En dáár is de Canon van Amsterdam! Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 15, 2010    
5512   0   0   0   0   0

In de keuken van de Canon

092008_CanonHet duurde even, maar nu heeft ook Amsterdam zijn eigen ‘canon’: een handzaam overzicht van wat iedere Amsterdam eígenlijk zou moeten weten over de ontwikkeling van zijn of haar eigen stad. Hoe kwam die canon tot stand? Hoe onontkoombaar of juist willekeurig waren de keuzes? En wat zijn de verschillen met oudere overzichten van belangrijke mijlpalen in de stadsgeschiedenis? Een kijkje in de keuken van de Canoncommissie.

Najaar 2006 verscheen de Canon van Nederland, onder de wat cryptische titel entoen.nu, samengesteld door een commissie van historici onder leiding van prof. Frits van Oostrom. Die zette de belangrijkste aspecten en momenten in de wording van Nederland op een rij. Deze nationale canon was allereerst bedoeld als “richtinggevende handreiking” voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ze werd uitgegeven in boekvorm en is nog altijd integraal te vinden op internet (www.entoen.nu). Daartoe door de commissie-Van Oortom aangespoord, raakte prompt raakte heel Nederland door de canon-koorts bevangen: wie geen eigen canon had, telde niet mee. Intussen hebben Haarlem, Leiden, Den Haag, Rijswijk, Eindhoven, Tilburg, Breda, Heerlen een eigen canon, net als vele gemeenten, zoals, maar ook kleinere plaatsen als Rijkswijk, Nieuwegein en Heiloo. Bovendien is er een hausse aan thematische canons, zoals die van de Nederlandse film en van de literatuur, de kerkgeschiedenis, de wiskunde en het schaatsen.
In Amsterdam werd al eind 2006 op voorstel van VVD-raadslid Eric van den Burg besloten een plaatselijke canon te maken, maar het duurde lang voor het project van de grond kwam. Het gemeentelijk Platform Amsterdam Samen (PAS), waaraan de regie was toevertrouwd, aarzelde lang over de beste aanpak: moest de canon ‘vanuit de bevolking’ worden samengesteld of toch maar door een commissie van experts? Intussen werd de buitenwereld ongeduldig. Het Parool riep begin 2008 de lezers op hun eigen onderwerpen voor de canon aan te dragen. Het aantal spontane inzendingen viel overigens wat tegen. AT5 was al eerder begonnen. Hoofdredacteur Klaas Treurniet, die ooit geschiedenis studeerde, bedacht kort na het raadsbesluit dat er op zijn zender een tv-serie over de Amsterdamse geschiedenis moest komen. Omdat de gemeente daarmee geen haast leek te hebben, besloot AT5 dan maar zelf een canon te laten. Daarvoor benaderde Treurniet zijn voormalige docent Herman Beliën van de Universiteit van Amsterdam. Beliën is lid geweest van de commissie-Van Oostrom, presenteerde al eerder op tv een historische quiz en maakte met zijn studenten heel wat historische stadswandelingen. Met collega-historicus Paul Knevel bedacht Beliën, naar voorbeeld van het concept van de landelijke canon, een lijstje van 50 belangrijke figuren en momenten uit de stadshistorie. Dat AT5 de gemeente de loef zou afsteken, was B&W toch hun eer te na. Mede met het oog op de gevraagde gemeentelijke projectsubsidie, toonde hoofdredacteur Treurniet zich bereid te wachten op de officiële canon, mits de gemeente daar eindelijk een beetje mee opschoot.

Geen scherpslijpers
Het werd nu toch tijd voor besluitvaardigheid, besefte de nieuwe PAS-directeur Henk van Waveren. Eind 2007 benoemde hij Ewoud Poerink van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) tot canoncoördinator. Pragmatisch kozen Van Waveren en Poerink voor het razendsnel instellen van een deskundigencommissie en ook al voor een opzet die sterk leek op die van de Canon van Nederland (en daarmee op die van AT5). Dat betekende een lijst van 50 ‘iconen’ alias ‘vensters’: aansprekende gebeurtenissen of figuren, die als het ware ‘uitzicht boden’ op bredere ontwikkelingen.
Begin dit jaar werd historicus prof.dr. Piet de Rooij aangezocht als voorzitter van de toekomstige commissie. Voor die rol was hij geknipt. Hij studeerde in 1968 aan de UvA af als historicus op een scriptie over het Amsterdamse Palingoproer van 1886, maar werd docent/onderzoeker bij de subfaculteit Opvoedkunde aan die universiteit. Daarna werd hij er professor Nederlandse geschiedenis. Eerder al leidde hij een commissie die voor het geschiedenisonderwijs op de basisschool een heldere en aansprekende indeling in tijdperken bedacht. Daarnaast was hij een van de belangrijkste auteurs van de nieuwe vierdelige Geschiedenis van Amsterdam, die de afgelopen jaren bij uitgeverij SUN verscheen.
De Rooij had een stevige inbreng bij de samenstelling van de rest van de commissie. Die bestond uit de meergenoemde Herman Beliën (UvA) en zijn mede-hisrotici Annemarie de Wildt (Amsterdams Historisch Museum), Judikje Kiers (Museum Ons’ Lieve Heer op Solder), Gijs van der Ham (Rijksmuseum) en Joël Cahen (Joods Historisch Museum) en daarnaast journaliste Yvonne Zonderop, NOS-Journaalredacteur Noraly Beyer, cultureel ondernemer en tv-presentator Tarik Yousif en oud-directeur van het Kabinet Burgemeester Roeland Gilijamse.
“Het was een leuke club,” zegt De Rooy terugblikkend. “Juist ook omdat weliswaar meerderheid uit zeg maar gediplomeerde historici bestond, maar er ook een paar mensen inzaten uit de mediawereld, die soms onbekommerd vragen stelden die onze vanzelfsprekendheden even deden wankelen, zoals ‘Wat is er zo interessant aan die gebeurtenis?’ of ‘Ja, maar hoe kwam dat dan?’. Heel verfrissend! En stuk voor stuk mensen met interessante ervaringen. Neem Noraly Beyer; die kennen de meeste alleen van het Journaal, maar wist je dat ze ook actrice is en hartstikke actief is in allerlei sociaal-culturele projecten in Zuidoost?”
Bij de samenstelling heeft hij ook wel een beetje gelet op de persoonlijke stijl, laat De Rooy doorschemeren. “Het moesten geen scherpslijpers zijn. Ze moesten wel in staat blijven de onontkoombaarheid van onze keuze een beetje te relativeren. Zo’n canon is geen onaantastbare hogere wetenschap, al is het ook zeker geen pure onzin. Noem het maar een ernstig gezelschapsspel!” Er is dan ook genoeg gelachen in deze commissie – en dat had anders kunnen zijn. In Rotterdam werden van hogerhand een aantal zich gewichtig voelende experts bij elkaar gezet, die elkaar de tent uitvochten. Dus heeft de Maasstad nog altijd geen stedelijke canon…

Beginnen bij de Dam
Maar hoe doe je dat nou, zo’n canon maken? De Rooy is niet te beroerd om Ons Amsterdam een blik achter de schermen te geven. Om het zichzelf niet moeilijker te maken als nodig, spiekten de samensteller allereerst onbeschaamd in de lijst die commissielid Herman Beliën al voor AT5 gemaakt had. Tegen de kernmomenten die deze had geselecteerd voor de eerste eeuwen was eigenlijk weinig in te brengen, vond de commissie. Het Tolprivilege van Floris V (1295) is nog steeds het jaartal waar alle stadsjubilea (bijvoorbeeld ‘Amsterdam 700’ aan werden opgehangen, en het was zeker een belangrijk moment in het verzelfstandigingsproces van de jonge nederzetting. Maar het echte begin van Amsterdam was dit toch niet, dus moest het verhaal maar beginnen met de aanleg van de Dam, tientallen jaren eerder. Het Mirakel van Amsterdam in 1345 had Amsterdam tot een internationale bedevaartsplaats gemaakt, een ‘toeristenstad’ zou je haast kunnen zeggen. Bovendien wordt dit beweerde hostiewonder nog steeds jaarlijks herdacht (‘Stille Omgang’) – een stuk collectieve herinnering dus – en weerspiegelt het duidelijk hoe Amsterdam toen nog een door en door katholieke stad was. Mooier kon het niet: zonder discussie op de lijst, dus!
Dan de periode van de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje (1568-1648), of de ‘Nederlandse Opstand’, zoals vakhistorici liever zeggen, omdat het gedonder eigenlijk nog wat langer duurde dan 80 jaar. Was de Beeldenstorm van 1566 niet een fijn sensationeel feit om dat hele verhaal aan op te hangen? Ja, dat zeker, maar misschien toch niet genoeg specifiek voor Amsterdam. Ook in talloze andere Noord- en Zuidnederlandse plaatsen werden de kerken geplunderd. Dan liever het smeuïge verhaal van de Spaanse landvoogd Alva, die ’s nacht Amsterdam uitsloop om zijn schuldeisers te ontlopen? Toch te veel een zijlijntje. Nee, vond men, Beliën had gelijk: het beslissende moment was toch de zogeheten Alteratie in mei 1578: de vreedzame machtsgreep van protestantse kooplieden die de katholieke regenten afzetten, waarna de stad zich openlijk aansloot bij Willem van Oranjes opstand tegen de katholieke Spaanse koning die op afstand de Nederlanden regeerde. Die riskante beslissing pakte goed uit, en maakte van Amsterdam (na de val van Antwerpen) de eerste haven van Europa.
Ook Beliëns voorstel de 16de-eeuwse Oostzeehandel op te nemen haalde het met vlag en wimpel, maar wel met een net iets andere betiteling. Eerst zou het in de canon komen onder de naam ‘Moedernegotie’: de bijnaam die aangaf dat deze handel in graan en hout op de Duitse en Baltische havensteden Amsterdam welvarend had gemaakt – en dus niet pas de VOC-handel op de Oost of de Westindische slavenhandel, zoals vaak wordt gedacht. Maar ja, een moeilijk woord, was het wel, die ‘Moedernegotie’ en niet zo concreet. Dus werd verhaal over die opbloeiende handel vastgeknoopt aan ‘Het eerste koopmansboek’ : de oudste bewaarde administratie van die handel, uit 1544.

Amsterdamse inkleuring
Hoe dichter het heden werd genaderd, hoe vaker er van de aanvankelijke AT5-lijst werd afgeweken. Niet verwonderlijk, want over de 17de eeuw en later is veel meer bronnenmatariaal en zijn dus ook oneindig veel meer wetenschappelijks studies beschikbaar. Kiezen (uit feiten én uit interpretaties) wordt dus moeilijker. Bij dat kiezen werd allereerst weer goed gelet op de nationale canon. Tenslotte zit het lesprogramma van vooral de basisschool al barstensvol, dus is er geen ruimte om ook nog eens heel verschillende historische canons erin te stampen. Dus moest de Amsterdamse canon zo veel mogelijk gebruikt kunnen worden als stedelijke verbijzondering van de landelijke. Niet zo moeilijk ook, omdat in die Nederlandse geschiedenis Amsterdam vaak een centrale rol speelde.
Daar waren natuurlijk heel wat beperkingen aan: hunebedden hadden we hier nooit, en de Romeinen waren hier hooguit als passanten. En Erasmus. Christiaen Huygens en de Rotterdams haven vielen buiten ons rayon. Maar nationale canon-items als Floris V, de Hanze (zie: Moedernegotie), Willem van Oranje, de VOC, kaartenmaker Bleau, de grachtengordel, Rembrandt, buitenhuizen, de slavernij, Napoleon, de leerplicht, de crisisjaren, Anne Frank, en ‘veelkleurig Nederland’, die staan ook allemaal in de Amsterdamse Canon, zij het soms onder iets andere namen. Om het cliché te mijden heet het item ‘Anne Frank’ uit de nationale canon hier nu simpelweg ‘De jodenvervolging’. En ‘Rembrandt’ is vernoemd tot ‘De Nachtwacht’.
In veel gevallen werd het betreffende thema Amsterdamser ingekleurd. ‘De crisisjaren’ werd ‘Het Jordaanoproer’. Het verzet tegen kinderarbeid, de strijd voor de leerplicht en het onderwijs als ‘emancipatiemachine’ krijgen een originele invulling door dit item ‘Kees de jongen’ te dopen, de romanheld van Theo Thijssen die rond 1890 zo graag dóór zou leren maar het nog niet kon. ‘Veelkleurig Amsterdam’ wordt in de Amsterdamse canon gesymboliseerd door de Dappermarkt, vorig jaar uitgeroepen tot beste en kleurrijkste markt van Nederland . Al doende werden nationale hoofdfiguren soms tot Amsterdamse figuranten: Andere items uit dit rijtje kregen een Amsterdamser invulling: Willem van Oranje is slechts een schim op de achtergrond in het verhaal over de genoemde Alteratie van 1578 en keizer Napoleon Bonaparte komt alleen zijdelings voor in het verhaaltje over diens broer, de hier in 1806 gedropte koning Lodewijk Napoleon die van Amsterdams stadhuis zijn paleis maakte.

Hoe Amsterdams is Sinterklaas?
Toch zijn er ook nog een aantal nationale iconen die ondanks hun redelijk Amsterdamse karakter de hoofdstedelijke canon niet gehaald hebben. Waar is bijvoorbeeld Aletta Jacobs gebleven? Die groeide weliswaar op in het Groningse, maar bracht toch het grootste deel van haar leven door in Amsterdam, als eerste vrouwelijke arts en icoon van de vrouwenbeweging! En waren bleven de Beemster (door rijke Amsterdammers drooggelegd en bewoond), zeeheld Michiel de Ruyter (met zijn eigen bank in de Oude Kerk), de eerste trein van Amsterdam naar Haarlem (1839) en Annie M.G. Schmidt?
“Tja, we hadden maar 50 ‘vensters’ te kiezen,”zegt De Rooy. “Zo was het spel, zo waren de regels; we vonden het flauw daaraan te morrelen. En we wilden er natuurlijk ook genoeg onderwerpen in hebben die heel specifiek zijn voor deze stad, die Amsterdam tot Amsterdam maken. Bijvoorbeeld de joodse invloed (met als icoon de beide 17de-eeuwse synagogen), Amsterdam als financieel centrum en als perscentrum, en als stad van wereldverbeteraars en artistieke nieuwlichters (denk aan de Pijp als Amsterdams Montmartre rond 1900, en aan de Provo’’s bij het Lieverdje rond 1965).. Maar denk ook aan het belang van de diamantindustrie, de grote rol van het socialisme, aan de Jordaanfolklore en Ajax . Die moesten er ook in allemaal. Of we wel voldoende aandacht hebben besteed aan de volkscultuur? Sinterklaas? Ja, ook nauw met Amsterdam verbonden, maar toch vooral een algemeen Nederlands fenomeen. En dat geldt ook voor de poppenkast, vind ik.”
Nog een voorbeeld van de manier waarop werd gezocht naar het specifiek-Amsterdamse is de behandeling van het volksverzet en de socialistische beweging. Piet de Rooy wijdde zelf ooit zijn doctoraalscriptie (1968) aan het Palingoproer van 1886. “Maar aan oproeren konden we hier niet eens beginnen. Het waren er gewoon te veel. Wat betreft het socialisme hebben we natuurlijk gedacht aan Domela Nieuwenhuis, maar die vonden we toch ook meer nationaal dan voor Amsterdam van belang. Typisch voor Amsterdam is wél dat de sociaal-democraten na 1900 zo’n beeldbepalende rol gingen spelen in de stadspolitiek. Dus maakten we wél wethouder Wibaut tot icoon. Overigens staat ook vakbondsman-politicus Henri Polak erin, in het verhaal over de Diamantbewerkersbond.”
Met Polak sloeg de commissie zo twee vliegen in een klap, en dat deden ze graag. In Het Parool was ‘de bruine kroeg’ met reden voorgedragen voor de canon: een beeldbepalend fenomeen. Dat is hier óók sinds een halve eeuw de homo-beweging. Maar de ’50-grens’kwam in zicht. En zo werd, abacadraba!, het legendarische homovriendelijke Zeedijkcafé ‘t Mandje (onlangs heropend) tot icoon gepromoveerd, waardoor er gelukkig ook nog een dijk van een vrouw de canon binnenglipte: Bet van Beeren.

