De vaste route van Hans Sibbel

Van Amsterdam-Oost naar hartje Zuid

Cabaretier Hans Sibbel is geboren en getogen in Oost en woont er nog steeds. Aan de grens, bij het Amstelstation, begint zijn vaste route. Daar stapte hij als kind over op de bus naar school. Sinds 25 jaar legt hij dezelfde route opnieuw af, nu richting Toomler. 

“Mijn hoofd stopt nooit. Alles wat ik zie en meemaak, brengt me op ideeën.” Hans Sibbel is een opgewekte spraakwaterval. De regen die almaar harder neerkomt, deert hem niet. Verheugd kijkt hij om zich heen wanneer we het Amstelstation uitlopen: “Het is hier helemaal opgeknapt. Het stond altijd afgeladen met fietsen, nu staan er alleen die prachtige bomen.” 

Hij is opgegroeid in Oost, de Max Planckstraat, vlak bij de Jaap Edenbaan. Zijn zus moest in de buurt bij de nonnen op school, maar hij ging net als zijn broer naar de Peetersschool in Zuid. “Om kwart voor acht renden we naar bus 8. Hier op het Amstelstation stapten we over op lijn 15. Waarom we zo ver weg naar school gingen, weet ik niet. Het was een wat duurdere school, die met hoge cijfers wilde pronken. In de zesde moest je de Cito-toets doen. Ik had een Japanse leraar, meneer Tan. Hij kwam langs met een blaadje met de juiste vakjes erop aangekruist, en wees aan wat je niet goed had. Zonder iets te zeggen.” 

Sibbel grinnikt. We lopen richting de Amstel, onder de spoorbrug door, langs de tijdelijke locatie van het door brand getroffen Fons Vitae Lyceum. “De laatste twee jaar mocht ik zelf naar de Peetersschool fietsen. Hartstikke stoer. De Berlagebrug was onwaarschijnlijk druk. Vrije fietspaden, waren er niet, ik moest tussen al die auto’s door. Eenmaal over de brug, kwam de rust. Zuid had een totaal andere sfeer dan het wat rommelige Oost.” 

 

Skøll

Hij wijst naar links, naar roeivereniging Skøll, waar hij als student roeide. Hij was een goede stuur. “Ik was licht, had een grote bek. Bijna zat ik bij de Holland Acht, maar het werd een vrouw, die was nog lichter. Een stuur moet zo’n wedstrijd kunnen lezen: wanneer inhalen, wat tegen die acht mannen te zeggen. Die rammen door het water, gaan helemaal dood. De kots komt eruit, als je dan ook maar iets verkeerds zegt, valt de ploeg uit elkaar.” Hij begon met marathonlopen vanwege de roeitrainingen en ging columns schrijven voor het blaadje van Skøll. “Ik had bedacht dat ik dat onder pseudoniem ging doen, en draaide mijn naam om. Zo werd ik Lebbis.” 

Bij het Victorieplein staan we stil. “Plan Zuid is zo belachelijk mooi ontworpen door Berlage. De Wolkenkrabber, die statige entree, de wijk heeft eenheid. De Churchill-laan is helemaal majestueus, met die brede, groene middenberm, zelfs tussen de tramrails groeit gras. Het is een feest om hier te fietsen.” 

Sinds 1995 fietst hij weer regelmatig zijn oude route naar Zuid. De bestemming is nu Toomler, in de kelder van het Hilton Hotel, op een steenworp afstand van de Peetersschool. Toomler was eerst een penozecafé. Na de moord op Klaas Bruinsma in 1991 ging het dicht. Raoul Heertje, de oprichter van de Comedytrain, vond er een nieuw thuishonk. “Toomler heeft in al die jaren niets van zijn magie verloren. Tot een paar jaar terug, toen ik heel ziek werd, deed ik alle late nights. Ik heb er geen een gemist. Kwam ik na een optreden tegen half een in Amsterdam aan, pakte ik mijn fiets en hop naar Toomler. Stond ik midden in de nacht weer op te treden, met mijn vrienden plezier te maken. Tegen half vier terug naar huis langs deze laan. Zo lekker, de stilte, de rust.”

 

Vrije natuur

Van dichtbij passeren we het beeld van Mahatma Gandhi, in de middenberm van de Churchill-laan. “Op Union Square in New York staat een vrijwel identiek beeld.” Hij maakt zich vrolijk over de verlepte bosjes bloemen die aan Gandhi’s voeten liggen: “Al het plastic zit er nog omheen, compleet met 35%-kortingssticker van Albert Heijn. Dan zie je de bloemen toch niet? Waarom doen mensen dat? Dit kunstwerk op deze plek bevalt me wel, maar ik woon nu bij het Flevopark, daar staat nu een groot zwart plastic konijn, met zijn hoofd in zijn handen. Neergezet door Appelsap, dat muziekfestival, met de boodschap dat mensen niet zo moeten zeiken over geluidsoverlast. Het park was een van de weinige plekken in de stad waar de natuur heerste. Gelukkig heb ik op mijn woonboot aan het Nieuwe Diep nog wel de illusie in de vrije natuur te zijn.” Hij kocht de boot van reisprogrammamaakster Floortje Dessing. Tot dan woonde hij in de Max Planckstraat, tegenover waar hij opgroeide.

Het Muzenplein is de volgende halte. We kijken uit over de Kom, waar vijf waterwegen samenkomen. “Alsof je bij het Meer van Genève bent, die bootjes, dat restaurant van het Apollo Hotel aan de overkant. Hier beneden is een plantsoentje. ’s Avonds hoor ik er vaak ketende hangjongeren, maar zelf ben ik er nog nooit geweest.” We lopen erheen en staan opeens in een kleine beeldentuin. Verscholen in het groen, is een rij bankjes. “Het valt me mee, ik verwachtte een enorme troep, wietzakjes, een lijk op het laatste bankje, maar niets.” 

 

Rénnen

Het regent steeds harder. De bushalte op de Apollolaan bij de Beethovenstraat, waar de kleine Hans uitstapte om naar de Peetersschool in de Richard Holstraat te lopen, is weg. Verdwenen is ook Perez, de tapijthandel op de hoek. “Decennialang stond er ‘Opheffingsuitverkoop’ op de ramen. Al toen ik acht was, vroeg ik me de hele tijd af wanneer ze nou eens weggingen.” 

Bij de brug naar het Fons Vitae wijst Sibbel naar de achtertuinen van de villa’s aan het water. “Tijdens een schoolpauze had (Penoza-)acteur Raymond Thiry, een enorm boefje, bedacht dat we met een groepje door al die achtertuinen heen gingen rennen, door alle heggen en hekken heen, van deze brug naar de brug achterin. Je moest door, door, door, terug kon niet, we daagden elkaar uit, jutten elkaar op, vooruit. Het voelt nog steeds als het engste dat ik ooit heb gedaan.”

De Peetersschool is om de hoek van het Fons Vitae. Hij heeft geen idee waarom hij er niet naar de middelbare school ging met zijn rooms-katholieke achtergrond. “Ik ging naar de Christelijke Scholengemeenschap Oost, nu het Pieter Nieuwlandcollege. Het geloof speelde sowieso een steeds kleinere rol in ons gezin. Ik had een vrije jeugd. Op een zaterdag moest ik terugkomen op de Peetersschool, omdat ik betrapt was toen ik met vriendjes stiekem in de kruipruimte van de naastgelegen synagoge rondscharrelde. Mijn ouders wilden niet eens weten waarom ik straf had.” 

Toomler komt in zicht. Sibbel vindt de wandeling mooi geweest, hij pakt de tram terug naar het Amstelstation. Sinds een auto-immuunziekte hem vijf jaar geleden bijna fataal werd, moet hij voorzichtiger omgaan met zijn energie. “Ik heb nu zo’n elektrisch scootertje, waarmee ik soms naar Toomler rij. Toen ik zo ziek was, besefte ik hoe ontzettend graag ik weer wilde optreden. Natuurlijk heb ik gedacht dat als ik nog iets anders wilde met mijn leven, ik dat nu moest doen. Maar in feite is elk optreden al een zoektocht naar mezelf geweest.”

 

WIE HANS SIBBEL (Amsterdam, 1958)
IS cabaretier en stand-upcomedian
Ontmoette DOLF JANSEN 
bij Atletiek Vereniging 1923 in Amsterdam-Oost.

Samen wonnen ze in 1989 als LEBBIS  & JANSEN I.O. het Leids Cabaret Festival 

Lebbis & Jansen maakte tot en met 2006 negentien OUDEJAARSCONFERENCES

In 2011 kreeg Sibbel de POELIFINARIO (prijs beste cabaretprogramma) voor Branding

Onthulde op 26 oktober j.l. in het Stadsarchief het Tolprivilege van 27 oktober 1275 en sprak de VERJAARDAGSWENS voor de stad uit. 
Heeft ALTIJD nieuwe ideeën en meningen, geen enkel optreden is hetzelfde.

 

Newyorken

Sinds 2006 treedt Hans Sibbel op met soloshows, tegenwoordig vaak rond een bepaald onderwerp. Afgelopen jaar was dat Het Amsterdam Verhaal waarin hij als “een Geert Mak on speed” (Patrick van den Hanenberg, Theaterkrant.nl) door de geschiedenis van de stad raast, op zoek naar het wezen van Amsterdam en de Amsterdammers. 

Lebbis zelf: “Het Amsterdam Verhaal is geïnspireerd door de New York Story van Colin Quinn op Netflix. Vijftien jaar ging ik regelmatig naar New York. Vanwege vliegschaamte doe ik dat niet meer. Nu ga ik ‘newyorken’ in Amsterdam: door een buurtje wandelen, ergens een broodje eten, mensen kijken.”

 

Emma Los

Novembernummer 2019

 

Beeld: Fotograaf Hans van den Boogaard

Delen: