De stad slijt zienderogen

Opnieuw graven in het geheugen. Het Rokin, dat is Vroom & Dreesmann, aan de hand van mijn moeder in juni 1963 de kampeerafdeling bezoeken. Volgens haar de beste van de stad en veel goedkoper dan Carl Denig. Kostenbesparing en zuinigheid hield menig ouder in de 'hardwerkende middenklasse' volop bezig. Dan Hajenius, mijn Weense Opa schreed daar als een aristocraat naar binnen. Hajenius zo legde hij uit, was van een uitzonderlijke klasse. De winkel deed hem denken aan zijn geboortestad Wenen. Hij kocht er drie losse, handgemaakte sigaren die zorgvuldig werden opgeborgen in een leren etui. Vervolgens liepen we naar het Damrak naar Hotel de Roode Leeuw, waar ik op mijn veertiende Martini leerde drinken en mijn opa een Hajenius sierlijk opstak. Vaak mis ik het: de geur van zo'n perfecte sigaar op een overdekt terras.

Een week geleden liep ik uit nostalgie Beems Brasserie binnen. Toen Eric Nordholt nog zegevierde als korpschef van de Amsterdamse politie, placht hij hier regelmatig een goed gevuld bord gerookte zalm te verorberen. Verderop zat het reisbureau NBBS, voortgekomen uit een Leidse studentenreisorganisatie, het was zijn tijd ver vooruit door goedkope trein en vliegreizen aan te bieden. In 2001 ging de NBBS kopje onder. Het faillisement was een typisch tijdsverschijnsel, de concurrentie was enorm. Easy Jet blies alle prijsafspraken op. Reizen in West-Europa kon voortaan op een koopje. Sociologen noemden het de emancipatie van het vakantievieren. Het aantal bezoekers aan Amsterdam nam met grote sprongen toe.
Inmiddels wordt op minstens achttien miljoen bezoekers in 2025 gerekend. De binnenstad raakt compleet overbelast. De stad gaat gebukt onder de niet meer te beheersen stroom van bezoekers. Fiets in de vroege ochtend via de Reguliersgracht naar het Rembrandtplein, volg de Kloveniersburgwal richting Nieuwmarkt en zie: vrijwel alle prullenbakken onderweg lijken ontploft. Op een bankje op de Herengracht tegenover het Waldorf Astoria Hotel domineert de viezigheid. Laat ik me inhouden: er wordt al door iedereen geklaagd. Maar je moet wel blind zijn om het niet te zien: de stad slijt zienderogen.
Het is een nijpend probleem. Laat ik het vergelijken met de verkrotting van de 19de-eeuwse wijken, die halverwege de jaren zestig opspeelde en Werkgroep de Pijp onder leiding van banketbakker Jan Schaefer en Actiegroep de Sterke Arm in de Dapperbuurt zich ontpopten als de pioniers van de stadvernieuwing. Zo zal het ook gaan bij het terugdringen van de doorgeschoten overlast van toerisme. "Genoeg is Genoeg", zette Wijkcentrum d'Oude Stadt boven een open brief aan burgemeester Eberhard van der Laan. Hij peinst zich suf. Het is werkelijk bizar dat er op het stadhuis nog geen projectorganisatie is met experts en ambtenaren die net zoals destijds bij de stadsvernieuwing onconventionele maatregelen bedenken. Maatregelen die veel meer omvatten dan alleen het verdubbelen van de toeristenbelasting. Er zijn minstens drie Jan Schaefers nodig om dit grote probleem ook maar een beetje op te lossen.

Delen:

Editie:
December November
Jaargang:
2016 68
Rubriek:
Column