Comenius, pedagoog en wereldburger

In 1656 vestigde de vermaarde Tsjechische pedagoog en humanist Jan Amos Komenský – beter bekend als Comenius – zich in Amsterdam.

Hij was al vaker in de stad geweest, op uitnodiging van de machtige koopman Lodewijk de Geer in wiens Huis met de Hoofden (Keizersgracht 123) hij dan logeerde. In 1625 tekende hij daar een kaart van Moravië die door Joan Blaeu werd gedrukt.

Comenius (1592-1670) legde onder meer de basis voor de nog steeds bestaande verdeling van het onderwijs in leeftijdsgroepen en bedacht een methode om kennis visueel (met plaatjes) over te brengen. Daarnaast verwierf hij internationaal faam als taalkundige. Comenius was een wereldburger en droomde ervan dat alle volkeren in vrede en vrijheid met elkaar konden verkeren. De taal, zo meende hij, “was dan de deur, waardoor zij bij elkander konden binnengaan”. Vanwege zijn hervormde geloofsovertuiging was Comenius zelf een groot deel van zijn leven op de vlucht voor katholieke overheden. In het tolerante Amsterdam, “de trots van Europa”, sleet hij zijn laatste levensjaren.


Hij kwam berooid in de stad aan en het stadsbestuur verstrekte hem daarom een toelage van ƒ 800. Daarvoor moest hij zich wel “neerzetten tot onderwijsinghe ende stichtinghe van de jeucht, als meede tot voltreckinghe ende perfectioneeringhe van sijn aengevangen pansophiam en andere boecken”. Hij doceerde de zonen van burgemeesters De Graeff en Witsen en vestigde aan de Prinsengracht 415 (waar hij ook woonde) een in heel Europa bekende drukkerij. Als blijk van eerbied vertrouwde Amsterdam hem de sleutel toe van de Stadsbibliotheek in de Agnietenkapel.


Marcella van der Weg


November-December 2003


Delen: