Hier gebeurde het... Bilderdijkkade, 26 februari 1941 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 09, 2010    
4081   0   0   0   0   0

Duitse tongval maakte indruk 052009_HierSporen van de Februaristaking 1941 tegen de jodenvervolging zijn er in de Kinkerbuurt niet meer. Verdwenen is ook het gebouw van de Stadsreiniging, waar de Ordnungspolizei op de tweede dag een bijeenkomst van het personeel uit elkaar schoot. Of Moos Cohen al aan de fresco’s werkte die waren bestemd voor de officiële opening van de Centrale Werkplaatsen twee maanden later? Wie zal het zeggen…

Op woensdag 26 februari 1941, de tweede dag van de Februaristaking, riep de directeur van de Stadsreiniging ir. A.M. Noppen het personeel bijeen in de grote garagehal achter het hoofdkantoor op de hoek van de Bilderdijkkade en de Kwakersstraat. Er waren ongeveer 700 mensen aanwezig. De directeur verzocht met klem de staking op te heffen. “Laten we het succes, dat jullie gehad hebben, niet te niet doen door onverstandig optreden.” Plotseling klonken mitrailleursalvo’s. De houten poortdeur werd opengeschoten; een kolonne van de Ordnungspolizei - naar hun uniform meestal Grüne genoemd – stormde al vurend de hal binnen.

Directeur Noppen wist het hoofd koel te houden, ook al zat hij onder het stikstof omdat een kogel een brandblusapparaat achter hem aan de muur had doorboord. “Nicht schiessen, ich trage hier die Verantwortung”, riep hij. Het maakte indruk: de commandotoon en de Duitse tongval, die hij had opgedaan toen hij voor de Eerste Wereldoorlog bij AEG in Berlijn werkte, kwamen bekend voor en het schieten hield op. De garage stond vol met reinigingsauto’s, waarachter men dekking had gezocht. Het verklaart dat er niemand dodelijk getroffen was, al hadden acht mensen schotwonden opgelopen, van wie er zes in het ziekenhuis belandden. Vervolgens werden alle aanwezigen met de handen in de lucht handhandig naar de binnenplaats gedreven.

Theun de Vries beschrijft in zijn roman Februari hoe Jeen, een van de hoofdfiguren uit het boek, dit moment beleefde. “Hij knipoogde tegen het ijle, waterblauwe zonlicht boven zijn hoofd, waarin de overvliegende meeuwen witter leken en de vrijheid, de straat, de hele stad verder weg. Hij keek van de lucht weer naar de aarde; op hun stramme laarzenpoten stonden daar een paar opperhoofden van de Grüne voor de troep; de rest sloot de stakers met karabijnen en machinepistolen in.”

Op binnenplaats werden ze gefouilleerd. Dat leverde niets op, maar bij het doorkammen van de garage werd een tas met manifesten gevonden. Noppen en twee werknemers werden ondertussen apart genomen voor verhoor, waarbij de directeur verklaarde dat ze met toestemming van de burgemeester aan het overleggen waren hoe het werk hervat kon worden. Die twee werknemers waren de communisten Dirk van Nimwegen en Piet Nak. Beiden hadden maandagavond 24 februari het woord gevoerd tijdens een bijeenkomst op de Noordermarkt en toen opgeroepen om de volgende dag uit protest tegen de jodenvervolging het werk neer te leggen. Dat deze twee eruit geplukt werden, hadden de overvallers te danken aan motorwagendrijver Jan van Setten, een NSB’er die men had zien praten met de Hauptmann. Ook werd nog een derde communist uit de rij gehaald.

