De sloop van de Heinekenhoek aan het Leidseplein

'Sprekende contrasten'

Wie zich zorgen maakt om het historisch erfgoed rond het Leidseplein en het Kleine-Gartmanplantsoen staat zwak. Al in de 17de eeuw was dit een werk- en wagenplein. Toen de wallen overbodig werden, kwamen er textieldrukkerijen te staan, een gevangenis en een salpeterzuurfabriek. Vanaf eind 19de eeuw voltrokken zich opnieuw grote veranderingen. De Stadsschouwburg en het American Hotel verschenen, er werd in 1901 een groot politiebureau gebouwd (nu The Bulldog Palace) en in 1912 verrees het enorme Hirschgebouw. Eind oktober 1935 opende het City Theater zijn deuren, destijds de grootste bioscoop van het land. 

Tussen die ‘grootsteedse’ veranderingen bleef er altijd iets van de oude kleinschaligheid bestaan, in het rijtje 17de-eeuwse huizen aan de noordkant van het plein en ook op de hoek bij het plantsoen. Nog steeds staan daar drie lage panden naast elkaar, uit begin 20ste eeuw, in 1972 samengevoegd tot één complex. Sinds mensenheugenis zit hier de Heinekenhoek. De witte panden vallen op door hun onopvallendheid, de aandacht ging altijd meer uit naar de grote lichtreclame met twee bewegende glazen bier.

De Caransa-groep gaat er nu een “expressief vormgegeven” 4-sterrenhotel van zes verdiepingen bouwen. De huizen zijn geen rijks- of gemeentelijk monument. Ze hebben nauwelijks historische en vrijwel geen culturele waarde. Ze hoefden kennelijk niet behouden te blijven. Was dat terecht?

In 1901 voorkwam een pamflet van Jan Veth (‘Stedenschennis’) de demping van de Reguliersgracht. Sindsdien is er aandacht voor behoud van het ‘oude’ in de stad. Maar hij vond de “gewoonte-aesthetiek” van de Amsterdammers, de neiging om alles wat ‘oud’ was te beschermen, onrealistisch. Vernieuwing, schreef hij later, “kan tot architectonisch waardeerbare motieven leiden, waar de voortgezette traditie ons nooit toe zou hebben gebracht.” Daar had hij gelijk in. Pleinbezoekers van een eeuw geleden zullen waarschijnlijk hebben gefronst over het ‘expressief vormgegeven’ Hirschgebouw en het politiebureau. Maar het City Theater, dat zo scherp afstak tegen de overige bebouwing, heeft ontegenzeggelijk ‘waardeerbare’ kwaliteit.

“Ik geloof vast, dat de plaats-waar en de wijze-waarop altoos en overal hoofdpunten in de overweging zullen moeten blijven”, voegde Veth er nog aan toe. De groei van een stad zal niet altijd in dezelfde geest gebeuren, maar “in rustige aaneensluiting, in sprekende contrasten, schoonheidselementen naar voren kunnen komen.”

Met de Heinekenhoek is dat bepaald niet het geval. Architectuur is altijd een kwestie van smaak, zeker, en het pijnlijke aan de sloop van de Heinekenhoek is ook niet per se het verdwijnen van een stel aardige vroeg-20ste-eeuwse panden. Het pijnlijke is de droeve armoe van het nieuwe ontwerp, dat evengoed in Zoetermeer of Almere had kunnen staan. Veths ‘sprekende contrasten’ in ‘rustige aaneensluiting’ zijn hier ver te zoeken.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam, fotograaf J.M. Arsath RO'IS

 

Maartnummer 2019

Maartnummer 2019
Delen: