De M.S. Oslofjord gaat te water

De scheepsbouw herleeft

Daverend applaus klinkt op alsde M.S. Oslofjord van de werf het IJ inglijdt. Het luxe passagiersschip is in 1949 het visitekaartje van de NDSM. Drie jaar eerder nog lag de werf in puin, en kijk nu eens! De scheepsbouw floreert weer in Noord.

Meer dan 20.000 mensen kwamen op 2 april 1949 naar de tewaterlating van de M.S. Oslofjordop de werf van de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) aan de Cornelis Douwesweg in Noord. Het was met 166 meter lengte het grootste passagiersschip ooit door de NDSM voor een buitenlandse opdrachtgever gebouwd. De schoondochter van de Noorse koning, kroonprinses Märtha, had zich bereid verklaard “de laatste beletselen weg te nemen” en samen met haar man, prins Olav, het schip te dopen. Noorse royalty, daar kwam heel Amsterdam-Noord voor op de been. Märtha en Olav hadden ook iets met de stad: ze waren hier verliefd geraakt tijdens de Olympische Spelen van 1928. 

De NDSM was buitengewoon trots op de Oslofjord. Het schip was gebouwd in opdracht van de Norske Amerika Linje en bestemd voor de lijndienst tussen Noorwegen en de Verenigde Staten. Het was het grootste schip onder Noorse vlag – toen de derde handelsvloot ter wereld – en dus een uiterst prestigieuze opdracht voor de werf. Het schip was bedoeld voor 266 passagiers in de Eerste Klasse en 359 in de Toeristen Klasse; de bemanning telde 283 koppen. De twee zevencilinder tweetakt dieselmotoren met een vermogen van 16.350 APK (as-paardenkracht) werden geleverd door de Machinefabriek Gebr. Stork & Co. te Hengelo. Bijzonder was dat de hele bovenbouw van het schip en de schoorsteen grotendeels van aluminium waren, wat een aanzienlijke gewichtsbesparing opleverde.

 

Luxe

Dat het schip in Amsterdam gebouwd kon worden was een klein wonder. In de Tweede Wereldoorlog was de NSM-werf herhaaldelijk gebombardeerd door de geallieerden, omdat de Duitse bezetters er schepen lieten bouwen. Na de landingen bij Arnhem, toen de kansen in de oorlog definitief leken te keren, werden de grote kranen door de Duitsers opgeblazen en de machines weggevoerd naar Duitsland. Twee schepen in aanbouw werden in het Noordzeekanaal tot zinken gebracht. Bij de bevrijding was de werf een ruïne. 

Vanaf 1946 werd het terrein weer met man en macht opgeruimd. Met onderdelen van de vernielde kranen werden nieuwe kranen gebouwd. De NSM (Ned. Scheepsbouw Mij) fuseerde met de NDM (Ned. Droogdok Mij) tot de NDSM: een reusachtige werf van 100 ha met een oeverlijn van twee kilometer langs het IJ. De eerste opdrachten kwamen van de Nederlandse overheid, in mei 1946 volgde de grote Noorse opdracht. In maart 1948 werd de kiel gelegd. Het ging daarna voorspoedig met de werf, die enkele jaren later maar liefst aan 9000 mensen werk bood in de scheepsbouw en -reparatie.

 

Trots

Vlak voor de oplevering kon het publiek zich vergapen aan de overweldigende luxe op de M.S. Oslofjord. Het schip beschikte over een zwembad, een ziekenhuisje, een wasserij, slagerij, drukkerij, patisserie en een wireless telephone service. In de lounges en eetzalen hingen kunstwerken van Noorse kunstenaars en sierlijke lampen ontworpen door Andries Copier in Leerdam. In de conversatiezalen konden 16mm-films worden vertoond. “Voorts is er een podium met vleugelpiano, waarop tijdens de vaart een strijkje de passagiers ontspanning brengt”, lezen we in de fraaie brochure. En dan was er nog de ‘wintertuin’, een plantenkas op het bovendek: “Dit is een der aantrekkelijkste punten op het schip. Te midden der groene planten zullen passagiers een prachtig uitzicht hebben op de volle zee.”

Ook Prins Bernhard kwam nog even poolshoogte nemen. Enkele dagen later vertrok de Oslofjord op 11 november naar Oslo. De NDSM-bouwers keken het passagiersschip trots na: “Vanaf dat ogenblik zal dit vlaggenschip de eer van Noorwegen op de Atlantische Oceaan hooghouden, maar tegelijk een teken zijn van datgene waartoe de N.D.S.M. in staat is.”

 

Explosie

Bijna twintig jaar lang voer de Oslofjordonder Noorse vlag op de lijndienst naar New York. In 1966 keerde het terug bij de NDSM, om te worden gemoderniseerd met onder andere nieuw brandblusmateriaal “in overeenstemming met Amerikaanse standaarden”. Costa Crociere, een grote Italiaanse cruisemaatschappij, nam het schip vervolgens in gebruik en doopte het om tot M.S. Fulvia. De bemanning was grotendeels Italiaans, maar de kapitein was nog altijd een Noor. 

Op 19 juli 1970 vond er bij de Canarische Eilanden om vier uur ’s morgens een explosie plaats in de machinekamer. Er brak brand uit. In de grote balzaal van het schip was een feest in volle gang, de andere passagiers lagen in bed. Er werd alarm geslagen, maar de scheepsomroep bleek te zijn uitgevallen, en dus moesten alle slapende passagiers persoonlijk worden gewekt. Feestgangers en slapers verzamelden zich in baljurk en pyjama aan dek. Ook de nieuwe koolzuursneeuwblussers faalden: pas na drie kwartier konden die worden ingeschakeld. 

De 488 passagiers en 247 bemanningsleden redden zich met de sloepen en werden door een Frans schip aan boord genomen. 27 Bemanningsleden bleven achter om de brand te blussen, maar tevergeefs. Door de enorme hitte was de aluminium schoorsteen van het schip geheel weggesmolten. Dertig uur later zonk de Fulviaalias de voormalige Oslofjordin de Atlantische Oceaan. Bij het onderzoek door de Noorse Scheepsraad zei de Noorse eigenaardat de bemanning zich heldhaftig had gedragen, dat de passagiers niet in paniek waren geweest en dat zij hun leven vooral te danken hadden aan de uitstekende constructie van het schip.

 

Beeld Header: De tewaterlating van de MS Oslofjordop 2 april 1949. Ben Merk, Nationaal Archief

 

Aprilnummer 2019

Aprilnummer 2019
Delen: