De Amsterdamse jaren van Audrey Hepburn

Balletles bij Sonia

In 1954 kwam Audrey Hepburn naar Amsterdam voor de première van de film Sabrina. In Tuschinski haalde ze de vrouw voor het voetlicht die aan het begin van haar carrière had gestaan: balletmeesteres Sonia Gaskell. Hepburn was in Amsterdam gaan wonen om juist bij haar balletlessen te volgen.

De vaderlandse pers liep in groten getale uit toen Audrey Hepburn in november 1954 in Nederland aankwam. Ze was een ster van wereldformaat en elke stap die ze zette, was een bericht waard. Voor de film Roman Holiday met Gregory Peck had ze het jaar daarvoor een Oscar, een Golden Globe en een BAFTA voor ‘beste actrice’ gekregen. Hepburn en haar man Mel Ferrer hadden een druk schema. Tijdens het korte verblijf zag ze een studentencabaretvoorstelling in de kelder van Amstelbrouwerij, bezocht ze een oorlogsinvalide om de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers te steunen, lunchte in het Doelen Hotel en verkocht tussen half drie en half vier mode bij het modehuis Gerzon, waar ze ooit nog modeshows gelopen had. ’s Avonds was er dan de première van de film Sabrina in Tuschinski, het eigenlijke doel van haar komst.

De zaal was uitverkocht. Voor de pauze danste het Nederlands Ballet een deel van Les Sylphides (Michel Fokine, 1909). Direct na de pauze, nog vóór de film, werd Hepburn op het toneel geïnterviewd door theaterman Guus Oster. Ze onderbrak het gesprek om de artistiek leidster van het ballet, Sonia Gaskell, uit de coulissen naar voren te halen. Hepburn stelde haar voor aan de zaal als de vrouw aan wie zij een belangrijk deel van haar carrière te danken had. “Ze weet niet wat ze zeggen moet”, riep ze naar het publiek. “Maar dan zal ik het wel zeggen: zij heeft mij de eerste training gegeven voor het beroep dat ik nu gekozen heb. Ik ben haar ontzettend dankbaar.”

Amsterdam 

Als 10-jarige wilde Audrey Hepburn (ze heet dan nog Ruston) al balletdanseres worden. Geboren in Brussel in 1929, woonde ze tijdens de oorlogsjaren in Arnhem met haar moeder Ella van Heemstra, de drijvende kracht achter Audrey’s carrière. Ze volgde danslessen aan de Arnhemse muziekschool bij danseres en lerares Winja Morova (pseudoniem van Winnie Draaisma-Koopman) en deed tot haar 15de ook mee aan voorstellingen die zij gaf. Na de bevrijding koos moeder Ella voor haar een vervolgopleiding bij de befaamde Russische balletpedagoge Sonia (eigenlijk Sara) Gaskell, die later het initiatief nam tot het Nationale Ballet. Speciaal voor die lessen verhuisden Ella en haar 16-jarige dochter naar Amsterdam, waar ze op 31 oktober 1945 ingeschreven werden in het Amsterdams bevolkingsregister. Ella met de toevoeging ‘baronesse’ en Audrey (met spelfout) onder haar vaders achternaam: ‘Andrey Kathleen Ruston’. Een opvallend detail, want haar Engelse vader, Joseph Hepburn-Ruston, had het gezin in de steek gelaten toen Audrey nog maar zes jaar oud was. 

Ella en Audrey namen hun intrek in een groot huis aan de Herman Heijermansweg op nummer 27, gebouwd in 1940, dat gedurende de oorlogsjaren schade had opgelopen, maar in mei 1945 geheel hersteld was. Het huis telde vier slaapkamers, had een kelder en een garage, en grensde met de achtertuin aan het water van de Boerenwetering. Eigenaars waren de kunstschilders Ida van de Vijsel en haar jongere zus Constantia. Ella en Audrey waren niet de enigen die er een kamer bewoonden. Naast de inwonende dienstmeisjes, die in de kelder verbleven, hadden verschillende personen er eerder al onderdak gevonden, veelal voor korte duur. 

