Czaar Peterbuurt herleeft

Volkse buurt begroet wufte nieuwkomers

De Czaar Peterbuurt ontpopt zich tot een volkse buurt met wufte trekjes. Een wandeling langs de lijnbanen van de VOC, het Aardappeloproer van 1917 en de winkels van 2008.

De Czaar Peterstraat is zoals bekend vernoemd naar Peter de Grote, de tsaar van Rusland die er tussen 30 augustus 1697 en 18 januari 1698 de fijne kneepjes van de scheepsbouw leerde. De drie Oostelijke eilanden, Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg, vormen op dat moment hét centrum van de Amsterdamse scheepvaartindustrie. Op Oostenburg zijn het hoofdkantoor, het zeemagazijn en de scheepswerven van de roemruchte Vereenigde Oostindische Compagnie gevestigd.

In de Czaar Peterstraat klotst tot ver in de 19de eeuw nog het water van de Marinehaven. Pas rond 1880, een kleine eeuw na het faillissement van de VOC, is het gebied gedempt met modder van de bodem van de Nieuwe Vaart, die toch uitgebaggerd moest vanwege de komst van grotere stoomschepen. Ook de Keerweer, daar waar de schepen kunnen keren, werd drooggemalen en heet nu Kraijenhoffstraat.

Als in de 19de eeuw de nieuwe werkgelegenheid op het nabijgelegen Oostenburg opkomt, wordt de Czaar Peterbuurt een arbeidersbuurt met piepkleine woningen op zo min mogelijk grond. De Van Gendthallen worden gebouwd, maar ook de smederij en machinefabriek van de Amsterdamse Stoomboot Maatschappij. Eigenaar Paul van Vlissingen doet goede zaken. Later zet hij een fabriek neer die werktuig en spoormaterieel produceert: Stork. Die fuseert na de Tweede Wereldoorlog met Werkspoor, en floreert wereldwijd even goed als de VOC.

Vanaf midden jaren negentig is het echter gedaan met de industriële activiteiten op Oostenburg. In de Czaar Peterbuurt gaat het dan al geruime tijd goed mis. Het is een van de meest duistere uithoeken van Amsterdam-Centrum geworden. De woningen zijn grotendeels verkrot. De buurt telt steeds meer randgroepjongeren, alcoholverslaafde zwervers, drugsdealers en heroïnehoertjes. Overal liggen gebruikte spuiten en condooms. Veel bewoners slapen met een honkbalknuppel naast de voordeur. Het is bijna een no go-area.

Volks karakter

In 2008 is de buurt – na een lange, moeizame weg en met veel dank aan de inzet van de bewoners – volop in bloei. Gelukkig is niet alle oudbouw, zoals op Kattenburg, gesloopt maar zijn ook verpauperde woonblokken compleet gerenoveerd. Daardoor heeft de Czaar Peterbuurt zijn volkse karakter behouden. Bovendien is er mooie, in het straatbeeld passende nieuwbouw bijgekomen, al staat er ook her en der wat karakterloze jaren-tachtig-meuk. De buurt trekt nieuwe mensen en bedrijfjes aan. Je struikelt er inmiddels over de zogeheten creatieven: reclamemakers, ontwerpers, architecten en de wufte kappers van Haare Majes.

Veel winkelruimten in de plint van de Czaar Peter zijn weer gevuld met galeries, edelsmeden, een buikdanswinkel, lunchterrasjes en een coffeeshop. Maar ook massagesalon Dr. Feelgood boert er goed, net als de koffie- en theespecialist Kaffa ‘sinds 2007’. Veelal kleinschalige bedrijfjes van Amsterdammers in alle kleuren. De werknemers prijzen de goede sfeer in de straat. Iedereen praat met iedereen, zeggen twee dames van reclamebureau Boondoggle. Ze roken buiten een sigaretje.

Om de beste indruk te krijgen van deze 19de-eeuwse arbeiderswijk met zijn smalle, lange, donkere straten wandelen we door de parallel lopende Conradstraat, Czaar Peterstraat, Blankenstraat en Kraijenhoffstraat. Via de ene straat heen en dan pas de bocht om en wéér door zo’n 440 meter lange straat terug. Lekker langzaam slalommen door de buurt dus. De namen van de straten in de Czaar Peterbuurt zijn overigens allemaal van waterbouwkundige en militaire ingenieurs.

