Column: Klemmen voor karren
Een echt succes is het nooit geweest: de auto in de Amsterdamse binnenstad.
Pas een goeie 100 jaar geleden stapte de stad over van vervoer over water naar vervoer over land. En het heeft ook een poosje geduurd voordat het verkeer enigszins geordend zijn weg vond over het gedempte water en langs de grachten. Voetgangers, karren, venters en wielrijders betwistten elkaar de nieuw ontstane mogelijkheden. Er kwamen bepalingen over rechts houden en inhalen en er kwamen aanwijzingen voor maximumsnelheden. Niet alle fietsers hadden begrip voor deze verordeningswoede – voetgangers moesten maar beter oppassen vonden zij in reactie op het B&W-besluit van 1906.
In de decennia daarna is de verkeersinrichting van de stad in hoge mate bepaald door de auto en de tram. Hét symbool voor de vanzelfsprekende alomtegenwoordigheid van de auto is ongetwijfeld het plan van Kaasjager, de politiefunctionaris die de groeiende stroom auto’s over gedempte grachten wilde laten rijden. Uit die tijd dateren de foto’s van het Spui, volgeparkeerd met Kevers en Kadetjes, betaald uit de naoorlogse welvaartsrondes.
Daarna is het tij gekeerd. Er kwamen parkeerplaatsen, parkeervergunningen, parkeergarages, (steeds hogere) parkeertarieven en een wegsleepdienst. Sluitstuk van de regulering was de invoering van de wielklem. Die wielklem gaat nu verdwijnen, als het aan verkeerswethouder Herrema ligt tenminste.
De auto past maar beperkt bij de historische binnenstad van Amsterdam. Het plan van bouwreus Strukton om 100.000 auto’s in tot zes verdiepingen tellende garages onder de gracht te laten verdwijnen, lijkt toch vooral een luchtkasteel. Zelfs niet voldoende om de symbolische betekenis van plan-Kaasjager te bedreigen. De werkelijke opgave ligt erin voldoende alternatieve vervoersmogelijkheden voor de binnenstad te ontwikkelen, te beginnen voor de fiets. Er is inmiddels een bewaarplaats voor weggesleepte fietsen, de AFAC. Het moet toch mogelijk zijn de fietsklem buiten de gemeentelijke verordeningen te houden.
Er is nog wel even tijd om die alternatieven te ontwikkelen, maar niet heel lang. Over een poosje zullen er milieuvriendelijke auto’s beschikbaar komen, moderne witkarren. Als er tegen die tijd onvoldoende alternatieven zijn, zal iedereen er een kopen – ook in de binnenstad. En dan begint het gevecht om de schaarse ruimte opnieuw. Met verordeningen, klemmen en plannen om tot 65 meter diep, tot op de Eemklei, stallingen te bouwen onder de grachten.
Jeroen Slot
Maart 2008
Delen: