De Levende Opjekten Sjoo in Paradiso

Op zondag 13 oktober 1968 loopt Paradiso vol voor de Levende Opjekten Sjoo van beeldend kunstenaar Hans Frisch. Hij schotelt het publiek een ‘tableau vivant’ voor van beschilderde meisjes die dansen op experimentele muziek en stotterzang. De zedenpolitie is er ook. Want de meisjes zijn bloot.

Het beloofde een opwindende avond te worden in Paradiso. “De levende objekten die zondagavond optreden, bestaan uit mooie blote meisjes, enigszins beschilderd, soms en voor de spanning in het begin in plastic verpakt”, schreef Het Vrije Volk daags tevoren. Bedenker en regisseur Hans Frisch had de zedenpolitie speciaal uitgenodigd voor zijn ludieke voorstelling in de hoop dat er proces verbaal zou worden opgemaakt, want hij wilde een proefproces uitlokken. Maar bij de Amsterdamse politie gingen de alarmbellen niet af, die was inmiddels wel wat gewend. Telefonisch liet een woordvoerder de krant weten: “Denk je dat we onze tijd verknoeien aan dergelijke onzin?” Ze zouden wél komen – en zaten vooraan in burger.

Met zijn Levende Opjekten Sjoo poogde Frisch vanaf mei 1968 in den lande voet aan de grond te krijgen, wat slecht lukte omdat gemeentebesturen het optreden doorgaans verboden. Zo niet in Amsterdam. Alles werd uit de kast gehaald om er iets spetterends van te maken, die zondag 13 oktober 1968. Blote meisjes kropen vanuit een luik in de vloer door een transparante plastic slurf naar het podium, hun rondingen en navels beschilderd met de vaderlandse driekleur aangebracht in cirkels. Een jongen opgedoft met enkel een kleurige strik om zijn pielemans deed ook mee. Op het podium werd gedanst op de atonale, geïmproviseerde klanken van het Slechtste Orkest ter Wereld. De toeschouwers moesten een muzikale bijdrage leveren als Stotterrrzangkoor (Waar de blanke top der duinen), maar die bleef beperkt tot wat zacht gemurmel. Met een lichtshow van vloeistofdia’s, die een psychedelisch sfeertje creëerde, was de stemming er vooraf al ingebracht. Geestverruimende middelen waren overigens taboe gezien de te verwachten toeloop van agenten.

Telefoontje zedenpolitie
“Het publiek was beduusd”, herinnert zich Rinie Frisch, vrouw van de bedenker van het spektakel en zelf actief in het orkest. Leo Jacobs, die later naam zou maken bij Radio Stad, deed verslag in Het Vrije Volk. Hij was wel te spreken over een “ongewoon fraaie anti-striptease act”, maar vond het artistiek allemaal erg matig. Enige opwinding ontstond alleen toen de fotograaf van zijn krant hardhandig van het podium afgewerkt werd. Wél onder de indruk was journalist Pieter Min: “Het is anders. Het lijkt op niets wat iemand ooit heeft gemaakt. Een synthese van theater, ballet, concert, erotiek, atletiek en nog wat. Een soort oerkunst.” En de zedenpolitie? Die nam de moeite om de volgende dag te melden dat het een mooie voorstelling was. Geen zedenzaak dus. De Levende Opjekten Sjoo bracht overigens niet als eerste bloot in Paradiso. Regi Govers had de primeur met zijn experimentele toneelstuk 0=0, waarin hij zich naakt uit pakpapier liet wikkelen.

Het ‘kosmies ontspanningssentrum’ was luttele maanden eerder op 30 maart 1968 geopend met een concert van onder meer CCC Inc. Het voormalige verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente stond al ruim drie jaar leeg. Eind 1967 had een groep jongeren na een oproep in het blad Hitweek al eens geprobeerd het pand te kraken, maar dat wist de politie te verijdelen. Er was bij alternatieve jongeren – door de rechtse pers steevast aangeduid als “langharig werkschuw tuig” – een grote behoefte aan ontmoetingsplekken waar ze hun voorkeur voor ‘nederbiet’ en ‘nederwiet’ konden delen. De traditionele jeugdhonken met hun goedwillende maar bedillerige jongerenwerkers voldeden niet meer. Hitweek-redacteuren Koos Zwart en Willem de Ridder vulden die leemte door clubs op te zetten die Provadya? waren gedoopt, naar het woord voor muziek in het Hindi vadya en met een vraagteken erachter om het experimentele karakter te beklemtonen. De eerste Provadya? was op 13 oktober 1967 geopend in de bovenzaal van Felix Meritis en zo’n succes dat er in het hele land dergelijke clubs ontstonden. Omdat bij Felix de huur opgezegd dreigde te worden, hadden ze het oog laten vallen op het pand aan de Weteringschans.

Experimenten
Wethouder Jeugdzaken Harry Verhey leende de initiatiefnemers een gewillig oor. Een dag eerder dan Paradiso was de stichting ook Fantasio begonnen in het zieltogende jongerencentrum Het Anker aan de Prins Hendrikkade, voormalig bolwerk van de AJC, waarvan Koos Zwarts grootvader Koos Vorrink ooit de bezielende leider was geweest. Dat ontwikkelde zich meer in de zweverige hoek, met name toen het vanaf 1970 als De Kosmos verder ging.

Op het stadhuis keek de Commissie Jeugdzaken toe. Blijkens de notulen waarschuwde burgemeester Ivo Samkalden herhaaldelijk voor de ‘magneetwerking’ op jongeren uit binnen- en buitenland door het tolerante Amsterdamse jeugdbeleid. Maar Verhey en zijn ambtenaren juichten het juist toe dat de stad naam kreeg als the place to be. Het kon ze geen worst schelen dat de burgemeester boze brieven kreeg van verontruste burgers over naaktloperij. Paradiso schreef al snel muziekgeschiedenis. Nog in het eerste jaar traden internationaal befaamde bands op als Traffic (met Steve Winwood), Pink Floyd en Steppenwolf. Hans Dulfer organiseerde wekelijkse jazzavonden en haalde bijvoorbeeld de saxofonist Ben Webster binnen.

Intussen werd de kritiek op de happenings in Paradiso vakkundig gepareerd door Verheij. “Er is iets gezegd over de aard van de programma’s, waarbij er zouden zijn, die in letterlijke zin niet veel om het lijf hadden. (…) Schrikt men terug voor experimenten, dan schuwt men het nieuwe en getuigt men van een conservatieve inslag.” Hij begreep dat er een verschuiving plaatsvond waarin de individuele ontplooiing centraal ging staan en dat de nieuwe jeugdcultuur daarin vooropging. Zo was ook het maatschappelijk taboe op seksualiteit aan het verdwijnen. Na de introductie van de pil begin jaren zestig, die het mogelijk maakte geslachtsverkeer en voortplanting los van elkaar te zien, was seksuele vrijheid het parool geworden. De Levende Opjekten Sjoo van Hans Frisch was daarvan een uiting. Al werd dat niet door iedereen even goed begrepen. Rinie Frisch: “Na een optreden bij Sonja Barend in het tv-programma Fenklup moest ik de volgende dag een stuk of wat hoerenlopers van de trap jagen.”

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman

Beeld: LP-hoes van de Levende Opjekten Sjoo. Hans Frisch.
Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
November
Jaargang:
2014 66
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1950-2000