Column Felix Rottenberg - Fan van café Krom

Ga niet in de schoenen van Ben ten Holter staan en de bruinekroegendeskundige uithangen. Maak die fout niet, hield ik me zelf voor tijdens een voorjaarswandeling en probeerde te tellen hoeveel bruine cafés in Amsterdam met een vaste klandizie furore maken.

Ten Holter publiceerde in 1967 het Groot Amsterdamse Kroegenboek. Hij mocht het aanprijzen in het televisieprogramma van Willem Duys. Alhoewel Duys een pesthekel had aan Amsterdammers – “snobs en nozems” noemde hij ze –, gaf hij het boek zijn zegen. Duys was de ‘rechtse Matthijs van Nieuwkerk’ van de jaren zestig. Als hij enthousiast was over een boek, stonden de volgende dag rijen mensen met het boek in de hand bij de kassa van boekwinkels. 

Vijf edities werden van Ten Holters boek uitgegeven, de laatste in 1986. Daarnaast schreef hij in zijn rubriek in Het Parool over het ach en wee van de Amsterdamse cafés. K. Schippers modelleerde in zijn roman Een avond in Amsterdam de hoofdpersoon naar de kroegenboekenschrijver. De tragikomisch held, een kantoorklerk, maakte een korte wandeling van zijn werk naar huis en ‘pakt’ hier en daar een pilsje. De associatieve stijl van Schippers en zijn geestig proza maken het tot een uniek boek – een korte wandeling lijkt een expeditie van jaren.

Dit jaar verschenen twee boeken over twee fameuze Amsterdamse kroegen. Een feestelijke uitgave vanwege het honderdjarig jubileum over Café Welling, met foto’s van onder meer oud-D66-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, en mooie stukjes door schrijvers als A.F.Th. van der Heijden. Vorige maand kwam ook Drenkelingen uit, een boek met voortreffelijk geschreven verhaaltjes van Krom-barkeeper Piet Oomes en illustraties door een keur aan tekenaars. 

De huidige eigenaren van Krom eerbiedigen de art-deco-inrichting uit de jaren twintig. Ze hebben alleen het tapijt weggehaald, waaronder een fraai ingelegde houten vloer vrijkwam. Een weggeschoven vitragegordijntje achter de jukebox doet nog denken aan de tijd dat Arie Krom zijn café bestierde. Alle ramen hadden ooit vitrage, zodat er van buiten niet naar binnen kon worden gekeken. Nu kan ik in mijn stamcafé, aan het tafeltje bij de hoek van de bar, de passanten in de Utrechtsestraat observeren, terwijl ik wacht op mijn ‘afspraak’. Krom is de ideale plek voor samenzweringen, het lijkt of niemand je afluistert. 

De ‘bescherming’ van de stamgasten is te danken aan de barkeepers, die met groot gezag hun functie uitoefenen. Hun kleding versterkt die rol: zwarte broek, wit overhemd. Onlangs vroeg iemand me waarom ik een fan van Krom ben. Nu kon ik een treffend citaat uit het boek van Piet Oomes aanreiken: “dit cafe, Krom, was altijd een plaats waar iedereen zich veilig voelde, waar je voor even kon aanspoelen – als een drenkeling aan de bar”.

 

Beeld: Henk Thomas

 

Juninummer 2019

  

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
Juni
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000