De huizen van Ons Amsterdam

60 jaar kriskras door de stad

Ons Amsterdam bestaat 60 jaar – en in de loop van dit jaar hoort u er meer over. In zes decennia zetelde de redactie op een reeks van adressen, stuk voor stuk met hun eigen historie. We maken in dit nummer een sentimental journey, die tegelijk een reis is door de geschiedenis van ons blad.

Stadhouderskade 40
Ons Amsterdam was nooit een rijk blad, maar ontstond zeker niet op een zolderkamertje. De witte suikertaart op de hoek van de Stadhouderskade en de P.C. Hooftstraat, gebouwd omstreeks 1880, is ons geboorteadres. Nadat de Duitse gebruikers van het pand op Dolle Dinsdag in september 1944 gevlucht waren, stond het even leeg. Kort na de oorlog liet Henk van Laar, oprichter van Ons Amsterdam, zijn oog erop vallen.
Van Laar was een hyper-energieke socialistische oud-onderwijzer uit de Czaar Peterbuurt, die in de jaren dertig zijn sporen had verdiend in de sociaal-democratische jeugdbeweging AJC, en inmiddels ook landelijk bekend was van de VARA-radio, als allesweter (‘Ome Henk’) en dirigent van kinderkoor De Roodborstjes. Tijdens de oorlog was hij een van de leiders van een rode verzetsgroep, waaruit na de bevrijding de Vrijwillige Politie Amsterdam ontstond.
Commandant Van Laar eiste voor zijn Vrijwillige Politie in 1945 het kolossale ‘moffenpand’ aan de Stadhouderskade op, en met succes. “Henk kreeg alles voor elkaar”, zegt zijn weduwe Ida (‘Iet’) van Laar-Lambermont (91) bewonderend. Een extra troef was het feit dat hij zojuist door onderwijswethouder en partijgenoot mr. Ab de Roos benoemd was tot secretaris van de gloednieuwe Gemeentelijke Commissie Heemkennis, opgezet om de Amsterdammers liefde voor hun stad bij te brengen en zo het maatschappelijk draagvlak voor de Wederopbouw te versterken. Ook die club kon nu terecht in het pand op de Stadhouderskade.
Het dagelijkse werk voor de Heemkenniscommissie, die bestond uit diverse gemeentediensten en culturele instellingen, kwam vooral neer op Van Laar en zijn trouwe jonge assistent Jan Weggelaar, een voormalige metselaar met twee rechterhanden en een onmetelijke leergierigheid. Weggelaar bleef doorgaans in het souterrain, waar de reizende exposities, brochures en vellen met plakplaatjes werden samengesteld, bewaard en gedistribueerd. Besprekingen voerde Van Laar in zijn werkkamer en in een “behoorlijke vergaderzaal” op de beletage. En met zijn Iet en kroost verhuisde hij van Betondorp naar de bovenste verdiepingen van de villa.
De eerste jaren organiseerde de commissie vooral allerlei tentoonstellingen, lezingen en speurtochten. Maar Van Laar had nóg een ambitie: een heus tijdschrift over heden en verleden van de stad. Hij dramde door en het kwam er. Op 6 januari 1949 verscheen het allereerste nummer van Ons Amsterdam – Geïllustreerd maandblad, gewijd aan de hoofdstad des lands. Van Laar werd zelf eindredacteur – in feite hoofdredacteur – van het blad.
Het was meteen een doorslaand succes: “Van Laar is 14 dagen per maand bezig met het eigenhandig verzenden van Ons Amsterdam (nu 7752 abonné’s)”, lezen we in een vergaderverslag uit november 1949. Het grote aantal abonnees was mede te danken aan een stevige gemeentesubsidie, waardoor de prijs (een rijksdaalder per jaar) laag kon blijven. Zoals alle toenmalige tijdschriften was het blad zeer sober uitgevoerd, maar de inhoud sprak aan. Opvallend is de lyrische toon waarop de mooie oude stad in die eerste jaargangen wordt beschreven.

Willemsparkweg 125
Na enkele jaren verhuisde de Vrijwillige Politie naar een groter pand op het ’s Gravesandeplein en als onderhuurster moest dus ook de Heemkenniscommissie weg. Na veel gedub vertrok de Heemkenniscommissie (en daarmee Ons Amsterdam) in 1953 naar een groot voormalig woonhuis op de Willemspark, zojuist door de gemeente aangekocht. Ook de pas opgerichte Amsterdamse Sportraad werd hier ondergebracht. Jan Weggelaar nam nog maar eens de troffel ter hand en metselde in één van de kamers in het souterrain een sfeervolle schouw: die heette nu vergaderzaal. Hier was ook het handbibliotheekje, waar soms ook abonnees iets kwamen opzoeken. Van Laars gezin (met uiteindelijk zes kinderen) betrok ook hier de bovenverdiepingen en mocht daar, dankzij wethouder De Roos, blijven wonen nadat de charismatische initiator Henk van Laar (pas 57) in 1955 overleed.
De leiding van Ons Amsterdam werd na zijn overlijden overgenomen door mr. A.M. van de Waal (archivaris van De Nederlandsche Bank) en - vanaf 1960 – L.C. ('Wiet') Schade van Westrum (oud-voorlichter VVV). Tot Weggelaars verdriet, waren deze heren wat vormelijker dan hun voorganger: voor hem bleven ze altijd ‘meneer’. Ons Amsterdam vond nog steeds gretig aftrek, al zullen sommige trouwe lezers even hebben moeten wennen aan de ellenlange technische artikelen van ambtenaren van Publieke Werken over de nieuwe wijken, de bouw van de IJtunnel en de geplande ‘Stadsspoorweg’ die vanaf 1956 de vertrouwde stukken over gevelstenen en beroemde Amsterdammers aanvulden. Toevoeging van stukken over het ‘moderne Amsterdam’ had de gemeenteraad als voorwaarde gesteld voor verdubbeling van het aantal pagina’s van 16 tot 32. Ons Amsterdam moest een “contact- en voorlichtingsorgaan voor de burgerij” worden, want door de groei van de stad dreigde de kloof tussen bestuur en burgers te groot te worden.