Eigentijdse blik
Bij de selectie speelden de eigentijdse aandachtspunten van 21ste-eeuwse Amsterdammers natuurlijk een onmiskenbaar een rol. De multiculturaliteit van de stad keert een paar keer terug in de lijst. De volgend jaar jubilerende Wisselbank (1609) staat er ook in, want de (nu hevig gedigitaliseerde) beurshandel is nog steeds van levensbelang voor de stad. En de Wallen zijn nu zelfs nog heviger dan gewoonlijk het gesprek van de dag. De vrij late introductie van het item ‘De Wallen in de canon leidde helaas wél tot schrapping van de Olympische Spelen van 1928 (volgend jaar al weer wat minder actueel klinkend, immers). Over die Wallen is nog het langst gediscussieerd in de commissie, onthult De Rooy. Was dat nou niet te zeer een toeristisch cliché?, knorden de sceptici. En iedere stad had toch een hoerenbuurt? Ja, maar de Amsterdamse rosse buurt was wél een van de oudste, én wéreldberoemd. Bovendien was ze nauw verbonden met de wereld van de (nog nauwelijks in de canon genoemde) misdaadwereld en zodoende nu ook een ‘hot issue’ in de gemeentepolitiek. “Dit is het enige onderwerp waarover we hebben gestemd”, zegt De Rooy.
En heeft De Rooy zelf veel stokpaardjes ingebracht? “Zo min mogelijk! Maar toch wel twee die het gehaald hebben. Ten eerste ‘Die mooie Wester.’ Ik had niet lang tevoren de dvd gekocht van Johnny Meijer en raakte stiekem ontroerd door het eerlijke sentiment voor die de stad: het was onweerstaanbaar. Bovendien bood dat de ruimte om enige aandacht te geven
aan de enorme hoeveelheid liedjes en liederen over de stad. Mijn tweede voorstel was de ‘Ams IX’ (de Amsterdam Internet Exchange): een niet zo erg bekend instituut, maar van enorme betekenis voor de stad. Het is het grootste internetknooppunt van de wereld. Ik wist dat eigenlijk alleen omdat mijn zoon een tijdlang gewerkt heeft op het CWI, een universitair informaticacentrum in het Science Park Watergraafsmeer – want daar zit het. Maar bijna niemand heeft ervan gehoord, terwijl we er allemaal dagelijks gebruik van maken!”

En toen?
En wat gaat er nu gebeuren met die canon? “Ja, natuurlijk hopen we dat er op scholen wat mee gebeurt,”zegt Piet de Rooy, “maar eigenlijk is ze bestemd voor alle Amsterdammers. Niet als verplicht huiswerk, maar wel als uitnodigende materiaal om kennis te nemen van de geschiedenis van hun stad. Daarvoor komt er allereerst meteen in september een prachtige website, met veel links naar allerlei musea en andere instellingen waar je méér te weten kan komen van de betreffende onderwerpen. Eind dit jaar komen er ook twee handzame en rijk geïllustreerde boekjes: het ene voor de echte liefhebbers met het complete commissierapport het andere voor een breder publiek. Er komen natuurlijk ook lesbrieven en er wordt gewerkt aan een speciale editie voor inburgeraars. Scholieren worden op de website uitgedaagd een canon van hun eigen leefomgeving te maken: ook spannend.
Is dit nu het laatste woord over wat er echt belangrijk is in de Amsterdamse geschiedenis? ”Natuurlijk niet!”, zegt Piet de Rooy. “”Nee, we gaan er geen inspraakavonden over houden, maar iedereen kan reageren. En als duizenden Amsterdammers zeggen dat Jan Schaefer er nog in moet, dan doen we dat misschien. Maar dan moet men tegelijk ook zeggen wat eruit moet, natuurlijk!”

