Nummer 1: Januari 2016

Katten-1-afffiche-kleur

Kattendompteur verovert de wereld vanuit een loods bij de Kwakersdijk

Lodewijk Napoleon gunde zijn grootvader in 1810 de functie van maître de poste, paardenpostmeester in Groot-Zundert. Hijzelf bereikte eind 19de eeuw als 'professor' Eduard Bonnetty in heel Europa een sterrenstatus met zijn katten-, ratten- en muizennummer. Wie was hij en hoe is het hem vergaan? De speurtocht leidt van Parijs naar het Kwakersdwarspad in Amsterdam-West. Daar werd in een oude loods proefondervindelijk bewezen dat aartsvijanden elkaar kunnen leren vertrouwen.

Een goede circusact staat of valt met verwondering en vrees bij de toeschouwer. Zie de katten van 'professor' Eduard Bonnetty. Ze paradeerden over batterijen flessenhalzen, navigeerden in volle vaart tussen rijen stoelsporten en sprongen door brandende hoepels. Ze balanceerden met dikke ratten, witte en grijze muizen en kanaries gemoedelijk op het gespannen koord, als was het de gewoonste zaak van de dierenwereld. "Om den vreedzamen geest van die anders zoo vijandige elementen te meer te doen uitkomen, wordt een rat op den nek van de kat geplaatst, en zoo moet de wandeling langs het koord gemaakt worden, terwijl een andere kat zijn kop tegen een rat aan streelt en hem met de pooten liefkoost." Vele, soms heel barokke beschrijvingen uit binnen- en buitenland geven de allure weer van deze onovertroffen artiest uit het fin de siècle.
Te midden van zijn chats savants, zijn knappe katten, werd Bonnetty in 1887 in Parijs vereeuwigd door Théophile-Alexandre Steinlen, de befaamde kattentekenaar. Het was laat in de herfst. Avond aan avond overdonderde 's werelds eerste kattendompteur de toeschouwers van het Cirque d'Hiver (dat nog steeds bestaat!). De Franse schrijver Hugues le Roux, een groot circuskenner, interviewde met hulp van een tolk de ongeveer 28-jarige Hollander, die de eerste oefening van zijn tijdrovende dresseerwijze onthulde: "Vooruit! ordonne M. Bonnetty, qui ne parle que le hollandais. Le chat ne 'vooruit' pas." Eindeloos geduld en vriendelijkheid moest hij betrachten om de dieren aan hem te wennen, ze de commando's te doen opvolgen en de kunstjes te leren appreciëren. Én natuurlijk om prooi en vijand elkaar te laten vertrouwen. Reden genoeg om zijn artiestennaam met 'professor' te tooien.

Pakhuisratten
Met zijn Wunder Katzen veroverde de professor Wenen en met zijn Performing Cats Londen. In Madrid vermaakte hij de kleuterkoning Alfonso XIII en in de harem van de sultan in Constantinopel sloegen de dames het samenspel tussen de aartsvijanden gade door spleetjes in de wanden. Nieuwe oorden en successen zouden volgen, maar eind 1891 trad Bonnetty op in zijn geboorteland. Hij begon in Rotterdam en kwam in december naar Circus Carré. Ook hier waren leken en kenners stupéfait van het "zeldzaam schouwspel" en de kassa rinkelde.
Aan Het Nieuws van den Dag vertelde Bonnetty hoe hij zo'n tien jaar eerder als bediende in een manufacturenwinkel op de Nieuwendijk liever op zolder zat met de katten, die hij kunstjes leerde. "Bij 't meten van lint dacht ik aan mijn katten, bij de katoentjes aan mijn marmotten, bij 't fluweel aan mijn duiven." Hij werd ontslagen. Tegen de zin van zijn ouders volgde hij zijn passie en ging de katten dresseren. "In een pakhuis buiten de Raampoort, of liever: een houten loods, die alleen zijn huur waard was voor ratten en muizen, die er waren. Dat bracht me op 'n idéé. Ik begon nu mijn katten te dresseeren met een nest van 8 ratten: heel jong, nauwelijks 12 dagen oud en elk zoo groot als een halve vinger. Ik liet ze eerst wat groeien en bracht ze toen bij mijn katten. U begrijpt, dat die er dadelijk naar grepen, maar dat was de bedoeling niet. Door voortdurende aanraking werden de katten en de ratten aan elkaar gewend en bleef de instinctieve afkeer van ratten tegen katten latent."
Niet alle beesten waren geschikt om te temmen en het katten- en rattenspel kostte hem een extra jaar training. "Iederen dag, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, was ik in de loods buiten de Raampoort bij me kweekelingen, die ik al volkomen met elkaar kon vertrouwen. Zoo ging 't ook met een nest jonge muizen."