Kalverstraat 92
In 1971 werd de Gemeentelijke Commissie Heemkennis opgeheven. Het Amsterdams Historisch Museum was in 1969 begonnen met de verhuizing van de Waag op de Nieuwmarkt naar het voormalige Burgerweeshuis in de Kalverstraat. Het leek een goed idee als het museum ook maar meteen de educatieve taken van de commissie en dus ook Ons Amsterdam overnam. De redactie vergaderde voortaan in de Kalverstraat. Ze bleef bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende Amsterdamse instellingen, zij het nu benoemd door museumdirecteur Simon Levie.
De museumdirecteur was ‘voorzitter van de redactie’. Dat was een erebaantje; het echte werk deed eindredacteur Schade van Westrum, sinds 1972 bijgestaan door ‘redactiesecretaris’ Jan Wagener, hoofdcorrector van de Stadsdrukkerij. Die nam steeds meer eindredactioneel werk over, terwijl Schade van Westrum minzaam toezicht hield. Hun werkruimte was veel kleiner dan vroeger: een krappe zolderkamer met uitzicht op de oude Jongensspeelplaats van het oude weeshuis, boven het museumrestaurant, dat tot de 16de eeuw de koestal van het Sint-Luciënklooster was.
Het blad onderging intussen een stevige opknapbeurt. Het kreeg een geheel nieuwe en al weer snel aangepaste lay-out, met meer variatie en eigentijdse lettertypen en er kwamen nieuwe rubrieken, zoals ‘Amsterdamse data in zilver en goud’, nu onder de wat drogere kop ’25 & 50 jaar geleden’ nog steeds een populaire rubriek.
In de redactie werd de toon gezet door jonge, beschaafd-progressieve doctorandussen, die meer wilden dan alleen maar gevelstenen en de jeugdherinneringen van de oudste lezers. In de geschiedwetenschap ging het steeds meer om structuren en processen, en dat mocht naar hun mening wel eens doorklinken in Ons Amsterdam. Het blad werd er onmiskenbaar interessanter door, en de ‘ongestudeerde’ Wagener zorgde er wel voor dat er genoeg prettig-‘irrelevante’ anekdotiek in het blad bleef komen om het aangenaam leesbaar te houden.

Voormalige Stadstimmertuin 4-6
Helaas had intussen een gestage daling van het aantal abonnees ingezet. De gemeente was bijna blut en bouwde de subsidie af, waardoor de prijs steeg. Tot droefheid van het Amsterdams Historisch Museum werd de Stadsdrukkerij in 1989 op last van de gemeente behalve drukker ook uitgever van Ons Amsterdam. Peter-Paul de Baar, journalist, historicus en schrijver dezes, was vlak daarvoor tot hoofdredacteur benoemd. Met enige tegenzin verhuisde hij van het museum, met z’n gezellig-vrijgevochten sfeer en mooie bibliotheek, naar de Stadsdrukkerij, waar nog een zeer ambtelijke sfeer hing. Aanvankelijk werd van hem verwacht dat hij net als de drukkers ’s morgens om acht uur begon, maar gelukkig drong snel door dat die regel niet zo functioneel was.
Het eeuwenoude bedrijf, waar het loodzetsel net was afgeschaft, had sinds 1914 een monumentaal bedrijfspand in de Voormalige Stadstimmertuin, ooit de bouwmaterialenopslag van de stad. Hier kreeg de hoofdredacteur gezelschap van eindredacteur Gerda Kooger. Zij deelden een ruime zolderkamer en aanvankelijk slechts één computer met uitgever Hein Heuff. Toen de Stadsdrukkerij verbouwd werd, vonden ze eind 1991 onderdak in het voormalige Schoolkinderbadhuis uit 1908, tegenover het hoofdgebouw van de drukkerij.
Het blad werd stevig vernieuwd, in vormgeving (hier en daar zelfs full colour!) en vooral journalistiek. De jonge redactie maakte het blad toegankelijker, besteedde meer aandacht aan relatief moderne stadsgeschiedenis (bijvoorbeeld het legendarische bezoek van de Beatles aan Amsterdam in 1964) en haalde enkele professionele fotografen bij het blad. 

Kloveniersburgwal en Raamgracht
Het drukwerk van de Stadsdrukkerij was voorbeeldig, maar uitgeven was toch echt een ander vak. De redactie verkende andere mogelijkheden (wat de hoofdredacteur nog een ambtelijke berisping opleverde), en vond in 1992 zowaar een willig oor bij de vermaarde uitgeverij Weekbladpers, bekend van onder meer Vrij NederlandOpzij en Voetbal International.
De redactie verhuisde naar het achterhuis van Kloveniersburgwal 25. Je kwam er via de voordeur van het monumentale huis nummer 23, eeuwenlang het onderkomen van de regentenfamilie Valckenier.
In 1996 schoof de redactie op naar de mooiste kamer van nummer 23: de Blauwe Zaal. “Hans vond het eigenlijk doodzonde om deze ruimte af te staan, want het was de enige vergaderzaal die er op de Kloof was”, schrijft Hans Vervoort, destijds de toegewijde uitgever van Ons Amsterdam, in het tweede deel van zijn sleutelroman Het Bedrijf. “Het was een onoverzichtelijke jongenskamer geworden, volgestouwd met paperassen, boeken, tijdschriften. Hoofdredacteur Peter-Paul de Baar was zowel de oorzaak als de beheerder van deze chaos, zijn eindredacteur Gerda Krijger keek hoofdschuddend toe.”
In 1999 verhuisde de redactie nog eens, nu naar de hoofdvestiging van de Weekbladpers op de Raamgracht. De voordeur was in het monumentale hoekpand op nummer 4, maar feitelijk was het redactielokaal achter de gevel van nummer 6, tot 1994 de kroeg van het Amsterdams Studenten Corps. Een verdieping boven Ons Amsterdam was de kantoortuin van Vrij Nederland, in een 18de-eeuwse katholieke schuilkerk. Het was een levendig en idealistisch bedrijf, maar na een aantal jaren kwamen er nieuwe managers die Ons Amsterdam te marginaal vonden, vergeleken met de rest van het bladenpakket.

Prinsengracht 747-751
Het blad werd in 2001 verkocht aan de Meppelse uitgeverij Boom, uitgever van sociaal-wetenschappelijke en filosofische boeken en sinds 1995 eigenaar van enkele 17de-eeuws huizen op de Amsterdamse Prinsengracht. Ons Amsterdam kreeg eerst een piepklein achterkamertje en even later het voorste deel van het souterrain tot haar beschikking: een laag plafond maar wel veel vloer. Daar had De Baar inmiddels gezelschap van de nieuwe eindredacteur Monique den Ouden en redactiesecretaresse Marianne de Graaf.
Boom bekostigde een grondige restyling van het blad, dat vanaf januari 2002 dikker, mooier en gevarieerder was dan ooit, met Geert Mak als eerste columnist. De oplage steeg, maar al snel werd pijnlijk duidelijk dat Boom de praktische besognes van het uitgeven van een publiekstijdschrift had onderschat.

Hillegomstraat 12-14
Het blad werd in 2004 door Boom verkocht aan de hoogstbiedende: de groot denkende, kleine belegger mr. Pieter Sybrandy. Zijn Montet Informatie Groep huurde al twee lokalen op de eerste verdieping van Hillegomstraat 12-14, een oud schoolgebouw uit 1930 in de vriendelijke Hoofddorppleinbuurt. Het voormalige gebouw van de Hillegomschool en Schinkelschool is een ‘bedrijfsverzamelgebouw’: het Algemeen Ondernemers Centrum Oud-Zuid. Het was en is prettig werken in het ruime redactielokaal. Wel is er veel minder aanloop dan vroeger, maar via mail en telefoon houdt de redactie levendig contact met de buitenwereld.
Het blad maakte tussen 2004 en 2008 gewoon winst, maar verder bleef er weinig over van Sybrandy’s dromen. Net op tijd wist de toezichthoudende Stichting Ons Amsterdam het blad afgelopen jaar onder te brengen bij een solide uitgever: de alweer Meppelse familie Ten Brink, de uitgever van onder andere Geschiedenis Magazine, die voor dit doel Ons Amsterdam BV oprichtte. Enthousiast nam Ten Brink samen met bladmanagers Pepijn Dobbelaer en David Veldman van Virtùmedia de tijdelijk vergeten werving van abonnees en advertenties ter hand. Al zit de uitgever een eind weg, de redactie blijft natuurlijk gewoon in Amsterdam, waarschijnlijk nog jarenlang in het charmante oude schoolgebouw. Totdat we rijk genoeg zijn om de Waag te huren.

Delen:

Jaargang:
2009 61

Gerelateerd

Een letter van banket
Een letter van banket
2 november 2009
Gevelsteen is een blijvertje
Gevelsteen is een blijvertje
2 november 2009
De Bijenkorf als hoofdkwartier
De Bijenkorf als hoofdkwartier
2 november 2009