De vaste route van Natascha van Weezel

Natascha van Weezel (33) houdt van de bruisende stad. De restaurants en de cafés, de debatten. Net als haar vader, de journalist Max van Weezel. Hij overleed vorig voorjaar. De‘Koning van het uitgaansleven’ noemt ze hem. We treden in hun oude voetsporen van De Balie aan het Leidseplein naar het ouderlijk huis in de Rivierenbuurt.

Hier zaten ze vaak samen: op het terras van de Balie. Max nam een dubbele espresso en stak een sigaar op, Natascha bestelde een lungo en rookte een sigaretje. Een opmerkelijk duo. Een jonge, modieuze vrouw van 1.58 meter en haar lange, bebrilde vader in overhemd, met vermoedelijk pen en opschrijfboekje in zijn borstzakje. Altijd alert. “We gingen heel vaak samen naar Politieke Junkies, waar mijn vader als parlementair journalist te gast was. Dé maandelijkse ontmoetingsplek voor politici, journalisten en opiniemakers. Eerst dacht ik, dat is niks voor mij. Dat is mijn vaders wereld. Wat heb ik daar nou aan toe te voegen? Maar toen ik vaker meeging, ontdekte ik hoe leuk het was. Ik raakte steeds meer in politiek geïnteresseerd en bouwde mijn eigen kring op. Tegelijkertijd vormden we een soort gek duo dat dóórging tot na sluitingstijd. Het gebeurde weleens dat we samen dronken werden. Niet vaak hoor. Ik vond het gênant om dronken te worden waar hij bij was.”

Ook na zijn dood bleef Natascha in de Balie komen, maar ze mist haar uitgaansmaatje wel. Max van Weezel stierf in april 2019 op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van alvleesklierkanker na een ziekbed van ruim een jaar. Alhoewel, ziekbed. Tot een maand voor zijn dood presenteerde hij nog het radioprogramma Met het oog op morgen. “Zolang hij maar werkte, kon hij de gedachte aan de dood verdringen.” Hij was een enorme doorzetter. Van Max leerde ze discussiëren – en dat kon er fel aan toegaan. “Mijn vader was altijd erg links, maar schoof een klein beetje op naar rechts toen hij ouder werd. Net toen ik in een soort links-idealistische fase zat. Ik weet nog dat hij aan een krant vertelde dat hij, als hij door Amsterdam-West liep en hoofddoekjes zag, zich afvroeg wat ze van hem zouden vinden als ze wisten dat hij Joods was. Dat vond ik lastig. Ik ben van dialoog en verbinding. Hij vond dat hij álles moest kunnen zeggen. En ik vond van niet als dat tot discriminatie kon leiden.

 

Buitenbeentje

We verlaten het in haar ogen “zo onooglijke veel te toeristische” Leidseplein. In slow motion dan, want we stoppen alweer voor de poptempel Paradiso met aan de overkant het Barlaeus Gymnasium. Overal liggen herinneringen. “Toen ik een middelbare school moest uitkiezen was mijn vader nogal voor het Barlaeus. Lekker centraal en tegenover Paradiso. Hij hield heel erg van muziek en nam me van jongs af aan al mee naar concerten van de Spice Girls, de Backstreet Boys, Michael Jackson. En natuurlijk ook naar dit podium. Hij zei: ‘Paradiso is een van de leukste plekken van Amsterdam.’ Ik wilde naar het Vossius, vijf minuten lopen van huis. Spijt heb ik niet. Mijn beste vriendinnen komen er vandaan en ik heb er kritisch leren denken. Maar ik begrijp nu wel dat het Barlaeus beter bij me paste. Die school heeft toch het imago van vrij en creatief.”
Tropenjaren waren het wel op het gymnasium. Zo moeiteloos als ze nu het podium beklimt en zonder enige schroom de ene vrijheidslezing na de andere geeft, zo verlegen was ze als scholier en had ze faalangst. Ze werd gepest, bleef een jaar zitten en kreeg een eetstoornis. “Ik was een buitenbeentje. Ik hockeyde niet en droeg andere kleren.”

 

François

Ze groeide op met twee gedreven ouders. Hoe dat met haar faalangst te maken had, vindt ze moeilijk te zeggen. “Zij hebben me nooit het gevoel gegeven dat ik niet voldeed. Ik heb dat zelf ingevuld. Als je als kind net zo goed wil worden als je ouders en de lat ligt ergens in de hemel, dan is het nooit goed genoeg. Het Holocaust-verleden van mijn familie speelde ook een rol. Mijn oma van vaderskant leefde tot ik 23 was. Ze was erg getraumatiseerd en zei: ‘De wereld is niet veilig. Kijk uit. Gelukkig heb ik mijn kinderen en jou.’ Ik had het gevoel dat ik mijn familie gelukkig moest maken en het trauma moest wegnemen.”
Meestal gingen Natascha en Max na hun bezoek aan de Balie met de zilvergrijze Peugeot genaamd ‘François’ weer naar huis, maar soms liepen ze. Zeker als ze iets te veel gedronken hadden. “Het is een makkelijke route: een rechte lijn naar het Weteringcircuit en dan nog een rechte lijn richting de Amstelkade. Ongeveer een half uur lopen. Ik heb ook nog een tijdje hierachter gewoond. Ter hoogte van de nieuwe Weteringstraat. Dan liep mijn vader alleen verder. In 2015 ging ik hier samenwonen. Mijn vader had last van het legenestsyndroom. Ook al was hij dol op mijn ex. Ik was 28 toen ik het huis uitging, best laat. Ik woonde thuis op zolder, mocht alles en het scheelde in huur. Als beginnende freelancer had ik niet veel mogelijkheden. Daar bij die paarsige boom is het appartement waar ik drie jaar samenwoonde. Ik dacht dat het blijvend was, maar hij maakte het uit, drie weken na de diagnose van mijn vader. Ik moest meteen verhuizen. Mijn vader zei: “Nu weet ik zeker dat ik geen opa meer wordt of bij je huwelijk kan zijn. Het was een loodzware periode. Ik moest het leven opnieuw uitvinden.”


