De Kneet

Hij kon héél hard fietsen en héél goed 'lullen'. Veertig jaar geleden werd Gerrie Knetemann (1951-2004) wereldkampioen wielrennen, na een sprint tegen de Italiaanse titelverdediger Francesco Moser. Het was in zijn eigen woorden 'de dood of de gladiolen' op die laatste augustuszondag in 1978. Huilend kreeg de voormalige stratenmaker de regenboogtrui om zijn schouders.

Op de dag dat de Amsterdamse filmregisseur en columnist Theo van Gogh in de Linnaeusstraat van zijn fiets werd geschoten door Mohammed B., stapte Gerrie Knetemann op zijn mountainbike en kreeg hij in de duinen van Bergen een hartstilstand. De gruwelijke aanslag op Van Gogh beheerste die 2 november 2004 het nieuws. Het overlijden van de voormalig wereldkampioen wielrennen was slechts goed voor korte berichten op de sportpagina's en een voetnoot bij het journaal.
Op maandag 28 augustus 1978 openden de kranten wél met Gerrie Knetemann. Een dag na het wereldkampioenschap wielrennen op de West-Duitse Nürburgring, waar hij met de Italiaanse wielervedette Francesco Moser naar de eindstreep reed op een van de zwaarste wereldkampioenschappen sinds tijden. De herfst was die dag ingetreden in de mistige Eifel, er stond een ijzige wind. De venijnige hellingen op het autocircuit zorgden voor een verdere schifting, slechts 31 van de 111 profwielrenners haalde na twaalf rondes de finish.
Bij de start had de latere wereldkampioen nog weinig vertrouwen in een goede afloop. "Je raadt nooit welk startnummer ik heb", zei hij tegen zijn vrouw Gré. Ze gokte op dertien. "Ja Gré, zeven en zes en dat bij elkaar opgeteld is dertien!" Het antwoord van Gré: "En als je zes van zeven aftrekt hou je één over!" De bijgelovige Amsterdammer demarreerde later die dag samen met titelverdediger Moser uit een kopgroep met illustere namen als Bernhard Hinault, Beppe Saronni, Roger de Vlaeminck, Didi Thurau, Jan Raas en Joop Zoetemelk. "We zaten allemaal kapot. De strot eraf. Maar ik dacht: ik ben toch al naar de kloten, ik demarreer gewoon. Raas viel om, zo steil was dat stukkie naar boven." In de eindsprint versloeg hij zijn medevluchter, op papier de betere sprinter.

Nakomertje

Het was een memorabele wereldtitel vol verhalen. De overwinning van Knetemann – 'de Kneet' – wekte bij sommigen argwaan. De televisiekijkers hadden de twee koplopers op weg naar de meet zien smoezen. Knetemann ontkende dat hij de titel had gekocht: "Mensen die mijn uitslagen een beetje volgen, weten dat ik in een sprint met twee niet kansloos ben." Bovendien was het verschil op de finish minimaal. Tegen ploeggenoot Aad van den Hoek gaf hij toe dat hij de Italiaan misschien een beetje 'geflikt' had. "Moser dacht dat we een deal hadden, ik een zak geld en hij de titel. We hebben daarover wel met elkaar gesproken, maar ik heb nooit gezegd dat ik akkoord was."
Nederland stond die laatste zondag van augustus 1978 op zijn kop, Amsterdam in het bijzonder. Maar moeder Knetemann ging in Amsterdam-West ook tijdens de eindsprint onverstoorbaar door met het schillen van de aardappels. Tante Leen en Ome Gerrit waren afkomstig uit de Jordaan. Hun beroemde zoon werd op 6 maart 1951 in de Bloys van Treslongstraat (West) geboren. Gerard (Gerrie) Friedrich Knetemann was een nakomertje, zijn zussen Riekie en Anne waren respectievelijk zeventien en elf jaar ouder.
Vader Gerrit – stukadoor – was een telg uit een geslacht van communistische stratenmakers. "Het was een echte rooie", zei Gerrie ooit eens in een interview met de Haagsche Courant. "Mijn vader en zijn maten waren niet meer dan praktische tegenhangers van het establishment. Wat wisten die mensen van de basisideologie van achter het IJzeren Gordijn? Niks toch." Toen de Russen in 1956 de Hongaarse opstand neersabelden, zei Gerrit zijn partijlidmaatschap op en werd thuis De Waarheid ingeruild voor De Telegraaf.

De Germaan

Vader Gerrit stond altijd klaar voor anderen – en zoon Gerrie was net zo. "Ik dacht niet links of rechts. Ik ben opgevoed in gewoon menselijk rechtschapenheid en ook in tolerantie, maar wel tot een zekere grens. Tot hieraan toe en niet verder." Op de Van Rijnschool (hoek Bestevâerstraat en Jan van Galenstraat) bleek hij een echte lezer. Na Alleen op de Wereld verslond hij ridderverhalen en boeken over historische gebeurtenissen. Op een sinterklaasavond kreeg hij de sportklassieker Te midden der kampioenen van Joris van den Bergh. Het gezin Knetemann was geabonneerd op de Televizier, het omroepblad dat de eerste Nederlandse wielerploeg sponsorde. Een ploeg met harde werkers als Cees Haast, Wim van Est en Wout Wagtmans. Gerrie droomde ook van een leven als wielrenner, maar vooralsnog sleet hij zijn dagen als talentloze straatvoetballer. "Ik ging altijd de andere kant op dan de bal", grapte hij later. Ook voor judo miste hij elk talent. "Ze gooiden me alle kanten op."
Leren bleek niet aan hem besteed. Voortijdig verliet hij de mulo en begon als boodschappenjongen bij mantelfabriek De Favoriet, Herengracht 607. Op z'n zestiende verruilde hij de zieltogende firma voor de opleiding tot stratenmaker. Voor het examenonderdeel 'kruispunt aanleggen' slaagde hij met het hoogste cijfer. Hij kocht zijn eerste racefiets en werd stiekem lid van wielervereniging De Germaan. Teleurgesteld over het uitblijven van prestaties, verhuisde de racefiets naar de schuur. Tot er iemand van de club bij moeder voor de deur stond om de contributie te innen. "Als er betaald moet worden, ga je ook fietsen!" En toen ging het hard. Het "lullige ventje met dat brilletje en die dunne benen" reed op trainingen richting Zandvoort alras Amsterdamse amateurs van naam en faam uit de wielen.

Winnaar

Voor de wekelijkse baantrainingen in het Olympisch Stadion nam hij bus F naar het Haarlemmermeerstation, zijn baanfiets en reservewielen mee. De buschauffeurs knepen een oogje toe, fietsen op de bus waren niet toegestaan. Gerrie was ze dankbaar: "Anders kon ik niet bij het stadion komen." Als nieuweling in de amateurploeg van Amstel Bier maakte hij indruk in een meerdaagse etappekoers in de Elzas en mocht hij zijn eerste interview geven. De eer was aan Telegraaf-wielerverslaggever Ron Couwenhoven. "Maar hij was nog zo onbekend, dat het interview alleen verscheen in De Courant Nieuws van de Dag, de goedkope Amsterdamse editie van De Telegraaf", schreef die later.
De Amsterdammer Herman Krott, ploegleider van de Amstel, wordt beschouwd als zijn ontdekker. Maar Gerrie boekte zijn eerste zege in de trui van de amateurploeg Locomotief van de voormalige Amsterdamse wielrenner Hein 'Tarzan' van Breenen. Toen de sponsor de stekker uit de ploeg trok, wist Van Breenen hem onder te brengen bij de Amstelploeg van Krott, die direct onder de indruk was: "Ik zag meteen aan zijn speciale pedaaltred dat hij een goede renner zou worden."
Tot vele verrassing veroverde Gerrie in Olympia's Ronde van Nederland op de Limburgse Cauberg de leiderstrui. Waar heeft die Amsterdammer zo goed leren klimmen, luidde de vraag. "Gewoon in Amsterdam. Ik woon driehoog achter." Hij won die etappekoers overigens nooit. Krott regelde ook de overstap naar zijn eerste profploeg in 1974, het Franse GAN-Mercier van Joop Zoetemelk en Raymond Poulidor. Hetzelfde jaar nog mocht Krott hem als koersdirecteur van de Amstel Gold Race – Nederlands enige wielerklassieker – huldigen als winnaar (en elf jaar later nog eens).

Kneetstory

"Knetemann was gek van die fiets. Hij was misschien wel de meest gedrevene", zei Peter Post, de Amsterdamse ploegleider van het legendarische TI-Raleigh wielerteam, over zijn pupil, die in 1975 een contract bij hem tekende en vele jaren voor de ploeg reed. "Die man kon tot het uiterste gaan, totalloss van de training komen. Een echte professional, de beste publiciteit voor de firma." Joop Zoetemelk mocht een man van weinig woorden zijn en Jan Raas een stugge, norse Zeeuw, de Amsterdammer zat nooit om een grappig woordje verlegen. Als een van de eerste sporters besefte hij dat omgaan met de media een onderdeel van het vak was. Sterker, dat het bijdroeg aan de populariteit, extra brood op de plank kon opleveren en de basis kon vormen voor het leven na de sport.
Radioman Willem van Kooten alias Joost den Draaier zag kansen voor zijn unieke taalgebruik: "Cruijff mag dan de naam hebben, maar De Kneet was een echte taalvernieuwer en in elk geval ook een taalverfrisser." Hij zag het goed, De Kneetstory na afloop van etappes op Radio Tour de France werd razend populair. Nederland luisterde elke zomer drie weken op de camping mee naar zijn verhalen uit de koers, waarin vaak ook een rol was weggelegd voor zijn vrouw Gré. "De meeste mensen weten het natuurlijk al... ze hebben het net gehoord, ik heb vandaag voor de derde keer – ik zeg met name voor de derde keer – gewonnen in deze Tour. Gisteren belde Gré mij op en die meldde dat mijn kleine zoon Marnix, die had voor het eerst twee losse stappies gedaan. En dat vond ik eigenlijk wel leuker als dat ik nou win vandaag, want dat vind ik eigenlijk belangrijker als een etappe in de Tour winnen, hoor."
Zijn dagelijkse wielerrelaas maakt van Knetemann een bekende Nederlander. Hij werd panellid in de Avro's Wie-kent-kwis (waar later een naar hem vernoemde cavia prijzengeld bijeenliep voor de winnaar), benoemd tot de Amsterdamse Prins Carnaval, 'zong' een paar plaatjes vol en opende vier pannenkoekenrestaurants.

Tranen

Herman Krott was destijds helemaal niet blij met de eerste zege van Knetemann in die Amstel Gold Race van 1974. Grote namen wilde hij hebben op de erelijst, geen Amsterdamse braniegozer van slechts 23 jaar oud: "Je hebt groots gewonnen, maar of je een grote kampioen bent moet de komende jaren nog blijken." Zijn tweede zege in 1985 sprak meer tot de verbeelding. Knetemann was inmiddels oud-wereldkampioen, meervoudig etappewinnaar en geletruidrager in de Tour de France en bekende Nederlander.
Bovendien was er twee jaar eerder dat vreselijke ongeluk geweest: knalhard tegen een geparkeerde auto in de wielerwedstrijd Dwars door België, waarbij hij meer dood dan levend achterbleef op het asfalt. Even werd gevreesd voor zijn wielercarrière. Maar hij vocht zich terug in het wielerpeloton. Direct na die tweede overwinning in de Amstel Gold Race en een emotioneel interview vol dikke tranen met Mart Smeets, liep hij naar koersbaas Herman Krott: "Ik neem aan dat ik nu wel een groot kampioen ben?"

Delen: