De vaste route van Jeroen Krabbé

Memory lane. Jeroen Krabbé wandelt de weg die naar zijn lagere school voerde, doordeweeks vier keer per dag, twee keer op zaterdag. We starten bij zijn ouderlijk huis op de Amstelkade.


"Hier, Amstelkade 12, beneden, ben ik op 5 december 1944 geboren. Mijn verjaardag vierde ik trouwens vanwege Sinterklaas op 5 juni. Er is niet veel veranderd. De deur is rood geverfd, die was groen. Mijn ouders kwamen er in de oorlog wonen, samen met mijn broertje Tim. Het was een Joodse buurt en veel huizen stonden leeg. Ik heb hier bijna twintig jaar gewoond.
M'n hele jeugd heb ik hier buiten gespeeld. Er stond slechts één auto op de kade, een oude zwarte Citroën, van onze bovenbuurman. Een van mijn meest geliefde spelletjes was circus spelen, samen met mijn vriendje Peter Koghee, zijn vader had om de hoek een fietsenwinkel. Eerst op het Borssenburgplein, later in ons achtertuintje. Er kwamen dan vriendjes kijken, die een cent moesten betalen. Vroeger kon je daar nog best iets van kopen, denk maar aan dat liedje van Wim Sonneveld: Een cent, een cent, een cent, een cent / Wat waren we rijk met een cent.
Als ik spaarde kon ik Tijl Uilenspiegel-zakjes kopen, met allerlei verrassingsdingetjes erin, ik was er gek op. We deden talloze spelletjes, knikkeren, playeren [kaarten met de voor- en achterkant van sigarettendoosjes, KvG], op het elektriciteitshuisje klimmen (er zijn nu pennen op geplaatst, zie ik, dus dat kan niet meer). Het was een kinderrijke buurt geworden.
In het water voor ons lagen nog geen woonboten. Ik ben er een keer ingevallen, voordat ik zwemmen had geleerd. Ik kon me aan de kade vasthouden en zag mijn moeder het huis uit komen om naar de melkboer te gaan, die overigens De Dood heette. Ik durfde niet te roepen om mijn moeder niet al te erg te laten schrikken... Ook herinner ik me nog dat ik een keer een doos uit het water heb gehaald. Er bleek een foetus in te zitten, naar we veronderstelden verdronken door een wanhopige moeder. Ik zie het nog zo voor me. Mijn vader belde de politie en ik kreeg een kwartje voor de schrik, een enorm bedrag, waarmee ik naar de kermis ging.
Aan de overkant woonden op Jozef Israëlskade 116 de ouders van Karel en Gerard van het Reve; het adres komt als Schilderskade 66 voor in De Avonden. Ook aan de overkant woonde een schoenmaker van wie mijn moeder hoorde dat de oorlog was afgelopen. 'We zijn bevrijd!', riep hij keihard. Ze geloofde het niet."

We slaan linksaf: het Borssenburgplein.

"De huizen zijn niet veel veranderd, de rest wel: er stonden geen speeltoestellen, er lag alleen gras. Meer winkels en meer scholen. Het is wonderlijk, maar ik herinner me ineens dat ik uit dat huis op de hoek, de ramen waren open, voor het eerst Rock around the clock hoorde, van Bill Haley. Gek, hè? En daar verderop zat een drogist, ze hadden een Mongools dochtertje dat een enkele keer met ons meespeelde."

We gaan linksaf de Korte Meerhuizenstraat in – "Hier is alles veranderd!" – en dan naar rechts: de Meerhuizenstraat. Vervolgens linksaf de Vechtstraat in.

"Daar rechts in de Vechtstraat woonde Willeke Alberti, met wie ik nog steeds bevriend ben, op nummer 18. Ik had haar ontmoet tijdens het schaatsen op het Amstelkanaal. Volgens mij lag er elke winter ijs! Willeke en haar vader waren toen al beroemd, hoor."

Jeroen wijst op de zogenoemde struikelsteentjes voor nummer 59, ter herinnering aan de bewoners hier die in de oorlog werden vermoord.
We arriveren bij de Vrijheidslaan. En lopen de Rijnstraat in.

"Links, je ziet de kapper, zat vroeger een sigarenman. Deze laan was na de oorlog Stalinlaan gaan heten. Naar verluidt heeft hij in 1956 na de inval in Hongarije door de Sovjet-Unie het bordje Stalinlaan door Vrijheidslaan vervangen. Even verder aan de overkant, in de Gaaspstraat, was in de oorlog een Joodse markt.
En hier rechts woonde op de hoek Vrijheidslaan / Rijnstraat het eerste meisje op wie ik verliefd werd: Sonja Bakels. Ze leek op Doris Day, vond ik. In de Rijnstraat zijn nog altijd veel winkels, alleen totaal andere dan in mijn jeugd. Er zaten een boekwinkel, bakker Bartels, de sigarenzaak van Sacksioni (zoon Harry werd een beroemde gitarist), een ijssalon, een vishandel waarboven mijn vriendje Don Linszen (hij werd psychiater) woonde. Een keer mocht ik de carnavalskostuums zien. Fantastisch! Later vertelde ik mijn ouders dat ik ook graag naar het carnaval wilde. Ze waren niet enthousiast.
Aan de overkant van de Lekstraat stond een grote, naargeestige kerk, ik meen dat die de Rijnkerk heette. [De Thomas van Aquinokerk, in 1925 gebouwd, in 2004 gesloopt, KvG.] Links in de Lekstraat was de tramremise, die nog een grote rol bij de Februaristaking heeft gespeeld."

We slaan rechtsaf: de Lekstraat.

"Hier heb ik geleerd mijn voeten bij het lopen recht te zetten. Mijn vader zei: 'Als jij bij het toneel wilt' – dat had ik al vroeg kenbaar gemaakt – 'moet je je goed kunnen bewegen.' Ik oefende hier door precies op de randen van de trottoirtegels te lopen. En er komt nog een herinnering boven! Er was hier links een tandarts gevestigd – verdomd, er zit nog steeds een tandarts! – waar ik zo nu en dan heen moest. Het was een slager! Hij werkte zonder te verdoven. Vreselijk! Mijn moeder had een Moulinex-koffiemolen, dat net zo'n geluid maakte als de tandartsboor. Die draaide ik vlak bij mijn tanden om te oefenen. Je gelooft het niet.
Op nummer 63 stond een synagoge, het gebouw staat er nog, maar is nu een veilinghuis. Nu komen we bij een schuldig hoekje in de buurt, het is een bekende foto geworden, uit een huis tegenover gemaakt. Je ziet een aantal Joodse mensen, wachtend om afgevoerd te worden. Intens droevig. [De foto staat in het dit jaar verschenen fotoboek De stad in oorlog, KvG.] Hier rechts woonde mijn vriendje Tom Thijsse, hij werd beeldend kunstenaar, ik zie hem nog regelmatig. Aan het einde van de straat, bij de President Kennedylaan, stopte de stad."

Rechtsaf de Uiterwaardestraat in.

"Hier rechts moesten we tussen twee houten schoolgebouwen door, ik zat op de Professor Kohnstammschool, nu de 15de Montessorischool, zie ik. Ik kwam een keer van school thuis met een tekening van een boom, je weet wel, zo'n traditionele bruine boom met een groen hoedje. Mijn vader, zelf kunstschilder, vond dat maar niks en ging boos naar school: 'Ik laat mijn kind hier niet verpesten.' Het hoofd van de school reageerde fantastisch en zei: 'Goed, meneer Krabbé, als u denkt dat u het beter kunt, moet u hier maar komen lesgeven.' En dat gebeurde. Op een gegeven moment hing de hele school vol met tekeningen, iedereen vond het leuk, want iedereen kon tekenen, aldus mijn vader. Hij was zijn tijd ver vooruit. Ik heb heel goede herinneringen aan deze school, vooral aan de eerste drie jaar, waarin ik een ontzettend lieve juf had met wie ik tot haar dood nog contact heb gehouden."

Soms liep Jeroen naar huis langs een andere route. Via het Merwedeplein, waar op nummer 37 Anne Frank woonde, niet ver van de Jekerstraat 14, waar zijn opa was weggehaald, en dan langs de Wolkenkrabber terug naar huis.


VAN GOGH, PICASSO, GAUGUIN
De laatste jaren maakte Jeroen Krabbé indruk – als Pierre Janssen in de jaren zestig – door de televisiekijkers enthousiast te maken voor het werk (en leven) van beeldend kunstenaars: Vincent van Gogh, Pablo Picasso. Komend televisieseizoen volgt Paul Gauguin (1848-1903). Het Van Gogh Museum bezit een grote collectie van Gauguin, onder meer dit zelfportret uit 1888.

CV
WIE JEROEN KRABBÉ (Amsterdam, 1944)
IS acteur, filmregisseur, kunstschilder en televisiepresentator
Het motto op zijn GEBOORTEKAARTJE Dum Vivimus Vivamus ('Laten we leven zolang we leven') was in 2013 de titel van zijn tentoonstelling in Museum de Fundatie, Zwolle.
Had in de Fundatie onder meer ook de expositie DE ONDERGANG VAN ABRAHAM REISS (over zijn in de oorlog vermoorde grootvader) in 2008
DEBUTEERDE in 1963 als filmacteur in het zeer Amsterdamse Fietsen naar de maan
Speelde in TIENTALLEN FILMS, zoals Soldaat van Oranje, De Vierde Man, The Living daylights en The Fugitive
Is sinds 2009 de Amsterdamse SINTERKLAAS
UITSPRAAK 'Ik ben in de eerste plaats schilder, meer dan acteur of tv-presentator'

Delen: