De laatste maanden van een gekweld kunstenaar

Schilder en beeldhouwer Rik Wouters is een van de meest geliefde kunstenaars van België. Precies 100 jaar geleden eindigde zijn aangrijpende levensverhaal, veel te vroeg, in Amsterdam.

"In mei 1915 schemert de magische naam Amsterdam door de correspondentie van het echtpaar Wouters. [...] Al op 17 april heeft de generaal der land- en zeestrijdkrachten soldaat Wouters een 'verlof voor onbepaalden tijd naar Amsterdam' verleend. Op 31 mei ondertekent commandant Oosterman de verlofpas. Rik dient zich in de hoofdstad te melden bij het militair gezag en bij de hoofdcommissaris van politie. Zodra hij het kamp verlaat – en tot het einde van zijn verlof – moet hij burgerkleren dragen. Rik is een vrij man", schrijft Eric Min in Rik Wouters, een biografie uit 2011. Hoe kwam Rik Wouters in dit kamp terecht en hoe zagen zijn voorafgaande jaren eruit?

Hendrik Emile (Rik) Wouters wordt op 21 augustus 1882 geboren in Mechelen, België. Zijn oudere broertje, Frans Emile, heeft nog geen drie maanden geleefd; Riks moeder overlijdt als hij zes is. Op z'n twaalfde houdt hij de school voor gezien en gaat hij als houtsnijder aan de slag op het meubelatelier van zijn vader. Hij volgt ook lessen op de plaatselijke kunstacademie. Als hij zeventien is, gaat hij naar de Brusselse Academie voor Schone Kunsten in de Zuidstraat. Hier ontmoet hij zijn latere vrouw Hélène Philomène Leonardine Duerinckx, kortweg Nel, die hier model is. Ze is vier jaar jonger dan Rik. De twee trouwen op 15 april 1905. Rik is bezeten van zijn werk: "Leven is schilderen, beeldhouwen en tekenen", laat hij in een brief weten.
Hij heeft enig succes en sluit in 1912 een contract met de Brusselse kunstgalerie Giroux. In de jaren 1912-1913 is hij koortsachtig aan het werk en maakt hij enkele hoogtepunten uit zijn carrière, zoals het schilderij De strijkster en sculpturen als Het zotte geweld en Huiselijke zorgen – alle met Nel als model. Maar ook klaagt hij steeds vaker over hoofdpijn. Langzamerhand zal blijken waar hij aan lijdt: kaakbeenkanker. Diverse operaties zullen volgen.
In 1914 breekt de oorlog uit. Wouters wordt opgeroepen als soldaat en ingezet bij de verdediging van Luik. Het Belgische leger heeft weinig verweer tegen de Duitsers. Wouters' compagnie vlucht naar het neutrale Nederland, waar hij terechtkomt in een interneringskamp, eerst in Amersfoort, dan in Zeist.

... naar Amsterdam
In mei 1915 krijgt Wouters vanwege zijn slechte gezondheid toestemming kamp Zeist te verlaten en vertrekt hij naar Amsterdam. Zijn eerste adres is De Lairessestraat 6, het huis van kunstkenner Nicolaas Beets (1878-1963), kleinzoon van de schrijver, die hem verscheidende malen in Amersfoort opzocht en ook werk van hem had gekocht. Direct gaan Wouters en Beets op zoek naar een geschikt onderkomen, dat ze vinden op de Derde Kostverlorenkade nummer 37, de derde verdieping van een gloednieuw flatgebouw dat uitkijkt over de Kostverlorenvaart. Samen met Nel gaat hij hier wonen.
Een eeuw later stelt biograaf Min vast dat het gebouw "mooi oud" is geworden. "Vanaf de straat gezien lijkt het nog altijd een brede, elegante huurkazerne in baksteen, met kleine balkons. De gietijzeren afrastering van het balkon staat nog op zijn plaats, maar de schoorsteenmantel met de kachel is verdwenen en ook een binnenmuur werd gesloopt, zodat de ruimte groter is geworden."
Bijna alle Amsterdamse tekeningen, aquarellen en schilderijen maakt Wouters in de lichte kamers van deze woning in de anderhalf jaar die hem nog gegund is. Nicolaas Beets herinnert zich in januari 1941 in Maandblad voor Beeldende Kunsten: "Daar keek hij neer op de groote ronde tafel, welker breede cirkel voor zijn blik een bruin brood, een zwart-glimmenden koffiepot, een hard-blauw kopje, of een vaas met donkerpaarse bloemen als in een magische spanning insloot. Daar werden de soepele bewegingen – of het dolce far niente – van Flip de poes bespied en breed getekend. Daar zette zijn vrouw zich neer voor het aan weerszijden door kleurige cretonne gordijnen afgezette open raam, of voor de speelsche spiegelingen van het gesloten vensterglas. Daar zag hij over de Baarsjes uit tot in de verste, maar voor zijn oogen scherp en licht gebleven verten. Daar keek hij neer in het spiegelende water, waarop de langs de Schinkel gekomen, met versche groenten en bloemen, volgeladen platte schuiten en de hooge kleurige turfschepen, langzaam voorbij hem tuften."

Exposities
Aan het begin van de zomer van 1915 gaat Wouters (opnieuw) onder het mes. De behandeling heeft niet het gewenste resultaat, hij barst nog van de pijn, maar blijft gestaag doorwerken. Op een dag roeit hij met Nel de Schinkel op en maakt hij een portret van haar tegen de achtergrond van water onder een lage horizon, getiteld In de boot. Op een zonnige julidag schildert hij Zomernamiddag, een portret van Nel in haar blauwe jurk bij het raam, van bovenaf gezien. Een zeilboot vaart voorbij.
Nadat hij enkele schilderijen heeft voltooid, beseft Wouters dat zijn ene oog niet meer mee wil. Het kijkt de andere kant op. Om geen canvas te verspillen legt hij zijn penselen weg.
Als het weer het toelaat, zit Wouters op het balkon te schetsen, met zijn hoed over zijn ogen als het licht te hevig is. Verwijzend naar gelukkiger tijden in Parijs noemt hij de Kostverlorenvaart de "Amsterdamse boulevard des Italiens". Van een konvooi schepen dat voorbijvaart, maakt hij de ene tekening na de andere. Ondertussen bereidt hij twee Amsterdamse tentoonstellingen voor. In oktober toont hij in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum een reeks aquarellen en tekeningen in zwart-wit, uitgevoerd met pen, gewassen inkt of houtskool die hij in Amersfoort en Amsterdam gemaakt heeft. Begin 1916 zal een expositie volgen in het Stedelijk Museum van schilderijen, aquarellen en sculpturen.
Met de gezondheid gaat het bergafwaarts. Op zondagavond 3 oktober 1915 vergezelt Nel haar man naar de Vereeniging voor Ziekenverpleging aan de Prinsengracht 769. De volgende dag maakt een fotograaf twee uur voor de operatie een portret van hem. Min beschrijft: "De man die zijn mooiste pak heeft aangetrokken, is een terdoodveroordeelde die op zijn executie wacht, een oude jonge man die gelaten in de lens kijkt. De gezwollen rechterwang onder het zieke oog is goed te zien. In zijn schoot: handen van perkament, gevat in de mouwen van een veel te wijd jasje."

Zelfportret met ooglap
De operatie duurt vijf kwartier, schrijft Wouters later aan een vriend: "Ik heb zonder ophouden geschreeuwd, de hele operatie lang, want de cocaïne kon niet op tegen die smeerlapperij. Het was verschrikkelijk, maar ik heb het volgehouden en ik heb de dokters hun gang laten gaan, ondanks de ondraaglijke pijn, en daarover waren ze heel tevreden."
Wouters blijft ongeveer twee weken in het ziekenhuis, zijn literaire vrienden Jan van Nijlen en Jan Greshoff bezoeken hem verschillende keren. De laatste vertelt (in Afscheid van Europa. Leven tegen het leven, 1969) over deze bezoeken. Er werd "nooit over ziekte, wel veel en vurig over schilderkunst gesproken [...]". En vervolgt: "Hij was reeds in die dagen van de eerste wereldoorlog een groot schilder en tegelijkertijd een ingetogen man en een kameraad uit duizend." Enkele weken na de operatie begint Wouters aan zijn opmerkelijke werk Rik met de zwarte ooglap, het is in drie sessies klaar. "Een staatsieportret in pyjama", oordeelt zijn biograaf.
Eind 1915 begint Rik aan een intensieve behandeling met röntgenstralen en radium in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Keizersgracht 206. Het wordt een lijdensweg. Thuis krijgt hij bezoek van vrienden, onder wie de Vlaamse dichters Ary Delen en opnieuw Jan van Nijlen. In januari en februari 1916 heeft hij een grote en succesvolle tentoonstelling in het Stedelijk. Bij die gelegenheid wordt hij geïnterviewd: "Ik heb altijd hard gewerkt en weinig wereldschen omgang gehad", zegt hij. En over Amsterdam: "Prachtstad hier, ik leef er gelukkig, als God me gezondheid geeft, dat 'k kan bezig blijven..."
Het is zijn laatste interview. Maar niet zijn laatste tentoonstelling. Wouters exposeert nog in de Rotterdamse Kunstkring, de Hollandsche Kunstenaarskring in Amsterdam, de Haagsche kunstzaal D'Autretsch en de Pulchri Studio – al zal hij zich van die laatste tentoonstellingen nauwelijks bewust zijn geweest. De waardering voor zijn werk groeit.

Laatste weken
Met de dood voor ogen tekent hij op de Derde Kostverlorenkade nog twee zelfportretten en werkt hij aan een tweede versie (na die uit 1912) van De strijkster en aan De schelvis, een aquarel op karton, naar wordt aangenomen Wouters' laatste werk. Maar hij kan de afstand tot het karton niet meer goed inschatten. Voor hij er erg in heeft, stoot hij ertegenaan. Werken is nu definitief onmogelijk geworden.
Op woensdag 5 april 1916 verlaat Rik Wouters voor de laatste keer zijn huis naar het Prinsengrachtziekenhuis. De volgende dag volgt de laatste operatie. Te redden is hij niet meer en op 11 juli sterft hij kort na middernacht op 33-jarige leeftijd. Van Nijlen schrijft een gevoelig afscheidssonnet: "Een klein vertrek en stil... Witte gordijnen / En witte wanden in 't gedempte spel / Van zonnestralen die in wolken kwijnen, / Een hand... een doode hand, en een vaarwel!"
De schilder wordt begraven op het kerkhof in Buitenveldert, met militaire eer. Er vormt zich een lange stoet. "In oorlogstijd is elk verzetje een geschenk van de goden", merkt biograaf Min laconiek op. Bij het graf spreken onder anderen Jan Six, als afgevaardigde van de aankoopcommissie van het Stedelijk Museum, en Herman de Rouville, uit naam van de schilders. Acht jaar later wordt het stoffelijk overschot overgebracht naar België en bijgezet op het kerkhof van Watermaal-Bosvoorde, nabij het huis waar Rik en Nel woonden.

Vervolg
Nel blijft na Riks dood nog tot 1919 in Amsterdam wonen, daarna keert ze terug naar België. Ze hertrouwt met een arts en behartigt Wouters' belangen. Ze schrijft haar nooit uitgegeven boek Roman de la Vierge folle en in 1944 publiceert zij Het leven van Rik Wouters doorheen zijn werk, het geromantiseerde levensverhaal van haar man. Ze overlijdt in 1971, 85 jaar oud.
"Wat zou de toekomst hem hebben gebracht?", vraagt Eric Min zich aan het eind van zijn biografie af. Wat we wél weten is dat na de dood van Wouters zijn populariteit gestaag toeneemt, vooral in België. De twee belangrijkste kunstmusea, in Brussel en Antwerpen, beginnen al spoedig na de Eerste Wereldoorlog aan het opbouwen van hun grote Wouters-collecties. In Mechelen bestaan al geruime tijd plannen voor een eigen Rik Wouters Museum. Hij liet naar schatting 170 schilderijen, 35 sculpturen, 50 etsen, 40 pastels en 1500 tekeningen na. Een omvangrijk oeuvre, gecreëerd in nauwelijks tien jaar. Bewogen jaren, mogen we wel zeggen.

Delen:

Jaargang:
2016 68

Gerelateerd

Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Hier gebeurde het 9 januari 2017
De stad slijt zienderogen
De stad slijt zienderogen
Column 9 januari 2017
Rokin Extra 9: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Rokin Extra 9: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Inhoud 1 januari 2017