In oude glorie: De Storkhallen Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 10, 2011    
6209   0   0   0   0   0

Met het vertrek van Stork RMO (Rollend Materieel Onderdelen) eindigt een geschiedenis van meer dan drie eeuwen scheepsbouw en zware industrie op Oostenburg. Het tussen 1660 en 1663 aangeplempte ‘fabriekseiland’ was geheel toegesneden op de werf van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Dit pre-industriële bedrijfscomplex van ongekende schaal in Europa, kreeg een waardige opvolger in de ‘Koninklijke Fabriek ter vervaardiging en herstelling van stoom- en ander ijzer- en kolenwerktuigen’ die hier vanaf 1827 was gevestigd. Na het faillissement in 1891 ontstond de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal, later vooral bekend onder de naam Werkspoor en vanaf 1954 gefuseerd met Stork (Verenigde Machinefabriek).

In de zuidwesthoek van het Stork-terrein staan vijf langgerekte, geschakelde bedrijfshallen die sinds vorig jaar rijksmonument zijn. In 1897 ontwierp het architectenbureau A.L. van Gendt en Zonen de drie meest westelijke hallen, bestemd voor de ketelmakerij en gieterij. Daarbij werd de bouwvallig geworden stelplaats uit 1867 gesloopt, de eerste Nederlandse fabriekshal volgens het ‘langshalmodel’. Ook de nieuwbouw van Van Gendt volgt deze opzet, die wordt gekarakteriseerd door een ruim, hoog middendeel met bovenlicht over de hele lengte en twee lagere zijbeuken. De binnenruimte wordt zo leeg mogelijk gehouden en omsloten door de gevels met reeksen vensters. De hallen op Oostenburg zijn opgebouwd rond een constructie van ijzeren kolommen waarop de houten kapspanten rusten. Een dergelijke constructie van ijzer en hout was rond de eeuwwisseling gebruikelijk, maar is gezien de veelvuldige sloop van dergelijke fabriekscomplexen inmiddels zeldzaam geworden.

In 1903 werd nog een locomotiefstelplaats gebouwd en in 1905 verrees de vijfde hal, een turbinestelplaats.

Het uiterst productieve architectenbureau Van Gendt (1874-1978) heeft ruim een halve eeuw het gezicht van het snel groeiende Amsterdam mede vormgegeven. Zo tekenden de Van Gendts bijvoorbeeld voor het Concertgebouw, de Hollandsche Manege, de Raadhuisstraat, het Burgerziekenhuis en het Bungehuis. Het bureau was van alle gebouwtypen thuis en paarde gedegen technische kennis aan stilistische veelzijdigheid. In het geval van de ongeveer honderdvijftig meter lange hallen op Oostenburg - met hun detaillering van rondboogfriezen, spaarvelden en bloktandlijsten -, kozen vader en zoons voor een inspiratie op de Romaanse bouwstijl. Dat sloot goed aan bij de basilicale opzet van het fabriekshaltype en bij de doelmatig-sierende baksteenarchitectuur die voor bedrijfsgebouwen in zwang was. Binnen werd de moderne gietijzeren constructiemethode ‘onversierd’ in het zicht gelaten.

De Storkhallen zijn een zeldzaam restant van drie eeuwen industrie en scheepsbouw in de binnenstad van Amsterdam. Bijzonder waardevol zijn de onderdelen die de gebruiksgeschiedenis zichtbaar maken, zoals de loopkranen met hun geleiding, de draaikranen, de spoorrails, de ingebouwde kantoorruimten en de fabrieksklok. Deze gigantische ruimte verdient een bestemming die recht doet aan dit monument van bedrijf en techniek.

Tekst: Jos Smit

April 2002


Jos Smit is architectuurhistoricus en medewerker van Bureau Monumentenzorg Amsterdam. Met bijdragen van Ronald Glaudemans en Freek Schmidt, Bureau Monumentenzorg Amsterdam.

Zie voor meer informatie www.bmz.amsterdam.nl

Powered by JReviews