De Looiersbuurt: stinkend aan de stadsrand

In de Nieuwe Looiersbuurt tussen de Vijzelgracht en Reguliersgracht zaten tot ver in de 19de eeuw leerlooierijen. Lekker rook het er niet. Bij elke stadsuitbreiding moest de bedrijfstak naar een andere uithoek verkassen. 

In het voorjaar van 2021 stond er voor het huis Nieuwe Looiersstraat 72 een puinbak met een berg natte, zwarte aarde. Bovenop staken twee koeienhorens uit een kluit modder, door de grondwerkers als trofee erop gezet. Het uitgraven van de kelder van het pand had tientallen fragmenten van dierenbotten opgeleverd: en onderkaak met maalkiezen, een rib, een schenkel, een schouderblad. Bijna alle botten waren afkomstig van runderen, een enkele van een geit, paard of varken: het gebruikelijke afval van het leerlooiersambacht. 

Stank, vervuiling, onhygiënische toestanden en overlast kenmerkten het leerlooien. De stadsregering verordonneerde al vroeg dat de bedrijfstak daarom aan de rand van de stad gevestigd moest zijn, en dat betekende dat de looierijen bij iedere stadsuitleg opnieuw moesten verhuizen. Aanvankelijk, vanaf omstreeks 1400, zaten de looierijen aan het Rokin; midden 16de eeuw werd besloten de bedrijfstak op één plek te concentreren, een ‘generale loyerie’ buiten de stadsomwalling, destijds nog het Singel.  

Met de aanleg van de grachtengordel kwam dat gebied weer binnen de stad en dus schoven de bedrijven op naar het zuidelijk deel van de Jordaan, rond de Looiers- en Passeerdersgrachten. ‘Passeren’ is het bereiden van zacht Spaans leer of zeemleer, gebruikt voor het maken van rijbroeken, handschoenen, laarzen, stoelkussens, enzovoort. Het bewerken en verhandelen van dierenhuiden leeft hier nog voort in de namen van de straten: Beren-, Wolven-, Ree-, Hazen-, Konijnen-, Eland- en Hartenstraat (Hertenstraat). Ook de Runstraat ontleent zijn naam aan de industrie: run, gemalen eikenschors, is een middel om huiden te looien. Dat de bedrijfstak ook hier overlast gaf was duidelijk: de Zeemtouwerssloot achter de Elandsstraat had de bijnaam Stinkende Elandssloot en de twee zeemleermolens op de bolwerken bij de Elandsgracht heetten de Kleine en Grote Stinkmolen. 

Ontstaarten 
Omstreeks 1660 kregen de looiers weer een nieuwe locatie aan de stadsrand toegewezen, nu in de ‘Vierde Uitleg’, tussen de Vijzel- en Reguliersgrachten. Omdat de looierijen toegang tot water nodig hadden, groef het stadsbestuur er de Nieuwe Looierssloot, parallel aan de Lijnbaansgracht.  De uitgiftekaart uit 1670 van de percelen tussen de Nieuwe Looiersstraat en de Lijnbaansgracht telt aan weerszijden van de Nieuwe Looierssloot niet minder dan dertig looierijen, aaneengesloten naast elkaar. Andere ambachten zaten er niet. De industrie zou er gedurende bijna twee eeuwen gevestigd blijven. 

Verder lezen? Abonnees krijgen het komende nummer van Ons Amsterdam omstreeks 2 september in de brievenbus! Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 2 september 23:59 u. aan dan ontvang ook jij dit nummer thuis.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Nieuwelooiersstraat 40. Vrienden van Amsterdamse gevelstenen

 

Delen:

Dossiers:
Economie
Editie:
September
Jaargang:
Rubriek:
Tijdperk:
1600-1700 1700-1800 1800-1900