Vriendschap 

Al snel na aankomst in Amsterdam klopte Ella voor Audrey’s danslessen aan bij Sonia Gaskell. Als Joodse had die tijdens de bezettingsjaren ondergedoken gezeten, maar dat had haar er niet van weerhouden om in haar atelierwoning op de derde verdieping van Zomerdijkstraat 26 clandestien balletlessen te geven. Na de bevrijding had ze kans gezien de studio van danser Albert Mol over te nemen, direct onder haar woning op de begane grond. In een interview met De Telegraaf zei Gaskell dat op een dag barones Van Heemstra bij haar kwam met de woorden: “Ik vertrouw u mijn dochter toe en ik wil dat ze goed dansen leert.” 

Gaskell zag meteen een begaafde en creatieve leerlinge in Audrey. “Ik beschouwde het als mijn plicht haar technisch te ontwikkelen zonder haar persoonlijkheid te schaden: de eigen stijl moest gehandhaafd blijven.” Audrey maakte met plezier de twintig minuten durende wandeling van de Herman Heijermansweg naar de balletstudio in de Zomerdijkstraat. In later jaren zou Gaskell zeggen dat Audrey bezeten van ballet was, altijd hard werkte en veel talent had, terwijl Audrey op haar beurt Gaskell noemde als de persoon die het meest aan haar artistieke scholing had bijgedragen. De wederzijdse bewondering en genegenheid legde de basis voor een jarenlange vriendschap. 

Ella barones van Heemstra en haar dochter waren verarmd uit de oorlog gekomen en hadden het in Amsterdam niet breed. Ella pakte daarom alles aan om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Toen Ida van de Vijsel in juli 1945 adverteerde voor een huishoudster en kokkin, was het Ella die de baan aannam. Later werkte ze als schoonheidsspecialiste bij Grace Beauty Culture (P.C. Hooftstraat 146), waar ze huid- en gezichtsbehandelingen deed. Ze had daarvoor eerst een opleiding bestemd voor vrouwen van betere afkomst gedaan.

Mannequin 

Audrey verdiende bij met modellenwerk. Op een zaterdagavond in 1946 stapte ze bij Revue des Modes binnen, de zaak van modeontwerpster Tonny Waagemans in de Holbeinstraat, juist toen die bezig was het programma voor haar voorjaarsmodeshows samen te stellen. Audrey had gehoord dat zij een mannequin zocht. Waagemans twijfelde geen moment. Ze was direct onder de indruk van Audrey, die prachtig liep, persoonlijkheid had en een natuurlijke gratie. Bovendien maakte de modeontwerpster zelden of nooit gebruik van beroepsmannequins: ze wilde dat het publiek zich kon identificeren met ‘gewone’ vrouwen. De collectie werd op die manier charmant en op een natuurlijke manier getoond. 

Zo stond Audrey voor het eerst als mannequin op de planken, in avondjurk in het Larense hotel Hamdorff. Waagemans liet haar het meest kleding voor jonge meisjes showen, maar vond “dat ze vooral in avondjaponnen beeldig was”. Later werkte Audrey mee aan de modeshows van ‘de Nederlandsche Kleedkunst’, zoals de salon van Waagemans aan de Keizersgracht heette. In Hotel Bad Boekelo en in het Amsterdamse Parkhotel was ze te zien als een stralend bruidje in een jurk van witte kant en satijn met een sluier van witte tule. 

Een enkele keer trad Audrey op. Ter viering van het eerste bevrijdingsjaar ging in mei 1946 een nationale campagne van start met tentoonstellingen, concerten, toneelvoorstellingen en filmfestivals onder het motto ‘De kunst gaat door het vrije land’. In Amsterdam was van 26 mei tot 2 juni in het Indisch Instituut (het latere Tropenmuseum) een dansfestival. Audrey en een andere talentvolle leerlinge van Sonia Gaskell, Beatrix Leoni, deden mee aan een matineevoorstelling. Balletcriticus Cola Debrot schreef erover in Het Parool: “Beatrix Leoni met een gave techniek en Audrey Hepburn, minder technisch onderlegd, maar ook minder in de techniek bevangen.” Debrot vermoedde andere talenten bij Audrey. 

