De schoonheid van Buitenveldert

Het was een zondagmiddag: hoogste tijd voor een bedevaartstocht naar Buitenveldert. Mijn geheugen moest opgefrist worden. Hoe zat dat prachtige wijkje Weldam pal achter de VU toch in elkaar? Deze vraag spartelde al dagen in mijn hoofd rond door een herinnering aan Joop den Uyl.  

Ik verkeerde in de jaren zeventig in de kringen om hem heen. Het was een genoegen om voor Den Uyl te mogen werken. Hij was veel minder verstrooid dan men dacht en erg aardig. Het Nederlands electoraat leek zich toen op te splitsen in twee blokken: links en rechts, de populisten waren nog absent. Historicus Kees de Bruin, die onlangs een prachtig boek publiceerde over adel en patriciaat in Nederland, beschrijft hoe adellijke families vreesden voor Den Uyl. Die zeiden tegen elkaar: ‘je moet je kapitaal verbergen of naar Zwitserland verhuizen.’ 

Vaak was De Telegraaf de roeptoeter van de Den Uyl-haters. Dan stond er een grote foto van zijn bungalow in Buitenveldert opzichtig op de voorpagina. Ik kwam graag op bezoek in de bungalow op Weldam 5. Hij maakte deel uit van een rechthoekig blokje van acht L-vormige patiowoningen met één bouwlaag. Joop en Liesbeth Den Uyl hadden een grote kelder laten bouwen, waar tot diep in avond pingpong werd gespeeld en Den Uyl liet zien dat hij met uitgekiend effect kon smashen. 

Weldam ligt ingeklemd tussen Pekkendam – beide namen verwijzen naar landgoederen in Twente – en de van de Boechhorststraat. Iets verder om de hoek, op nummer 11 eveneens in het patioblokje, woonde Cornelis van Eesteren, die als stedenbouwer de geestelijk vader van Buitenveldert was. Toen hij aan het einde van zijn leven terugkeek op de totstandkoming van het Algemeen Uitbreidingsplan zei Van Eesteren dat Buitenveldert precies laat zien hoe je een moderne stad moet bouwen: met afzonderlijke buurten naast elkaar en vooral niet door soorten woningen op het niveau van de portiek te mengen. 

Recht tegenover de woning van Cornelis van Eesteren staat een juweeltje. Het is de villa die Gerrit Rietveld in 1964 bouwde in opdracht van een collega, de architect A. Schenkkan. Het ontwerpen was geen sinecure want Schenkkan stuurde Rietveld steeds weer terug naar de tekentafel. Het heeft geen afbreuk gedaan aan het bouwresultaat. Hier staat een van de mooiste voorbeelden van de moderne architectuur die Amsterdam rijk is. Dat komt door de kubistische en functionele vormen. Het kleurgebruik, waarbij de gele garagedeur eruit springt, verwijst naar de Stijlbeweging waar Rietveld een hoofdrol in speelde.  

Zo’n zondagmiddag bezoek aan het Weldam wijkje in Buitenveldert geeft de burger moed, omdat je beseft dat er ook in zogenaamde nieuwe wijken van de stad prachtige architectuur is gerealiseerd. 

Delen:

Buurten:
Zuid
Editie:
April
Jaargang:
Rubriek:
Column
Tijdperk:
Vanaf 2000