De stilte is terug

Als ik op een doordeweekse dag om een uur of drie bij Marie binnenliep, was het stil in het café. De haan boven de bar, die geflankeerd werd door de tekst: ‘Als deze haan kraait, Piet/ geef ik krediet’, kraaide niet, de biljarters biljartten zonder te praten en Mary achter de tap was verdiept in haar kruiswoordraadsel. Pas als Marie zelf verscheen, vers van de kapper, zo tegen half vijf, werd het drukker.

Om vijf uur, vaste prik, stond Nelis met zijn betonnen vechtpet naast de jukebox. Nelis zei nooit iets, maar in ieder rondje deed hij mee, en zijn rondjes mochten er ook wezen. Het enige wat ik hem in al die jaren heb horen zeggen, is dat hij was wezen vissen, in Djémèn. Zo tegen zessen draaide de jukebox op volle toeren en groeide de roezige stemming, die tot laat in de avond zou duren.

Maar om een uur was het voorbij en stond je plotseling op straat. De ramen van de meisjes waren nog verlicht, maar klanten waren er niet meer. In de gracht dreef een bankstel voorbij en er knetterde een bromfiets, maar verder was het stil, de Dam was uitgestorven. Na een dagje in de kroeg liep ik graag naar huis, van het Oudekerksplein naar het Abraham Staalmanplein, een flinke tippel.

Eerst langs de grachten waar je het water hoorde stromen en dan door de Spiegelstraat en onder het Rijksmuseum door naar het Museumplein dat ’s nachts zeker twee keer zo groot leek als het toch al was. Op de Willemsparkweg liep ik een eindje tussen de rails om een indianenkreet te laten horen, want die weerkaatste daar zo lekker tussen de huizen. Maar bij de Schinkel zakte de moed me in de schoenen. Het Hoofddorpplein kon ik nog verdragen, maar de gedachte alleen al aan de eindeloze Plesmanlaan werd me vaak te veel, want bij de Westlandgracht hield de oude wereld niet alleen op, maar was de nieuwe nog niet begonnen.

En de hele eindeloze weg door de stad was het stil, echt stil. In de loop der jaren is die stilte verdwenen, zoals je ook de sterren ’s nachts niet meer kunt zien, en zelfs als je denkt dat het stil is, is er het niet aflatende gezoem, afkomstig van allerlei apparaten die ook als ze niet in werking zijn hun lawaai produceren. Zo stil als het was, zal het nooit meer worden. Dacht ik. Wonderlijk te beleven hoe een virus dat het op onze gezondheid heeft voorzien ons, als in ruil, de stilte teruggaf.

 

Guus Luijters

Juninummer 2020

Delen:

Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column

Gerelateerd

Amsterdam aan zee
Amsterdam aan zee
Column 1 juni 2020