Staat van beleg

Toen niemand zich meldde als eigenaar van het tasje met stakingsmanifesten dat Nak naar het bedrijf had meegenomen en aan een collega gegeven, werden 45 personen in hechtenis genomen en meegevoerd naar de Turnhal in de Marnixstraat, waar nu jeugdtheater De Krakeling is gevestigd. Vandaar brachten de Duitsers een aantal over naar het Lloydhotel op de Oostelijke Handelskade. Behalve stakers waren hier ook arrestanten uit linkse en/of joodse kringen vastgezet, bij elkaar zo’n 250 personen. Ze zouden er het slachtoffer worden van martelpraktijken. Een van hen was oud-wethouder Monne de Miranda, later in Kamp Amersfoort vermoord. Nak en Van Nimwegen zouden na een ruim week weer vrijgelaten worden. Mogelijk waren de bezettingsautoriteiten onkundig gebleven van hun rol in de Februaristaking. Denkbaar is ook dat ze bewust werden losgelaten om hen te volgen in de hoop greep te kunnen krijgen op de illegale CPN. Deze opzet was tot mislukken gedoemd, omdat beiden te ver van de partijleiding afstonden.

Het ging er die middag in de onmiddellijke omgeving van de Stadsreiniging ongekend gewelddadig aan toe. Tijdens de actie van de Ordnungspolizei werd in het wilde weg met mitrailleurs geschoten en in de Kinkerstraat met handgranaten gegooid. Acht mensen werden tussen 15.00 en 16.00 uur getroffen; drie van hen zouden later aan hun verwondingen overlijden. De Wehrmacht had inmiddels de macht overgenomen en opperbevelhebber generaal Friedrich Christiansen kondigde voor Noord-Holland de staat van beleg af. Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart brak zijn skivakantie in Kitzbühel af, maar was nog onderweg naar Nederland. Met militair vertoon werd nu de staking gebroken. Het aantal stakers was die tweede stakingsdag al veel minder. Staakte bij de Reiniging op 25 februari bijvoorbeeld ruim 80% van de ruim 1000 werknemers, de tweede dag was het aantal gehalveerd en bij de Vuilverbranding in Noord werd weer gewerkt. Vuilnisophalers en straatvegers staakten die tweede dag echter nog massaal.

Fresco’s Moos Cohen

Slechts 3% van het Stadsreinigingspersoneel was Duitsgezind geweest of had zich fout gedragen, bleek na de bevrijding. Meer dan de helft was toen al niet meer in dienst. Twee NSB’ers hadden overigens ook deelgenomen aan - zoals een van hen in 1945 verklaarde - de “proteststaking tegen de maatregelen jegens de Israëlieten.” Er waren “weinig werklieden van mijn dienst die politiek waren ontspoord”, verklaarde de directeur na de oorlog in een pleidooi voor strafvermindering voor een oud-werknemer. Deze was weliswaar een overtuigd NSB’er geweest en stafmuzikant bij de WA, maar had zich niet als verklikker gedragen. “Temidden van de vaklieden in de Centrale Werkplaatsen was hij een eenling (...) De stemming tegen de bezetters was hier namelijk zeer vijandig en er heeft zich heel wat afgespeeld, dat ernstige gevolgen zou hebben gehad, indien het bij den vijand bekend geworden was.”

Deze Centrale Werkplaatsen waren de in het voorjaar van 1940 gereedgekomen garages achter het hoofdkantoor. Tot de bouw ervan was besloten toen de dienst in 1937 overgeschakeld was van paarden- naar autotractie. Met vooruitziende blik had Noppen al vóór de Duitse inval maatregelen getroffen om het wagenpark op persgas te laten lopen, omdat hij benzineschaarste vreesde. Toen dat bewaarheid werd, had de Stadsreiniging het hele gemeentelijke wagenpark onder haar hoede gekregen. Voor de officiële opening van de Werkplaatsen was gewacht tot 1 mei 1941, omdat dan ook het 25-jarig dienstjubileum van de directeur gevierd kon worden. Het vond plaats in de nieuwe kantine boven een der werkplaatsen, die opgesierd waren met fresco’s van de in Tiel geboren kunstschilder Moos Cohen. Hij werd op 7 november 1942 in Auschwitz vergast. Deze ruimte is in 2003 afgebroken ten behoeve van uitbreiding van het Stadsdeelkantoor, maar de fresco’s zijn veilig gesteld en zitten nu in kisten.

Sporen van de Februaristaking in de Kinkerbuurt zijn er niet meer, maar een buurtcentrum is vernoemd naar Dirk van Nimwegen.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman

Mei 2009

Powered by JReviews