De optische telegraaf. Rooksignalen in een modern jasje

In het najaar van 1810 vertrok de 37-jarige Abraham Chappe vanuit Parijs richting Amsterdam met een speciale opdracht van keizer Napoleon Bonaparte. Chappe moest de twee steden met elkaar verbinden door middel van een bijzonder communicatiemiddel: de optische telegraaf.  

Op 9 juli van dat jaar waren de Nederlanden per keizerlijk decreet ingelijfd bij het Franse Keizerrijk. Napoleon had zijn broer Lodewijk Napoleon afgezet die hij in 1806 tot Koning van Holland had gemaakt. Amsterdam werd de derde hoofdstad van zijn Keizerrijk, na Parijs en Rome. Charles-François Lebrun, de 71-jarige hertog van Piazenca, vestigde zich er als gouverneur-generaal.  

Een snelle communicatie met de keizer in Parijs was essentieel. De optische telegraaf moest daarvoor zorgen, een revolutionaire uitvinding die als het begin van de moderne telecommunicatie kan worden gezien. In feite borduurde hij voort op de oeroude rooksignalen, maar dan gestoken in een hypermodern jasje.  

 

Lange verrekijker 

Het netwerk van de optische telegraaf bestond uit een keten van seintorens op onderlinge afstanden van tussen de 10 à 20 km, in een redelijk rechte lijn. Op elke toren stond een seinpaal: een rechtopstaande houten constructie van meer dan zeven meter hoog, waaraan een scharnierende dwarsbalk van bijna vijf meter lang, de régulateur, was bevestigd. De régulateur kon in vier standen worden gezet.  

Aan ieder uiteinde zat een vleugel van twee meter lengte, de indicateur. Die hadden beide zeven standen. Met de manipulateur, een hendel die katrollen en koorden in beweging zette, konden de régulateur en de beide indicateurs samen in (4x7x7=) 196 verschillende standen worden gezet. Om de zichtbaarheid te vergroten was het gevaarte zwart geverfd, waardoor het wel iets weghad van een reusachtige spin.  

Iedere seinstation werd bediend door een stationnaire of telegrafist. Op vaste tijden moest deze met een verrekijker van anderhalve meter lang de buurtposten observeren en de seinen vervolgens doorgeven aan de volgende toren in de keten. Het missen van een sein of het niet correct overseinen werd bestraft met forse geldboetes. Alle berichten waren in code. Op de eindpunten waren codeboeken aanwezig, waarmee directeurs de berichten ontcijferden of versleutelden. Zo was geheimhouding verzekerd.  

Het systeem werkte verbluffend goed – overdag dan, en als het niet mistte. De eerste Chappe-telegraaf tussen Parijs en Lille (ca. 220 km) telde zestien seinstations. In minder dan een uur konden die een bericht door seinen. Een koerier te paard had daar minstens twintig uur voor nodig. 

Verder lezen? Abonnees krijgen het komende nummer van Ons Amsterdam omstreeks 3 juni in de brievenbus!

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 3 juni 23:59 u. aan dan ontvang ook jij dit nummer thuis.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Buurten:
Centrum Oost
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1800-1900