De vaste route van Marc Hameleers

Een plattegrond heeft Marc Hameleers niet nodig op deze wandeling. Hij heeft de kaart van Amsterdam in zijn hoofd. Eentje? Nee, duizenden! Hameleers is dé kaartenexpert van het Stadsarchief. Hij beleeft een bijzondere zomer. Zijn vierde kaartenboek komt uit én er is in Amsterdam een groot cartografiecongres. Onze bestemming is het voormalige Gemeentearchief op de Amsteldijk, vele jaren zijn werkplek.

Al ruim 30 jaar treint Hameleers ’s ochtends van zijn woonplaats Maarssen naar het Amstelstation. Zijn fiets reist mee. “Een paar jaar geleden fietste ik nog weleens naar m’n werk. In het Stadsarchief kon ik onder de douche. Die douches waren gebouwd omdat er in de restauratieafdeling met chemicaliën werd gewerkt. Maar ik geloof dat ik de enige was die er ooit onder stond.”
Vandaag gaan we te voet. Vanaf de stationsuitgang bij de Weesperzijde eerst even zuidwaarts langs gebouw De Leeuwenburg (vroeger Postbank, nu Hogeschool van Amsterdam) de Omval op. Op die landtong in de Amstelbocht – het allerlaatste stukkie van Hameleers’ treintraject – heeft hij zo’n beetje allés zien veranderen. In 1989 was het nog een rommelig industrieterrein. Dat alles ging kort na 1990 tegen de vlakte, waarna de Rembrandttoren, de Breitnertoren en de Mondriaantoren werden gebouwd. Verdween alles? Nee, toch niet! Aan onze rechterhand, midden op het door de drie wolkenkrabbers omsloten Amstelplein, staat nog het in 2002 herbouwde ‘Blookerhuisje’: ooit magazijn van de cacaofabriek Blooker, dat het grootste deel van de 20ste eeuw de aandacht trok van treinreizigers met de reclameleus ‘Half elf, Blookertijd!’ “Nu ziet het er wel een beetje mallotig uit. Een dwerg tussen reuzen.” 

 

Baan

Weer noordwaarts lopen wij langs het fietspad terug. Rechts missen we het water van de Weespertrekvaart: het laatste stukje naar de Amstel werd in 1993 gedempt. Bij de Amsteloever aangekomen, lopen we door over de Weesperzijde, en dan over de Berlagebrug rechtsaf de Amsteldijk op. Nee, bij de Febo daar kwam Hameleers nooit. Wél nu en dan in het botenhuis van het Roeicentrum Berlagebrug aan de overkant van de rivier. “Daar waren weleens leuke feesten.”  

We passeren de Amsterdamse-Schoolhuizen aan de rand van de Diamantbuurt. Hameleers vertelt hoe hij 30 jaar geleden bij het Gemeentearchief terechtkwam. “Ik ben eigenlijk helemaal geen historicus. Ik had geschiedenis niet eens in mijn eindexamenpakket. Aardrijkskunde vond ik wel boeiend, dus ging ik sociale geografie studeren. In Nijmegen, dat was het dichtste bij: ik groeide op in Geldrop. Toen mijn kandidaatsexamen naderde, sleepte een studievriendin me mee naar een voorlichtingsdag over historische cartografie. Dat leek me wel wat, al moest ik verkassen naar Utrecht. Mijn Nijmeegse hoogleraar raadde het mij af: ‘Daarmee krijg je van z’n leven geen baan’, zei hij. Dat is meegevallen.”

Als assistent-in-opleiding (aio) werkte Hameleers voor een schamel loon in Utrecht aan een proefschrift over polderkaarten, toen hij hoorde dat het Amsterdamse Gemeentearchief een nieuwe kaartenexpert zocht. Eerst voor één dag per week, maar toen het drie dagen werden kon hij zijn aio-baan opzeggen. Een proefschrift kwam er in 2015 alsnog, maar over een ander onderwerp: detailkaarten van Amsterdam. “En volgend jaar verschijnt zowaar ook nog mijn boek over polderkaarten!” 

 

Kampioenen

Waar we nu lopen, is de Binnendijksche Buitenveldertsche Polder, weet Hameleers. Buitenhuizen en diverse herbergen stonden hier, met daartussen paden en sloten. “Kijk, de Tolstraat: die heette tot 1896 Verwerspad. Er stond een tolhek.”

En daar is het dan: het oude Gemeentearchief, nu een chic hotel. “Tot 1899 stond hier de Bergenvaarderskamer, gildehuis van de kooplieden die stokvis haalden uit het Noorse Bergen.” Voor we het hotel binnengaan, lopen we nog even door, oude kaarten in de hand. De aanbouwen van het Gemeentearchief uit de periode 1960-1980 zijn grotendeels vervangen door nieuwbouw van het hotel. Maar op de zuidhoek van de Rustenburgerstraat gaapt nog een gat.  Hameleers kijkt omhoog, in het niets. “Mijn kamer was hier. Helemaal weg. Tragisch.’ Aan de overkant van de Rustenburgerstraat herinnert het opvallend laaggelegen ‘Polderhuis’, gebouwd in 1865, nog aan de tijd van vóór de stadsuitbreiding van 1896. “Heel leuk dat dat nog bestaat!”

