De geheimen van de Openluchtschool

Het geheugen van een mens is een fantastisch fenomeen. Ik mijmer vaak over mijn allereerste herinneringen: het strand van Zoutelande en de eerste schooldag bij juffrouw Kraanwinkel op de lagere school.

Dat was een prachtig, doorzichtig gebouw: de Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind. Vaak kwam er een bus in de Cliostraat voorrijden, waar opmerkelijk veel Japanners uitstapten die onder de schoolpoort doorliepen en omstandig de school fotografeerden.

In de derde klas drong pas echt tot mij door wat er bijzonder aan de school was. Mijn moeder had mij een fascinerend boek gegeven, De geheime tuin. Een spannend verhaal, omdat je via een dubbele heg op een geheime plek kwam. Eigenlijk was de Openluchtschool ook geheim. Afgeschermd van de straat – zelfs een kind van negen moest bukken om de school vanaf de stoep in zijn geheel te kunnen zien.

De school kende nog meer geheimen. Zoals het schoollokaal in de open lucht op het dak, afgeschermd met glazen vensters. Gek waren de terrassen ingeklemd tussen de klassen, gelegen op het zuiden. Het was een niemandsland, omdat ze niet als buitenklassen konden functioneren. Als de rechterklas het terras op zou gaan, zou dat de les in de linkerklas verstoren.

Nooit vergeet ik het terugkerende ochtendritueel: weer of geen weer, altijd gingen de ramen open. De school rook daarom prettig fris, de geur van linoleum en bloesem dringt zich meteen bij me op zodra ik aan de Openluchtschool denk. Alle andere scholen die ik in de loop der jaren bezocht roken muf, naar zweet en tenenkaas.

Onbewust hebben de zes jaren in de Cliostraat mij een gevoel voor architectuur bijgebracht. Het besef dat gebouwen buitenlucht en zonlicht maximaal toe moeten laten. Al jaren is mijn eerste reflex als ik een ruimte kom binnenlopen: kunnen de ramen open? Het heeft me nieuwsgierig gemaakt naar de bouwgeschiedenis van de Openluchtschool. Die is vaak beschreven in dit blad, omdat de architect Jan Duiker eind jaren twintig een gangmaker was van het Nieuwe Bouwen. Duiker was een meester in het werken met nieuw materiaal: beton en staal. In combinatie met grote ramen ontwierp hij gebouwen die nog steeds een unieke elegantie uitstralen.

De ‘preutse’ keurmeesters van de schoonheidscommissie van de stad moesten daar destijds niets van hebben. Zij gaven pas hun zegen aan de bouw van Duikers school toen er zekerheid was dat de school geheel door woningen zou worden omringd, opdat zij niet rechtstreeks van de openbare weg was te zien. Praktische pioniers lopen altijd tegen dit soort weerstand op. De socialistische voorman Jan van Zutphen prees Duiker daarom bij zijn veel te vroege overlijden in 1935: “Hij was een strijder zonder arrogantie, maar met een vastberadenheid en geestdrift die meeslepend waren.” De Eerste Openluchtschool is daar een indrukwekkend voorbeeld van.

Tekst: Felix Rottenberg
Foto: Stadsarchief
Januari 2011

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Architectuur Onderwijs
Editie:
Januari
Jaargang:
2011 63
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000