De vaste route van Ernst Daniël Smid. Van Stationsplein naar de Van der Hoopstraat

Zanger Ernst Daniel Smid kwam naar Amsterdam als student – ‘Uit een Achterhoeks dorpje, waar je na zes uur een kanon kon afschieten’ –, ging op ontdekkingstocht, veroverde zijn eerste rolletjes, leefde op broodjes kebab en kipsalade. Vandaag zwerven we langs kerk, kroeg en (seks)theaters. ‘Amsterdam heeft gegeven en genomen.’

We zijn elkaar kwijt, voor de hoofdentree van het CS.  De mobiel rinkelt: “Waar bén je?!” “Dichtbij!” We zouden bijna tegen elkaar op zijn gebotst als we niet gescheiden waren geweest door die spuuglelijke zwarte panelen op het Stationsplein. Ja, er is veel veranderd sinds Ernst Daniel Smid zijn eerste volwassen stappen op Amsterdamse bodem zette. Augustus 1974 was het. “Voor mijn ogen ontrolde zich ineens een wereldstad. Mijn oriëntatie sloeg volledig op hol. Geen idéé hoe ik in de Bachstraat moest komen, waar het conservatorium toen was gevestigd.” Gelukkig bleken er Amsterdammers die de verwarde nieuweling op het juiste vervoersmiddel wisten te zetten: letterlijk het beginpunt richting een glansrijke operatoekomst. Dus ook van onze wandeling.

Het is er nog altijd een doolhof, volop onder het mes van een ingrijpende opknapbeurt. De Zeedijk ligt om de hoek. Favoriete kroegjes lonken, waar – met een pilsje bij de hand en met kroegbezoekers als de vorig jaar overleden acteur Peer Mascini – prille theaterplannen over de toog vlogen, om soms weer net zo hard te verdampen.

Eerst koffie in café In ’t Aepjen, dan richting de Wallen. “Daar moest je, kersvers in Amsterdam, natuurlijk geweest zijn. Al bleef het bij kijken. Waar haalde je vijf flappen van f 10,- vandaan? Bovendien, ik durfde niet eens…” Een beurs had hij niet. Een Amsterdams dak boven het hoofd evenmin. Vaak sliep hij aan de Da Costakade, bij medestudent en toen beste vriend Jan Polak. Te ver om nu te lopen. Een weerbarstige knie speelt op. “We luisterden er naar Maria Callas, op zo’n oude recorder, en verkenden de stad. Een van onze vaste stekjes was Hotel Beethoven (Beethovenstraat 43). “Ik proef nog het broodje kipsalade dat we er steevast aten.”

 

Dokter Faustus

Op Oudezijds Achterburgwal 106-108 houden we stil bij sekstheater Casa Rosso, waaraan hij een bijzondere herinnering koestert. Het was 2001 en Smid speelde, in een nagebouwd ‘paleis’ in Zuidoost, de rol van prins Rainier in de Nederlandse musical Grace. Speciaal voor die productie had de vermaarde componist Cy Coleman (Barnum, Sweet Charity) de muziek geschreven. “Hij was met een groepje overgevlogen en wilde die Wallen wel eens bekijken. Of je daar echt live fuckie fuckie kon zien???” Casa Rosso-uitbater Jan Otten was wel genegen om het illustere gezelschap – in alle anonimiteit – te ontvangen. De eerste act kondigde zich aan, op de klanken van… Colemans hit Hey, Big Spender. Het verleidelijke lied van de meisjes van plezier in de Broadway-hit Sweet Charity. “Cy draaide zich met een big smile om en zei: ‘Kijk, Ernst Daniel, dít is de plek waarvoor ik dat nummer heb geschreven. Hier hoort het!”

Vlakbij torent de Oude Kerk boven de hoofden van toeristen en raambezoekers uit. Voor zijn tv-reeks God in de lage landen verdiepte Smid zich in de historie van het godshuis. “Hier”, wijst hij, “bespeelde ooit het grootste icoon van de Nederlandse muziek op het befaamde orgel: Jan Pietersz. Sweelinck, naar wie heel veel later het conservatorium is vernoemd. Een groot man!”

Ooit, als kind, wilde hij dominee worden. “Ik kwam uit een groot, protestants, gezin.” Het werd die andere passie: zingen. En als student belandde hij in Amsterdam tóch nog in de kerk. “De Thomaskerk, in Zuid. In de kelder was een klein amfitheatertje, waar we operalessen volgden.”

Daar leidt de route vandaag niet heen. Wel naar de Stadsschouwburg op het Leidseplein, waar in zijn studententijd de Nederlandse Opera zetelde. “Intendant Hans de Roo zag wel wat in mij en gaf me kleine rolletjes.” Jaren later zong hij er de hoofdrol in de moderne opera Doktor Faustus. “Heftige kost. In een van de scenes riep ik: ‘Ik wil naar huis’. Waarop vanuit de zaal klonk: ‘Wij ook!’”

