkaar, gaat gemoedelijk met elkaar om. Er wonen veel allochtonen, maar het ze mengen goed met de oorspronkelijke bewoners. Geen spoortje van discriminatie. De een drinkt een pilsje buiten, de ander een kopje thee, ieder zijn meug."
Op het Zwanenplein wijst Scheerder graag op een aantal fraaie gevelstenen met, hoe kan het anders, zwanen. Het plein wordt verder gekenmerkt door teksten van de dichter David Ingwersen (1876-1948), broer van de architect Arnold Ing wersen (1882-1959), die hier een huizenblok ontwierp. Een gevelsteen verwijst naar de Eerste Wereldoorlog, de tijd waarin deze buurt werd gebouwd. "IJsbeer en luipaard en gallische haan, bonden den kampstrijd met d'adelaar aan, hoe bloedden kaken en klauwen! Holland toog rustig aan 't bouwen, wat vindt de vrede na vier jaar vol leed? D'adelaar stervend, dit bouwwerk gereed."

[tk] Gère Paulussen
Maar dat is nog lang niet alles, weet Scheerder. Bij het poortje naar de Putterstraat kijkt hij naar twee gevelstenen die verwijzen naar de schaarste aan en distributie van voedsel en materiaal tijdens WOI. "Dure tijden, iedren morgen nieuwe lasten, zwaarder zorgen." Nauwelijks nog leesbaar op de steen zijn de prijzen van brood, boter, kaas, melk en eieren. Ook hout, glas, verf, bakstenen, draadnagels en cement blijken bijna onbetaalbaar in die tijd.
Aan het eind van de Putterstraat lopen we de ingang van de speeltuin tegemoet: de Speelvogel. "Die speeltuinvereniging is eigenlijk altijd het belangrijkste element geweest in deze buurt, oorspronkelijk een wijk voor arbeiders uit de scheepsbouw, net als Oostzaan. Er was begin jaren tachtig van de vorige eeuw een politieman uit Maastricht, Gère Paulussen, die het opnam voor de verdrukte kinderen, van wie sommigen in een tentje in het Vliegenbos sliepen. Weggelopen van huis, eruit geschopt, veel ellende. Paulussen vond dat als de koningin naar Lech op wintersport ging, de kinderen uit deze buurt ook wel eens een verzetje mochten hebben. Hij wilde een tehuis voor hun bouwen in Oostenrijk, het Hollandheim. De financiën waren een probleem. "Ik werkte in die periode als chef-binnendienst bij Het Parool. Op een avond in café Hesp sprak ik Rob Wouters aan, een in 1989 overleden journalist van die krant. Hij schreef vervolgens een pagina over de problematiek. Er kwam een lawine aan geld binnen, vrachtwagens vol. Veronica ging met een artiestenelftal door het land om geld in te zamelen. Dat tehuis is er nog steeds, wel is het nu wat commerciëler geworden. Het Leefkringhuis draagt nog steeds de naam Gère Paulussen."

[tk] Optater
Net na de oprichting van het Hollandheim kreeg de Vogelbuurt in het midden van de jaren tachtig een optater. "Dertig jaar geleden waren in één klap door het sluiten van de werven tegen de 4500 arbeiders werkloos. Tegelijk werd de wijk gerenoveerd. Toen de mensen na zeven maanden konden terugkomen, was het merendeel verhuisd naar Lelystad, Almere en Purmerend. Daar hadden ze een nieuw huis met een behoorlijke tuin. De plekken hier werden vervolgens volgezet met allochtone gezinnen."
In de Sijsjesstraat struikelt Scheerder bijna over een betonnen verkeersheuvel. "Die zijn er door de bewoners gekomen. Ze vonden dat er veel te hard werd gereden in de buurt. De gemeente deed niks. Toen hebben enkele bewoners uit protest de straat een paar keer opgebroken. Mooie verkeersheuvels waren te duur, er zijn van die goedkope betonnen gekomen."
We eindigen bij de Ganzenweg, waar een eeuwenoude monumentale boom een hoekpleintje siert. Scheerder: "Hier resteren nog twee buurtwinkels; een bakkerij en een groentezaak. De rest is verdwenen. Aan de overkant is een grote supermarkt, die trekt alles weg. Je ziet ook aan twee andere aspecten dat er iets verandert in deze buurt. De huren zijn hier niet veel hoger dan ruim € 400,-. De woningcorporaties verkopen de vrijgekomen woningen voor anderhalve ton. Dan betaal je aan hypotheek met aftrek minder dan een huurder. Er komen yuppen de buurt in en groepen toeristen met voorop iemand met een vlaggetje. Ook deze buurt is ontdekt. Dat wil niet zeggen dat het Leefkringhuis overbodig is geworden. Integendeel. Mijn opvolgster Meredith Smit weet dat al te goed. Zij begint volgend jaar."


WIE PAUL SCHEERDER
(Amsterdam, 1946)
IS directeur Leefkringhuis Amsterdam-Noord (tot eind dit jaar)
HOOGTEPUNT was het opzetten van het Hollandheim in het Oostenrijkse Au als vakantiehuis voor verstoten kinderen
TROTS op het dertigjarig bestaan van het Leefkringhuis, "zenuwcentrum van de buurt".

Beeld: Zwanenplein, poort naar Putterstraat. Stadsarchief Amsterdam/Martin Alberts.

Delen:

Buurten:
Noord
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2015 67
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
Vanaf 2000