Artis
Zo uitvoerig als deze en latere verhalen ingaan op zijn dresseerkwaliteiten, nooit wordt iets losgelaten over zijn identiteit. Volgens de een had hij een Amsterdams accent, volgens een ander sprak hij plat Brabants. Hij kwam uit een dorpje of was Amsterdammer, werd geboren in 1859 of een jaar later.
Het wekelijks orgaan van variétéartiesten Der Artist – sedert 1883 een onmisbare bron voor elke theaterprogrammeur – noemde hem vanaf 24 april 1887. "Prof. E. Bonnetty, Orginal-Dresseur, 10 dress. Katzen, 25 dress. Tauben, 6 Vögeln, 6 Katzen, 6 Maüse, Adr.: 'Artist'." Een halfjaar later was zijn adres Circus Priami, dat in die periode zijn tent had opgeslagen in Vlaanderen, weer een maand daarna het theater Cirque d'Hiver in de Parijse Rue Amelot. Het aantal katten is dan gestegen tot twaalf.* Er gebeurde wel iets merkwaardigs, want ineens zijn er meer professoren Bonnetty, telkens met wisselende adressen, waarvan meestal één in Amsterdam.
Dat "E. Bonnetti, alhier" geregeld schenkingen deed aan Artis kan geen toeval zijn. Twee roeken, een raaf, een vos: kennelijk waren ze minder geneigd tot kunstjes. In het Amsterdamse bevolkingsregister komt Bonnetty niet voor. Een bron uit 1895 biedt uitkomst. De Duitse acteur en journalist Hermann Otto stelde behalve het tijdschrift Der Artist ook het Artisten-Lexicon van variétéartiesten "aller Länder und Zeiten" samen (onder de naam signor Saltarino). Hij plaatste een fotogravure van Eduard Bonnetty: een tengere man met een flinke, opgekamde snor die zijn smalle gezicht benadrukte. Het lemma vermeldt: "Frederik Passtvors, bekannter Thierdresseur, geb am. 8 Dec. 1860 in Groot-zundert, Nordbrabant." Passtvors lijkt een drukfout, maar de speurtocht trekt nu vlot naar de plaats, waar Vincent van Gogh wordt geëerd als beroemd dorpsgenoot.

Puike collies
Navraag bij het gemeentearchief in Zundert leidt tot de paardenpostmeester Willem Passtoors (1784-1859), naar wie een straat is vernoemd. Hij verdiende zijn respectabele functie als dank voor bewezen diensten aan koning Lodewijk Napoleon. Voorts was er diens kleinzoon Willem Casper Joseph Passtoors (1856-1916), sigarenhandelaar, katholiek vakbondsman, parlementslid en burgemeester van Ginneken en Bavel. Maar een kattendompteur, nee, die kent men niet. Het gezin van Willem Frederik George Lodewijk Passtoors, de zoon van de postmeester, werd in 1877 naar Amsterdam uitgeschreven. Misschien ligt daar het antwoord.
De naam 'Passtoors' levert een waslijst aan Amsterdamse adressen op. Joseph Jan Maria Emilius Passtoors, een broer van de vakbondsman, geboren op 22 september 1859 in Groot-Zundert, vestigde zich als "Koopman in honden en reiziger" met zijn gezin in Amsterdam-West, buiten de Raampoort. Eerst op de Nassaukade en al gauw in de Potgieterstraat in de wijk waar de gemeente vanaf 1894 begon met onteigening voor stadsuitbreiding. Als 'J. Bonnetty' bood hij in advertenties eerste kwaliteit honden aan met uitstekende stambomen: "puike Collies", "gitzwarte Poedels", "grauwe Keesen". Voor "Scheeren, Coupeeren en Castreeren" en voor africhten kon men bij hem terecht en hij was te ontbieden op feesten en partijen met zijn gedresseerde miniatuurhondjes. Een van de hoofdnummers: 'De hond die pianospeelt en walst'.
Was híj dan de elegante professor Bonnetty die met zijn wonderkatten in het Cirque d'Hiver ovaties had geoogst?