Tekst: Peter-Paul de Baar
September 2008

De canon voor Amsterdam

1. De Dam: begin 13e eeuw (Het ontstaan van Amsterdam)
2. Het tolprivilege: 1275 (Amsterdam erkend)
3. Het Mirakel van Amsterdam: 1345 (Katholieke stad met internationale faam)
4. Stadsbrand: 1421 (‘Verstening’ van de stad)
5. De stadsmuur: 1482 (Stadsverdediging en stadsrechten)
6. Het Wederdopersoproer: 1535 (‘Ketters’ tarten gezag)
7. Het oudste koopmansboek: 1544 (Oostzeehandel)
8. De Alteratie: 1578 (Amsterdam sluit zich aan bij opstand tegen Spanje)
9. Het tuchthuis: 1596 (Heropvoeding en sociale zorg)
10. De VOC: 1602 (Handel op ‘de Oost’)
11. De Wisselbank: 1609 (Wereldhandelscentrrum)
12. De Spaanse Brabander: 1617 (Immigrantenstad)
13. De grachtengordel: 1612-1662 (Rijkdom en stadsuitbreiding)
14. De Westerkerk: 1631 (Protestantse stad)
15. Het Atheneum illustre: 1632 (Wetenschap helpt handel)
16. De Nachtwacht: 1642 (Schutters en schilders)
17. Het stadhuis:1648 (Machtige stad), zie plaatje bovenaan.
18. De firma Blaeu: 1662 (Drukkers en kaartenmakers)
19. De Portugese en Hoogduitse synagoge: 1671 en 1675 (Joods Amsterdam)
20. De Sociëteit van Suriname: 1683 (Westindische handel en slavernij)
21. Buitenhuizen: 17e en 18e eeuw (Leven in luxe)
22. Het bankiershuis Hope & Co: 1726 (Geldhandel en ‘nouveaux riches’)
23. Felix Meritis: 1777 (‘Verlichting’, cultuur en genootschapsleven)
24. Het Paleis op de Dam: 1808 (De Franse Tijd; stad en staat)
25. Het Algemeen Handelsblad: 1828 (Pers en openbaarheid)
26. Artis: 1838 (Burgers verfraaien de stad I)
27. Het Paleis voor Volksvlijt: 1864 (Sarphati’s nieuwe elan)
28. Het Noordzeekanaal: 1876 (Economie bloeit op)
29. Vondelpark: 1865 en Museumplein: 1885 (Burgers verfraaien de stad II)
30. De Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond: 1894 (Arbeiders organiseren zich)
31. De Pijp: 1900 (Bohémiens in een nieuwbouwwijk)
32. Kees de jongen: 1890 (Het nut van ‘doorleren’)
33. De telefoonkwestie: 1896 (Gemeente neemt verantwoordelijkheid)
34. Floor Wibaut: 1914 (Gemeente als proeftuin voor socialistische samenleving)
35. Amsterdam-Zuid: 1917 (Planmatige stadsuitbreiding en nieuwe architectuur)
36. Schiphol: 1919 (Vliegensvlug de wereld rond)
37. Café ’t Mandje: 1927 (Bruine kroeg voor hetero en homo)
38. Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam: 1935 (Visionair vergezicht)
39. Jordaanoproer: 1934 (Crisis en sociaal protest)
40. De ‘Oranje’ loopt van de helling: 1938 (Scheepsbouw en cruisevaart)
41. De moord op joodse Amsterdammers: 1940-1945 (De Bezetting)
42. De hongerwinter: 1945 (Onttakelde stad)
43. De oude Wester: jaren vijftig (Romantisering van de Jordaan)
44. De Walletjes: jaren vijftig en zestig (Prostitutie en penose.)
45. Het Lieverdje: 1965 (Provo en jeugdcultuur)
46. De Bijlmermeer: 1968 (Nieuwe wijk, nieuwe Amsterdammers)
47. Nummer 14: Johan Cruyff (Sportstad)
48. De Dappermarkt: 2001 (‘Wereldmarkt’)
49. De moord op Theo van Gogh: 2004 (Tolerantie onder druk)
50. Amsterdam Internet Exchange (AMS IX): 21ste eeuw (Groei dienstensector; digitalisering; schaalvergroting)

Powered by JReviews