Bij de hoek van de Van Ostadestraat had de vader van zwemkampioene Ada Kok op nummer 41 zijn melkzaak. Voor de deur staat een atletische man. Hij zegt: “En nu woont hier skiff-kampioen Jan Wienese! De broer van m’n moeder.” Kok en Wienese wonnen beiden goud op de Olympische Spelen van 1968.

Waar nu de Ceintuurbaan begint, was in 1680 de Pauwentuin, een populaire herberg, leert een kaart die het grondbezit van de Amsterdamse gasthuizen in beeld brengt. “En in 1873 kwam hier die imposante Willibrorduskerk, maar die heb ik niet meer gekend.” Op de kaart staat ook ‘De BeereBijdt’ alias Berebijt, een herberg die akelige gevechten tussen een aftandse beer en een troep honden als attractie bood. Op dezelfde plek kwam veel later de garage Berebeit, (Amsteldijk 25). Een garage is er nog steeds, al heet hij nu anders.

 

Hok

Terug naar het oude Gemeentearchief. Amsteldijk 67 is nu hotel Pestana Amsterdam Riverside. Een weemoedige Hameleers: “Dit gebouw zit vol anekdoten!” Hij wijst naar de voormalige Asscher-diamantslijperij, pal om de hoek in de Tolstraat, van 2001 tot de verhuizing naar de Vijzelstraat in 2007 deels in gebruik bij het Gemeentearchief. “Daar op de eerste verdieping zat de Persdocumentatie, de knipselverzameling. Op een dag werd onze directeur, mevrouw Pieterse, gebeld door overburen in de Tolstraat. Of zij wel wist dat haar personeel de hele dag de krant zat te lezen?! Haha! En je kent ook het verhaal van ‘juffrouw’ Van Eeghen, onze legendarische adjunct-archivaris?  Die zat hele dagen voor haar onderzoek in het depot. Mede door haar suikerziekte viel zij eens in slaap en werd er pas midden in de nacht wakker. Ze belde gebouwbeheerder Ben Kranen. ‘Ik kom u meteen ophalen!’, zei die geschrokken. ‘O, dat hoeft niet, hoor’, zei ze. ‘Ik heb nog zát te doen.’”

In de kleine voorhal herinnert het tegeltableau aan de opening in 1892 als gemeentehuis van Nieuwer-Amstel. Ook de grote centrale hal is nog zeer herkenbaar. Waar vroeger een verkoopbalie was voor Amsterdamboeken, worden nu souvenirs verkocht. De voormalige directiekamer is bij de ontbijtzaal getrokken. Op de deur ernaast – ooit van de pinnige directiesecretaresse – hangt nu een bordje ‘Governor’.  Hameleers moet erom grinniken. De aangebouwde studiezalen en depots zijn gesloopt en vervangen door een compleet hotelgebouw. Het hoteldeel in het oude pand wordt nu ‘Archive’ genoemd, dit nieuwe deel (geheel misplaatst) ‘Monument’.

Ineens borrelt bij Hameleers de herinnering op aan zijn eerste werkdag hier, in juni 1989. “Mijn werkplek bleek een klein hok op de vierde verdieping, dat ik deelde met architectuurhistoricus Guido Hoogewoud en Bert Gerlagh, die de prenten en tekeningen beheerde. Ik vroeg Guido, in mijn onschuld: ‘Hoe lang zit jij hier nou al?’ ‘Ik geloof dertien jaar’, zei hij. Ik schrok me rot! Enfin, achttien jaar later zat ik daar nog… En nu alweer twaalf jaar in gebouw De Bazel. Maar mij hoor je niet klagen, met zo’n prachtbaan!” 

 

Kader

WIE MARC HAMELEERS (GELDROP, 1954)

IS historisch cartograaf

Werkt als conservator cartografie bij het STADSARCHIEF AMSTERDAM  

Promoveerde in 2015 op ‘GROOTSCHALIGE, TOPOGRAFISCHE KAARTEN’ van Amsterdam

PUBLICEERDE in 2002 Kaarten van Amsterdam 1866-2000 en in 2013 idem 1538-1865

Is BETROKKEN bij de Stichting Beheer Historisch Erfgoed Raymakers en de Gedenkplaats Haaren

UITSPRAAK ‘Mij hoor je niet klagen, met zo’n prachtbaan!’ 

 

 

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Juli Augustus
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Vaste route