In oude glorie: Eigentijds gekapt Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 17, 2011    
3132   0   0   0   0   0

Veel gerenommeerde architecten grepen in de periode van omstreeks 1870 tot 1900 terug op historische bouwstijlen, of lonkten daar op z’n minst naar.

Toch waren de ontwerpers en bouwmeesters uit die tijd verre van gemakzuchtige kopieerders, want de materialen en technieken die zij toepasten waren juist zeer eigentijds en zelfs experimenteel. Dergelijke gecamoufleerde vernieuwing is onder meer terug te vinden in kapconstructies uit die tijd.

Een aardig voorbeeld hiervan biedt de voormalige Westergasfabriek, één van de belangrijkste industriële complexen in Nederland dat in 1883-1885 verrees langs de Haarlemmertrekvaart. Architect Isaac Gosschalk (1838-1907), die zijn ontwerpen hiervoor baseerde op vormen die hij kende uit de 16de- en 17de-eeuwse vaderlandse bouwkunst, maakte bijvoorbeeld gebruik van verschillende soorten draagconstructies. Naast eenvoudige houten kappen (regulateurshuis en ketelhuis), gebruikte hij kappen met Philibert- of schenkelspanten (machinegebouw) dan wel Polonceauspanten (zuiveringshuis).

Philibert- of schenkelspanten zijn gebogen, halve-cirkelvormige spanten (zie tekening), die aan voor- en achterkant met kruislings aangebrachte strippen wordt verstevigd. Dit type was al in de 16de eeuw ontwikkeld door de Franse bouwmeester Philibert de l’Orme, maar daarna in onbruik geraakt. Eind 18de eeuw werd het ‘herontdekt’ en met name in de 19de eeuw weer populair in een vereenvoudigde en verbeterde vorm, onder andere omdat er meer ijzer in werd gebruikt.

De punt- of zadeldaken van het zuiveringshuis, worden gedragen door Polonceauspanten (zie tekening en foto). Deze constructie werd in 1839 geïntroduceerd door de Franse ingenieur Camille Polonceau. Hij maakt daarbij gebruik van twee schuin tegen elkaar geplaatste onderspannen liggers, dat wil zeggen dat zij zijn versterkt en verstijfd door een extra ondersteuning (de houten of ijzeren drukstaaf) in het midden van de balk. Deze liggers worden aan de onderzijde verbonden door een ijzeren trekstaaf. Hier wordt optimaal geprofiteerd van de nieuwe materialen: staal kan goed trekkrachten opnemen, gietijzer is uitermate geschikt voor het opvangen van druk. Deze vrij lichte, materiaal besparende en eenvoudig te (de)monteren constructie werd met name populair voor grotere overspanningen. Een grote afstand tussen twee steunpunten, bijvoorbeeld bij een perronoverkapping, uitgevoerd in hout vraagt immers om erg veel materiaal en maakt de kapconstructie zelf ook weer zwaarder.

Zo’n kap was dus bij uitstek geschikt voor het dak van Carré, dat eind 1887 werd opgeleverd aan de Amstel. Het hoge, gebogen dak van dit circustheater rust op acht ijzeren gebogen Polonceauspanten met een spanwijdte van 37 meter, voor zover bekend de grootste overspanning van dit type in Nederland. Doordat geen pijlers of andere ondersteuningen zijn gebruikt, konden trapezewerkers en andere circusartiesten ongehinderd hun halsbrekende hoogtetoeren uithalen, en hadden toeschouwers overal goed zicht op de voorstellingen.

De kap verdween in 1919 achter een plafond, vooral om de temperatuur in de zaal beter te kunnen beheersen. Onlangs bleek dat achter het plafond nog steeds de oorspronkelijke afwerking van de kap schuilt. De met hout beklede spantenconstructie is aan de onderzijde groen geschilderd, de hoeken zijn voorzien van donkere houtkleurige geprofileerde lijsten en de zijkanten zijn in een donkere houtkleur geverfd. Op de betimmering tussen de spanten is groen geschilderd doek aangebracht, waarop in de vorm van bogen en lijnen fel gekleurde banden zijn te zien, die het gebogen effect van het dak versterken. Zo creëerden de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk onder een eigentijdse kap, toch de sfeer van een circustent.

Tekst: Jos Smit

December 2002

Jos Smit is architectuurhistoricus en medewerker van bureau Monumenten & Archeologie. Met dank aan Coert-Peter Krabbe, Ronald Glaudemans en Martin Pruijs.

Zie ook www.bma.amsterdam.nl

Powered by JReviews