De wandeling begint bij Molen de Gooyer, pal voor de Czaar Peterbuurt, waar tram 10 bijna voor de deur stopt. Amsterdams bekendste molen staat daar niet op z’n oorspronkelijke plek, maar komt van even verderop, zo ongeveer waar nu de Albert Heijn-supermarkt is. Daar draaiden zijn wieken op een van de 17de-eeuwse Amsterdamse bolwerken om vooral het waterpeil te regelen. Nu kan de dorstige stadswandelaar in de molen z’n toevlucht nemen tot brouwerij ’t IJ. Heerlijk zelfgemaakt Mokums bier hebben ze daar.

De echte wandelfanaat steekt natuurlijk kordaat de Dageraadsbrug over. Op de hoek van de Oostenburgergracht en de Czaar Peterstraat beland je op een driehoekig pleintje. Vroeger maakten de twee straten hier nog een rechte hoek, maar dat veranderde in 1985 met de bouw van het nieuwe blok met op de begane grond een dierenarts, videotheek, snackbar en café. Het pleintje maakt een beetje uitgestorven indruk, maar dat zal niet lang meer duren. Bloemenkiosk Rinus – ‘kwaliteit wint altijd’ – die nu nog op de andere hoek van de Czaar Peter staat, zal oversteken. Op zijn ouwe stekkie, waar Rinus al 30 jaar tulpen, lelies en chrysanten verkoopt, komt nieuwbouw. Zijn ene buurman, koffiehuis De Molen, is al gesloopt. Ook Rinus’ andere buurman, de Oosterspeeltuin, moet eraan geloven. De oudste speeltuin van Amsterdam, gesticht in 1902 door de geboren Fries Uilke Jans Klaren – “om de baldadigheid van de kinderen in toom te houden” – verhuist binnenkort richting Basisschool Oostelijke Eilanden, in de Kraijenhoffstraat. Daar blijft de speeltuin een jaar of drie en zal dan definitief verkassen naar een groenstrook op de Cruiquiskade. Nu schommelen er nog twee vriendinnetjes synchroon in de zon.

Rijkskledingmagazijn

Na het pleintje slaan we even verderop linksaf de eerste Coehoornstraat in. Vlak daarna staan we op de kop van de Conradstraat. Vroeger liep deze straat door tot aan de Oostenburgergracht, maar daar staat nu een wat fantasieloze jaren-tachtig-kolos. Aan de rechterkant, op nummer 6 en 8, zit vanaf midden 2007 het Ondernemershuis Groot Oost, een organisatie die helpt bij het opzetten van een eigen onderneming. Aan de rest van de even kant staan in de hele Conradstraat veel nieuwe panden. De oudbouw was in erbarmelijke staat en voldeed niet meer aan de eisen van deze tijd. In een razend tempo zijn ze meer dan een kwarteeuw geleden afgebroken. Ook de Timmerwerkplaats van de Nederlandse Scheepbouw-Maatschappij, die al in 1927 was verhuisd naar het NDSM-terrein in Noord. Evenals nummer 18 G. Daar zat de GGD, afdeling geslachtsziekten, in het bijzonder bij zeelieden.

Aan de overkant van de straat, aan het water van de Oostenburgervaart, stond het Centraal Magazijn voor Militaire Kleeding en Uitrusting. Ook wel het Rijkskledingmagazijn genoemd. In de jaren tachtig, toen het leeg kwam, is het een krakersbolwerk geworden. De ramen waren volgens een buurtbewoonster bont beschilderd. Ze heeft er nog foto’s van. De ME is er verschillende keren aan te pas gekomen om de krakers eruit te jagen. Met harde hand. Nu staan er op deze plaats vier keurige nieuwbouwblokken, met net gemaaide grasveldjes ertussen.

Als je de Conradstraat doorslentert, is het bijna niet voor te stellen dat hier, in de bloeitijd van de VOC, de lijnbanen waren waar ze de touwen van hennep voor de Compagnie draaiden. Samen met de VOC-werven en het Zeemagazijn op Oostenburg werkten hier zo’n 1.300 mensen. Een enorm getimmer, geschreeuw, gescheld, geklop en geboor moet dat zijn geweest. Na 1860, toen de stadswallen waren gesloopt, werd een begin gemaakt met de uitbreiding van de stad. De rechttoe, rechtaan lijnbanen in de Conradstraat hebben toen de hoofdrichting van de straten in de Czaar Peterbuurt bepaald.