Vossenstreek
"Bonnetty was de artiestennaam van mijn overgrootvader. Met zijn kleine huisdieren trad hij eind 19de en begin 20ste eeuw over de hele wereld op." Arthur Passtoors onderhoudt een website over zijn voorouders. Hij werkt op het Rokin, niet ver dus van de Nieuwendijk, waar lang geleden de jonge bediende tussen de lapjes aan zijn dieren dacht. Uit de familie kent hij verhalen over de tragische dood van de dieren door verstikking in het ruim van een Frans schip kort nadat Bonnetty ze had verkocht en over de apen in de Potgieterstraat die amok maakten en ontsnapten.
Passtoors bewaart een archiefje met enkele bijzondere documenten, zoals een portretfoto uit Nizjni Novgorod en een laissez-passer uit september 1893. Voor de 36 bestemmingen, waaronder Rusland, Noord-Amerika en vrijwel geheel Zuid-Amerika, biedt het nauwelijks genoeg ruimte. Bij speciale kenmerken staat: "une cicatrice", een litteken aan een vinger van de rechterhand. Gebeten door een vos, weet de achterkleinzoon uit overlevering.
Hoe ver de dompteur zijn passie voerde, blijkt uit de lange reis langs de Wolga. In De Nederlandsche Jager beschreef "J. Bonnetty, Dresseur" in 1896 zijn avontuurlijke zoektocht naar jonge vossen bij Russische boeren, die het bont doorgaans verkochten op jaarmarkten, zoals in Nizjni Novgorod. Vandaar de foto. "In gevolge onze advertentie kwamen de boeren ons weldra met hun telega's (boerenwagens) halen." Zijn knecht was erbij en Passtoors denkt dat ook Josephs één jaar jongere broer Johannes mee was. Eenmaal voorzien van voldoende vossen, voeren ze naar Rybinsk. Onderweg troffen ze de vossen voor dood aan in hun hokken. Toen ze er één dan maar overboord gooiden, zwom die weg. De vossen herhaalden hun levenloze kunstje, maar de dresseurs liepen er niet weer in. Thuis volgde intensieve training met vossen en kippen, waarbij Bonnetty soms een "Russisch Reintje" achterna moest in de weilanden achter zijn werf bij het Kwakersdwarspad (het huidige Kwakersplein).

Illusie
Voor 'Idylle uit het dierenrijk' tooide Bonnetty zich in Engelse rode jachtrok en hoge kaplaarzen. Hij "organiseert een steeple-chase tusschen honden en vossen – zeer vreedzaam –, vertoont u een worstelwedstrijd tusschen een vos en een hond, werpt voedsel in een chaos van vossestaarten, hondekoppen, kippeveeren en ganzensnaters, zonder dat de 'Idylle' wordt verstoord." De dierentemmer verklaarde dit alles te doen als Amsterdammer, waarop Het Algemeen Handelsblad in januari 1895 jubelde: "elk Amsterdamsch oog gloeit van trots en elke Amsterdamsche boezem zwelt!"
Een jaar later berichtte The New York Times over de aankomst van Bonnetty op het stoomschip Mohawk met zijn menagerie "including foxes, dogs, cats, rats, geese, ducks, hens, pigeons, and cockatoos". "Mr and Mrs E. Bonnetty" hadden een engagement op Broadway bij Koster & Bial's Music Hall. Het ging nu om broer Johannes Passtoors, pasgetrouwd met Maria Döppenbecker.
Arthur Passtoors stelt vast dat de twee broers samen schuilgingen achter de artiestennaam Bonnetty. "Ze wilden deze illusie voor de buitenwereld in stand houden." Heel graag zelfs, want ook 'Frederik Passtoors' is een mystificatie, waarvoor ze hun vaders voornaam hanteerden tegenover journalisten. Zo konden ze beiden in binnen- en buitenland doorgaan voor professor Bonnetty.
De samenwerking eindigde rond 1900. Elk ging zijns weegs. Hun kunst was inmiddels afgekeken door vele andere dresseurs. Bonnetty was niet langer exclusief. Enkele jaren na de vroegtijdige dood van zijn vrouw Maria van Luijnen doekte Joseph de zaak in de Potgieterstraat op en hoewel er geregeld nog een "ouderwetsche kindervoorstelling" door Bonnetty werd opgevoerd, raakte de allure er wel af.
Tot zijn pensionering heeft hij als nachtwaker bij de Boldootfabriek aan de Haarlemmerweg gewerkt. Twee van zijn drie kinderen verloor hij, bij een ongeluk en door de Spaanse griep. Zijn broer Johannes stierf in 1931, in necrologieën hogelijk gerespecteerd als "de bekende veteraan-wandelaar". Toen in maart 1942 Joseph 'Bonnetty' Passtoors overleed in een rusthuis in Beverwijk werd geen woord aan hem gewijd. De tijd was er niet naar om stil te staan bij de beminnelijke dresseur, die iedereen versteld had doen staan met zijn vredelievende taferelen.

JESSICA VOETEN IS JOURNALIST.

* MET DANK AAN MR. H.H.J. LINSSEN VOOR ONDER MEER DE ONMISBARE GEGEVENS UIT DE ZELDZAME BRONNEN DER ARTIST EN ARTISTEN-LEXICON.