 

Christine Deutekom

Als aanstormend talent bedacht hij een list om in de Stadsschouwburg voor niks voorstellingen te bezoeken. “Ik hing rond bij de artiesteningang aan de Marnixstraat en glipte stiekem mee als er iemand naar binnen liep. De Roo had zijn eigen loge. Maar daar was hij zelden. Vlak voor aanvang sloop ik er dan binnen.” Soms werd hij er door de intendant ‘betrapt’. “Dan knikte hij vriendelijk en kwam naast me zitten. Hij begreep het.”

Langs het Vondelpark gaat de tocht naar, jawel, het volgende theater: Carré. Smid maakte hier furore in Les Misérables. Geweldige tijd; mooie mensen. “Dik Hooning, pas overleden, was een onvergetelijke plaatsaanwijzer. Altijd kaarsrecht flanerend, vol grappen. Maar achter de schermen ging hij gestrekt, vanwege heftige rugklachten.” Een ware artiest laat nooit zijn pijntjes aan het publiek zien, toch?

Bakken (persoonlijke) geschiedenis liggen in Carré. Een van de hoogtepunten was het eerbetoon aan heldin-zonder-kapsones Christine Deutekom, dat op zijn initiatief vorm kreeg, ter gelegenheid van haar 80-ste verjaardag. Smid wint zich nog steeds, zichtbaar, op over het feit dat de Nederlandse Opera daar zelf niet op was gekomen. “Dat is toch van de gekke! Zo’n grootheid.”

Niet ver hier vandaan was hij als vader kind aan huis bij zijn dochter Coosje, die geruime tijd op de Ceintuurbaan woonde. Parttime-pensionado Henk Schiffmacher doet nog altijd goede zaken in zijn ‘tattoo-honk’ aan de overzijde. Hij is er wel eens binnengelopen met het idee zelf een tattoo te laten zetten door Henk. “Maar toen was hij er helaas niet.”

 

Roos

Zelf woonde hij met zijn grote liefde Roos Giesen van der Sluis, de moeder van Coosje, een poos aan de rand van de stad. Ze vielen als een blok voor elkaar: de operazanger en de ballerina. “Haar moeder was een echte Jordanese, haar vader kwam uit Indonesië. Ze woonden in de Staatsliedenbuurt, in de Van der Hoopstraat.” Vanuit de stad, met buslijn 21, ben je er zo. Er is veel veranderd. De buurt verhipt. Maar, gelukkig, buurtcentrum De Koperen Knoop, waar zijn schoonmoeder tot op hoge leeftijd terecht kon, is er nog altijd.

“We bezochten met z’n allen het Jordaanfestival, waar ik ook Henk Poort ontmoette. Al leerden we elkaar pas echt goed kennen, toen we samen in Les Miserables stonden.” Met Roos genoot hij extra van de stad. “Champagne-ontbijten bij Dikker & Thijs, op bezoek bij Edgar Vos in de P.C. Hooftstraat. Edgar was gek op Roos. Ze had een prachtig figuur. Alles stond haar.” De PC Hooftstraat van nu kan hem minder bekoren. “Het is vooral een koopgoot geworden voor rijke malafide Russen en ander volk.” Inmiddels is het ruim zeven jaar terug dat Roos overleed. En de stad, hoe vertrouwd ook, voelt dubbel zonder haar. “Amsterdam heeft me veel gegeven, maar ook ontzettend veel afgenomen.”

 

WIE ERNST DANIEL SMID (1953, ENSCHEDE)

Is OPERA- EN MUSICALZANGER

Was ook ACTEUR in films als Toscaanse Bruiloft (2014) en in het toneelstuk ’n Zomer zonder vrouw in Grou (2018)

Presenteerde jarenlang UNA VOCE PARTICULARE, de populaire ‘tv-talentenjacht’ voor opera- en operettetalenten.

Werd bijna ‘DE SLIMSTE MENS’ van Nederland in de gelijknamige populaire quiz. Hij eindigde als derde.

Is in 2008 benoemd tot RIDDER IN DE ORDE VAN ORANJE-NASSAU

Nam vorig jaar samen met Marco Bakker en Henk Poort, na een kwarteeuw, in Carré afscheid van DE 3 BARITONS.

 

 

WARS VAN HOKJES

In hokjes denkt Ernst Daniel Smid niet. Op het Zwarte Cross Festival verzorgde hij in 2016 een “kerkdienst over Bach”; bij de NCRV transformeerde hij popsterren in operavedettes. Hij is niet vies van een mooi Nederlands chanson: Ramses Shaffy, Het Dorp van Wim Sonneveld. En is ook bewonderaar van singer/songwriter Rood Adeo, met zijn rauwe, Tom Waitsachtige stem. Adeo vroeg hem eens om samen een popsong op te nemen: Baby, don’t you like my new tattoo. “Dat was best spannend.” Hij arriveerde met een grote zak gebakken vis voor iedereen. Zonder kapsones. “De hele studio stonk.” Een (muzikale) vriendschap was geboren. De videoclip staat op YouTube.

 

Fotograaf: Hans van den Boogaard

 

 

Corrie Verkerk 

Maartnummer 2020

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
Maart
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Vaste route
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000