Stewardess                         

Met twee van Gaskells vele leerlingen raakte Audrey goed bevriend. De acht jaar oudere, in Indonesië geboren Anneke van Wijk-Koppen had al verschillende keren met succes in Leiden opgetreden voordat ze haar balletopleiding bij Sonia Gaskell begon. Ook de zeven jaar oudere Louki van Oven, een van Gaskells meest getalenteerde en geliefde leerlingen, werd een goede vriendin. Hoewel zij ondergedoken zat, was Van Oven tijdens de oorlog zo veel mogelijk Gaskells danslessen blijven volgen. Na haar danscarrière werd ook zij een succesvol actrice. 

Uitgaan in het naoorlogse Amsterdam deed Audrey nauwelijks – en niet alleen uit geldgebrek. Plichtsgetrouw volgde ze het advies van Sonia Gaskell om ’s avonds niet uit te gaan als er de volgende dag gedanst moest worden. Wel ging ze met Anneke van Wijk naar het Concertgebouw. Voor haar 17de verjaardag kreeg Audrey van haar moeder een jaarabonnement op het Concertgebouworkest. En van het beroemde Hongaars Strijkkwartet miste ze geen van de vijf Beethoven-avonden in de Kleine Zaal. 

In 1947 kwam Ella ter ore dat de bekende Amsterdamse cineast Charles Huguenot van der Linden mensen zocht voor zijn film Nederlands in zeven lessen, die het midden hield tussen een documentaire over Nederland en een speelfilm – met een taalcursus had het niets te maken. Voor de rol van een KLM-stewardess wilde hij een jong, onervaren meisje. Hij had zijn kantoor schuin tegenover Ella’s werk in de P.C. Hoofstraat en na een bezoek aan kapper Verdonk verderop stapte Audrey samen met haar moeder bij hem binnen. Van der Linden aarzelde geen moment. “Ze is gewoon komen aanwandelen”, zei hij later. 

We zien Audrey in de film vanaf het Leidseplein de Hobbemastraat inlopen. Bij het kruispunt met de P.C. Hooftstraat, destijds een van de drukste en gevaarlijkste van Amsterdam, steekt ze over. Op het trottoir kijkt ze omhoog naar de cameraman – die op de eerste verdieping uit een raam van café De Posthoorn hing – en spreekt ze haar allereerste woorden op het witte doek: “Ik ben stewardess bij de KLM. Moet je me zien in mijn pakje!” Van der Linden hield Audrey enige tijd onder contract voor een eventuele nieuwe speelfilm, maar door geldgebrek kwam daar niets meer van.

Ontdekt 

Eind 1947 verhuisde Ella van Heemstra naar Den Haag. Audrey woonde in het voorjaar van 1948 enige tijd bij Gaskell, die zich na het overlijden van haar echtgenoot eenzaam voelde. Ze was Audrey als een dochter gaan zien. Overdag nam Audrey balletlessen bij haar en ’s avonds zaten ze genoeglijk bij elkaar om urenlang kunstboeken te lezen. Gaskell vertelde dan over ballet. Daarna verdween Audrey naar haar piepkleine kamertje naast de balletstudio. 

Klaargestoomd door Gaskell vertrok Audrey later dat jaar uit Amsterdam naar Londen, om haar balletopleiding voort te zetten bij Marie Rambert, de beroemde Poolse ballerina. Ze belandde in Parijs, kreeg een filmrolletje en werd in Monaco ‘ontdekt’ voor de rol van ‘Gigi’ in het gelijknamige toneelstuk op Broadway. De rest is geschiedenis. Nog vaak keerde ze naar Amsterdam terug, de stad waar de basis was gelegd voor haar internationale carrière – zij het niet als balletdanseres, haar grote droom. 

MAUD GOULOOZE-MÜLLER IS TONEELHISTORICUS EN PUBLICIST. 

September 2021

 

NEDERLANDS IN ZEVEN LESSEN IS TE ZIEN OP YOUTUBE. 

 

 

Beeld: Collectie Nationaal Archief

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
September
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950