Karaoke

We steken het Weteringcircuit over en lopen Natascha’s nieuwe buurt de Pijp in, waar ze een huisje bewoont van 30 vierkante meter. Haar eerste eigen plek. Ze lacht. “Ik moest kiezen tussen een eettafel of een bureau. Het werd een bureau. Ik schrijf.” Natascha heeft veel met haar vader gedeeld, maar dat is niet altijd zo geweest, vertelt ze. De eerste elf jaar van haar leven waren zijn sterjaren bij Vrij Nederland en werkte hij wel honderd uur per week. “Dan zat hij bijna altijd in Den Haag of was aan het schrijven. Ik kreeg wel heel veel poppen. Ik kreeg altijd alles wat ik wilde. Maar wat ik toen het liefst wilde, was een normaal gezin, net als mijn vriendjes en vriendinnetjes. Ik herinner me dat ik voor school een gedichtje had geschreven dat in de schoolkrant kwam. Ik was een jaar of zeven. Ik begon voor mezelf te schrijven, in blocnotes waar ik op de voorkant: ‘Boek, strikt geheim’ schreef. Ik denk dat ik absoluut geen journalist wilde worden, omdat ik dat associeerde met hard werken, oppassen die voor je zorgden, altijd de tv aan met nieuws en overal kranten in huis.”
Vader en dochter groeiden pas echt naar elkaar toe tijdens een gemeenschappelijke reis van drie maanden door Australië aan het einde van Natascha’s middelbare school, die ze met moeite na zeven jaar had afgesloten. “Ik kreeg een terugval van mijn eetziekte en de dokter wilde niet dat ik alleen ging. Mijn vader zei: ‘Dan ga ik mee.’ Het was fantastisch. We hebben daar samen voor het eerst karaoke gezongen. Piano Man van Billy Joel. Van hem heb ik echt geleerd hoe belangrijk het is om lol te hebben. Ik ontdekte ook hoe zeer ik op hem lijk. Tobberig, neurotisch, creatief, empathisch. En ja, ik ben ook een werkpaard, maar heb gelukkig ook geleerd dat je nog steeds iets waard bent als je een dag in de zon zit.”

 

Vertrouwd

“Yes, kijk de Surinamer is weer open.” We zijn in de Eerste van der Helststraat en het is duidelijk dat Natascha deze buurt al goed heeft leren kennen. Net maakte ze nog een praatje met de eigenaar van een Israëlische streetfoodbar en ook bij de bakker en de supermarkt kennen ze hun nieuwe buurvrouw. “Het is een écht buurtje”, lacht ze vrolijk. Druk en nauw is het er wel. Het contrast met de veel ruimere Rivierenbuurt, waar ze opgroeide, is groot. “Kinderrijk, zoals nu, was die buurt toen niet. Mijn ouders waren geloof ik de eersten met een kind. Destijds geen dure Bugaboo kinderwagens, geen Sushipoint of Waxing Company. Wel de nachtwinkel op de hoek met de Scheldestraat, waar ik snoep en later sigaretten kocht. Ik zou er heel graag weer willen wonen. Mooie huizen, rustig, maar ja, niet te betalen. Kun je nagaan: mijn vriendinnetjes in Oud-Zuid keken vroeger juist neer op de Rivierenbuurt.”
We lopen de Amstelkade op. Ze wijst naar het ouderlijk huis. “Op de tweede verdieping, waar die 4 mei-poster hangt: dat huis is het allervertrouwdste van mijn hele leven. Terug uit de Balie rookten we nog weleens samen een sigaret, dan schoof mijn moeder soms aan. We waren best een symbiotisch gezin. Moeilijk als je dat door moet snijden. Het gaat gelukkig alweer iets beter met me. En ik krijg ook weer zin in dingen, zonder me schuldig te voelen dat ik doorga met het leven, terwijl hij er niet meer is. Hij zou dat ook alleen maar aanmoedigen. Hij vindt juist dat ik moet dóórgaan.”

 

NATASCHA VAN WEEZEL (Amsterdam, 1986) studeerde in 2012 af aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Zij is schrijver en filmmaker, en columnist bij Het Parool. Haar eerste boek ging over haar eetziekte (Magere jaren. Anorexiadagboek, 2007), haar laatste over de dood van haar vader (Nooit meer Fanta). Als puber rebelleerde ze tegen haar ouders met GTST, merkkleding en door niet te lezen, terwijl lezen nu haar grootste hobby is. Uitspraak:‘Annie M.G. Schmidt heeft mij geleerd hoeveel mooie dingen je kunt doen met woorden.’

 

Katja Kreukels

Fotograaf: Hans van den Bogaard

Juli/Augustus 2020

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Buurten:
Centrum Zuid
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Vaste route