Column: Achterstevoren

Vorig jaar zag ik een Duitse film over de grijze DDr, en over een onderwijzer die er nog wat van probeerde te maken.

Hij draaide propagandafilms. Hij liet Hitler spreken, hij toonde de oorlog en de bombardementen, de ineenstortende Duitse steden, en daarna de wederopbouw, toegejuicht door duizenden kinderen. De onderwijzer deed echter meer: aan het eind draaide hij de hele film weer terug, achterstevoren. De duizenden kinderen lieten hun DDR-vlaggetjes weer zakken, de brandende huizen richtten zich weer op, Amerikaanse vliegtuigen zogen de bommen omhoog en ten slotte zag je Hitler al zijn woorden weer intrekken. De kinderen tuimelden over elkaar van plezier: Dat was pas geschiedenis!

Op 1 januari 1900 droeg het Amsterdamse trampersoneel nieuwe koperen knopen, met daarop het wapen van de stad. Decennialang had de ontprivatisering geduurd. Hoeveel moeite hebben toenmalige radicaal-liberalen als Willem Treub - ja, lees goed, het waren liberalen - wel niet gestoken in de annexatie van de gasfabrieken, de waterleiding en de trams. Hoeveel strijd is er wel niet gevoerd om de telefoonconcessie weer los te peuteren van de Nederlandsche Bell Telefoonmaatschappij - Bell liet 's nachts zelfs een bootje met een hoge mast en scherpe scharen door de grachten roeien om stiekem de gemeentelijke telefoondraden door te knippen. Het was één grote, jarenlange strijd tegen de chaos, en voor het belang van de stad als geheel. Zoals het raadslid Sassen zei: "Er zijn nu eenmaal aangelegenheden en toestanden, ten opzicht waarvan of waarin de heilzame kracht (van de concurrentie, GM) niet kan werken, waardoor men uit den aard der zaak in monopolies vervalt, die altijd beter zijn in handen van de overheid dan in die van particulieren."

Nu vallen de tramlijnen weer uiteen, de kabel is weer in handen van het slome achterkleinkind van Bell, gas en water zijn weer geld geworden, de wijze woorden van raadslid Sassen zijn weer teruggevlogen in zijn mond. Einde geschiedenisles.

Geert Mak

Januari 2002

Delen: