De onbekende lotgenoot van Elsje Christiaens

Van alle in Amsterdam tussen 1492 en 1795 terechtgestelden die grafloos verteerden op het stedelijke Galgenveld in Noord, is de Deense dienstbode Elsje Christiaens de beroemdste. Waarom? Omdat zij aan de galg werd getekend door Rembrandt. Haar lot- en landgenoot naast haar is nu vergeten, maar trok destijds veel meer aandacht. De opdrachtgever en het slachtoffer van zijn huurmoord waren prominente Joodse Amsterdammers. Rembrandt had geen oog voor hem, zijn leerling Anthonie van Borssom wél.

Dankzij archivaris Isa van Eeghen (1969) en Geert Mak (1995) werd Elsje Christiaens een bekende naam. Twee tekeningen van Rembrandt van een jonge, dode vrouw, gebonden hangend aan een paal, naast haar hoofd bungelend een bijl, werden eeuwenlang gedateerd op omstreeks 1655. Zij was geschetst op het stedelijk galgenveld op de Volewijk, aan de noordoever van het IJ, dat was duidelijk. Daar werden in Amsterdam terechtgestelden postuum te pronk gesteld. In gerechtelijke archieven ontdekte Van Eeghen dat het niemand anders kon zijn dan de werkloze Deense dienstbode Elsje Christiaens (18). Op 1 mei 1664 (negen jaar later dan vermoed) werd zij – pas een maand in Amsterdam – veroordeeld tot wurging op de Dam, wegens doodslag op haar hospita tijdens een heftige ruzie over huurschuld. Waarschijnlijk nog dezelfde dag werd het vonnis voltrokken en Elsje naar de Volewijk gebracht. Rembrandt haar later in die maand daar getekend hebben – ze hangt er op zijn prent nog redelijk gaaf bij.
Wat weinigen weten, is dat er (in het Rijksmuseum) nóg een tekening bestaat waarop Elsje herkenbaar is. We zien niet alleen haarzelf (zoals bij Rembrandt), maar het hele galgenveld. Geheel rechts de paal met Elsje en alweer het moordwapen. Helemaal links de vaak afgebeelde galgenput, met halfvergane lijken daarboven hangend. Ertussenin, meteen naast Elsje, een paal met daarbovenop (horizontaal) een groot wagenwiel ('rad') en daarop gebogen zittend een man, die net als Elsje niet al te lang dood lijkt. De pose geeft aan dat hij is geradbraakt. De tekening is gesigneerd door Anthonie van Borssom (1631-1677), een leerling van Rembrandt. Het is waarschijnlijk dat meester en leerling zich in mei 1664 samen het IJ lieten overroeien om deze tekeningen te maken.

Huurmoordenaar
Wie was de geradbraakte man? De vraag liet mij niet los en ik volgde dus Van Eeghens voorbeeld. Met boeiend resultaat. Anders dan Elsje is hij niet alleen in de Confessieboeken terug te vinden, maar ook in de kroniek van Daniel de Barrios (geschiedschrijver van de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam, 1683) en in de bekende stadsgeschiedenis van Casparus Commelin (1692).
De man blijkt Jan Nieuwkerk te zijn. Net als Elsje Christiaens heette hij eigenlijk anders, want ook hij kwam uit Denemarken, het als behoorlijk wat meer immigranten. In processtukken werden buitenlandse namen veelvuldig verhollands. Uit de diverse bronnen kunnen wij Jans Amsterdamse neergang reconstrueren.
Op zondag 9 maart 1664 vroeg de Portugese koopman Jacob Nabarro (50) aan zijn schoonmaakster Trijntje Paulus (40) of hij haar man even kon spreken. Nabarro woonde aan de oostelijke stadsrand in de Jodenbreestraat 'achter het Leprozenhuis', het straatdeel dat is opgeslokt door het Mr. Visserplein. Trijntje en haar man Jan Nieuwkerk (36) woonden dichtbij, op de Verversgracht (nu Zwanenburgwal). Wat de mannen bespraken, vertelde Jan niet aan zijn vrouw. Met reden. Nabarro vroeg Nieuwkerk of hij in één klap f 200,- wilde verdienen. Dat wilde Jan wel. In Denemarken was hij soldaat geweest, maar nu was hij sjouwer zonder vaste betrekking. Uit geldnood deelden Jan en Trijntje hun huurkamer met een 'vrouwmens' (hoer?), ene Engeltje.
Het voorgespiegelde honorarium bedroeg twee jaarlonen van een dagloner zoals Jan. Hij hoefde alleen maar even een vijand van Nabarro dood te schieten. Te weten ene Benjamin Dias Pato, een van oorsprong Spaanse leraar in het jongensweeshuis en de godsdienstschool van het in 1648 opgerichte genootschap Aby Jethomim in de Jodenbreestraat, tegenover Nabarro. Pato was een prominent lid van de Portugees-Joodse gemeente. Nabarro's moordmotief is nooit duidelijk geworden. In zijn bekentenis zei Nieuwkerk alleen dat de godsdienstleraar aan Nabarro "een groot affront hadde gedaan" oftewel hem diep had beledigd. Werd Nabarro aangesproken op zijn extravagante levensstijl?

Opsporingsbericht
Jan Nieuwkerk kocht een pistool en samen oefenden enkele avonden op de stadswal. Na een paar dagen vergeefs wachten op een goede gelegenheid zagen ze 's avonds op 17 maart tegen achten hun kans toen Pato het weeshuis verliet om haar huis te gaan. Maar Nieuwkerk was de moed in de schoenen gezonken. Nabarro gaf hem wat slokken brandewijn. Toen dat niet meteen hielp, dreigde Nabarro zelf te schieten: dan kreeg Jan zijn beloning niet! Die vermande zich, liep achter Pato aan en schoot hem in zijn rug. De rabbijn stierf ter plekke. Nieuwkerk vluchtte, met Nabarro achter zich aan. Bij de Blauwbrug gooide Nabarro het pistool in de Amstel.
Per plakkaat beloofde het stadsbestuur 400 zilveren dukaten voor wie de moordenaar aanwees. Die hield zich schuil, maar Nabarro had volgens kroniekschrijver Barrios intussen "de moed om zeer rustig alle openbare plaatsen der gemeente te bezoeken". Op 27 maart werd Jan Nieuwkerk gepakt. Had commensaal Engeltje geklikt over zijn nerveuze gedrag? Jan bekende en noemde Nabarro als opdrachtgever. Prompt gaf de stad een (door geschiedschrijver Commelin geciteerd) opsporingsbericht uit, waarin de gezochte werd beschreven als een man "van een tamelijke lengte" met vrij lang haar en "met groote swarte knevels", die "goed Spaans, maar qualijk Neerlands" sprak. Maar Nabarro had al de benen genomen. Het laatst werd hij gezien in Delft, vermoedelijk op weg naar het buitenland.
Wat de tijdgenoot nieuwswaardig aan de moord vond, blijkt uit de korte aanduiding van Commelin in de kantlijn bij zijn relaas: "1664. Grouwelijke moordt van d'een Jode aan d'ander gedaan." Dat Jan Nieuwkerk slechts een door armoe gedreven uitvoerder was, begreep iedereen. Maar voor de strafmaat maakte dat niet uit. Hij werd veroordeeld om "op 't schavot voor den rathuijse deser stede geleijt te worden op een houte kruise, en nae dat hij ten dele sal geworcht sijn door den scherprechter geradbraakt en met een ijsere bout sijn leden en hoofd aen stucken geslagen datter de doot nae volgt". Dat gebeurde op 5 april. Vervolgens werd zijn lijk naar de Volewijk gevaren en daar op een rad gezet.
Destijds was Jan Nieuwkerks daad het gesprek van de dag, geheel anders dan die van Elsje Christiaens. Nu is hij vergeten en zij wereldwijd bekend. Want zij werd getekend door de grote Rembrandt en hij niet.... 't Kan verkeren.

Delen:

Jaargang:
2015 67

Gerelateerd

Café Eijlders is al 80 jaar een artistieke huiskamer
Café Eijlders is al 80 jaar een artistieke huiskamer
Verhaal 1 oktober 2020
Hoe 'waar' is het verhaal van 'Publieke Werken'?
Hoe 'waar' is het verhaal van 'Publieke Werken'?
Verschenen 3 december 2015
Lelijk is mooi
Lelijk is mooi
30 november 2015