Aardappeloproer

Aan het eind van de Conradstraat slaan we rechtsaf. Daar aan het einde van de Czaar Peterstraat was tijdens de Eerste Wereldoorlog een burgeropstand van jewelste. Hier (en aan de voet van de Oude Wester) vond het Aardappeloproer van juni 1917 plaats. Er was zo’n voedselschaarste dat hongerige arbeidersvrouwen plunderend door de stad trokken, op zoek naar levensmiddelen en aardappelen. Op de Rietlanden stonden treinwagons vol, zo ontdekten ze.

In de Czaar Peter komt het al snel tot een hevig gevecht tussen de politie en de Amsterdamse dames – inmiddels hadden zich ook mannen aangesloten. Het ging er zo heftig aan toe dat de tramconducteurs weigerden de straat nog langer in te rijden. Plots schalden de krijgstrompetten. Opgetrommelde militairen kregen het bevel met scherp te schieten op de menigte. Maar deden dat niet. Een gejuich ging op in de Czaar Peterstraat. Al met al duurde het oproer een week in Amsterdam. Er vielen negen doden en 114 gewonden.

Deze hoek, bij het spoorviaduct, is om nog een reden historisch te noemen. Hier stond in de hoogtijdagen van de VOC het Teerhuys. Heel belangrijk, want met dat stinkende goedje werden de zeeschepen dichtgesmeerd. Tot het ontstaan van de Stads-Rietlanden (later het Oostelijk Havengebied) in circa 1820 stond je hier aan de rand van het IJ, met uitzicht op Nieuwendam en Schellingwoude.

Aan de overkant, op de puntige hoek met de Blankenstraat zat vanouds café Go Go Corner. “Een kroeg ingericht als een soort clubhuis,” zo was eerder te lezen in Ons Amsterdam. “De vaste klanten waren dan ook erg jong, net als de meisjes achter de tap. De stemming is meestal opgewekt.” Nu is het een verzorgingshuis voor ouderen. De vitrage zit overal potdicht. De pandjes naast het rusthuis hebben duidelijk een facelift gehad. Ze zien er piekfijn uit. De eerste serie van het tv-programma Het Blok van Net 5 is hier ook opgenomen. Op onze tenen gluren we door de ramen naar binnen. Zo op het eerste gezicht is niets van die hippe verbouwingen bewaard gebleven.

Vol bewondering lopen we verder door de Czaar Peter. Al die kleine winkeltjes geeft een hoop gezellige reuring. Je wordt er echt vrolijk van. Behalve nieuwe zaken, spotten we ook een oud-gediende op nummer 97: de beroemde slijperij voor scharen, medische instrumenten, messen, grasmaaiers en schaatsen van de inmiddels gepensioneerde Wil Werkhoven. Het is altijd het ‘praathuis’ van de buurt geweest, menigeen kwam er zijn hart uitstorten. Nu wordt de zaak gerund door de even vriendelijke Turkse Amsterdammer Arif Yapizi.

Ter hoogte van de Tweede Leeghwaterstraat is een prachtig muurgedicht van Margerite Luitwieler te lezen: “Ik heb ze lief / de plekken waar het tocht / wanneer je er de bocht / omgaat / Geef mij maar de achterkant / van huizen en gebieden / waar elke groene spriet / omringt door scheve stenen / de droge grond uitschiet / Het onbedoeld gemaakt gebied.” Goed om even rustig te laten bezinken in dit stedelijke gebied. Aan de overkant van de straat stond ongeveer op deze hoogte de cacaomolen De Goede Verwachting, die tot 1906 in gebruik is geweest.

Dubbeltjespanden

We vervolgen de Czaar Peterstraat. Op de hoek met de Cruiquisstraat is nog veel te doen. Hier staan nog steeds grote schuttingen rond het perceel waar tot een paar jaar terug de Dubbeltjespanden stonden – een van de eerste sociale woningbouwprojecten van Amsterdam. Het idee erachter was revolutionair. Arbeiders konden binnen 28 jaar eigenaar worden van hun woning door wekelijks een dubbeltje extra huur te betalen. Het is tussen 1878 en 1880 gebouwd door de Bouwmaatschappij tot verkrijging van eigen woningen, waaruit later De Key is ontstaan.

Bijna waren ze tot monument verheven, totdat in de nacht van 14 op 15 augustus 2001 twee huizen ontploften. De bewoonsters konden ternauwernood aan de vlammen ontsnappen. De gietijzeren gasleiding was gebroken. Het hele blok ging plat en nu groeit er vooral onkruid en zwerven er overal lege bierblikjes. Benieuwd wanneer de bouw van de nieuwe woningen, die in het najaar van 2008 opgeleverd zouden worden, eindelijk gaat beginnen.

Vlak voor we via de Tweede Coehoornstraat afslaan naar de Blankenstraat komt tram 10 luid bellend langs. Het had niet veel gescheeld of die had hier niet gereden. Er was veel weerstand uit de buurt om de lijn door te trekken naar het Java-eiland. De Czaar Peter is veel te smal, riep de één. Verkeersonveilig, riep een ander. Niemand wist meer dat hier in 1884 al een paardentram reed, van Kadijksplein tot het einde van de Lijndenstraat waar de remise met paardenstal stond. Twaalf jaar later reed een elektrische tram door de straat, lijn 13, die vanaf 1932 in lijn 19 veranderde. Toen klonk er geen protest. De huidige tram 10 rijdt nu alweer een paar jaar.

De Blankenstraat is de donkerste van alle straten in deze buurt. Prachtige bomen, dat zeker, maar het maakt het er voor de bewoners in huis niet altijd vrolijker op. Oudbouw wordt hier regelmatig afgewisseld met nieuwere woningen. Ook hebben hier veel lagere scholen gestaan. Tot 1923 stonden op nummer 76 en 78 twee openbare scholen voor jongens en meisjes. Op nummer 141c heeft Corry Vonk, de cabaretière en vrouw van Wim Kan, een aantal jaren gewoond. Meer naar het einde van de straat, op 376, staat nog een voormalige openbare lagere school. Nu wonen en werken er fotografen, grafische vormgevers en andere artistieke Amsterdammers.

We lopen een stukje door de Blankenstraat en slaan rechts de Eerste Leeghwater in. Ook hier komen we weer een oud-schoolgebouw tegen, nu in gebruik als Kindercentrum De Kraai, met een onder andere. een verloskundigenpraktijk en kinderdagverblijf. Achter dit enorme pand stond in de 17de eeuw het bolwerk Zeeburg, met loodwitmolen De Zon erop. Delen van het bolwerk zijn blootgelegd tijdens opgravingen in 2000, in de voorbereidingsfase voor nieuwbouwwijk Het Funen (de oude naam voor de Czaar Peterbuurt). Als na de opleveringen van de laatste huizen in het Funen een parkje wordt aangelegd, zal een deel van het bolwerk daarin creatief worden verwerkt.

Aan het eind van de Eerste Leeghwaterstraat slaan we rechtsaf de Kraijenhoffstraat in. Aan het einde, bij de kruising met de Tweede Coehoornstraat, bevond zich nog een 17de-eeuws bolwerk: de Jaap Hannes. Hierop stond geen molen. Het is rond 1850 samen met bolwerk Zeeburg tegen de vlakte gegaan. Er staat nu een gebouwtje dat in de buurt bekend staat als De Engel, vanwege de grote grijze engel op het dak. Er wonen al jaren anti-krakers.

Op Kraijenhoffstraat 17 hing overigens aan het einde van de 19de eeuw het naambordje van mijn overgrootouders. Ze verkasten rond 1885 naar de Czaar Peterbuurt. Daar kon Pieter Versloot aan de slag als arbeider/spoorman. Met z’n vrouw Maria en hun zes kinderen betrok hij de kleine arbeiderswoning in de Kraijenhoffstraat. Er zouden in dit donkere huis van amper 40 vierkante meter nog zes kinderen bij komen. De laatste spruit werd geboren in 1898: Jacob. Mijn grootvader. Toen hij zes jaar oud was overleed zijn vader Pieter – op 27 mei 1904 “des voormiddags ten 5 den uure”. Niet lang daarna verhuisden de Verslootjes naar de Von Zesenstraat, in de Dapperbuurt. Zo’n beetje aan de andere kant van Molen de Gooyer, waarvan we de wieken vanaf hier net weer kunnen zien.

Tekst: Anne Versloot
September 2008

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
Juli Augustus
Jaargang:
2008 60
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000