Burgemeester Colijn verzet zich tegen de annexatie van Nieuwer-Amstel

In 1921 moest Nieuwer-Amstel (nu Amstelveen) een stuk grond afstaan aan Amsterdam. De gemeentegrens werd verschoven van ongeveer de huidige Fred Roeskestraat naar de Kalfjeslaan. Burgemeester Colijn, de broer van de latere minister-president Hendrik Colijn, heeft zich met hand en tand tegen deze gedeeltelijke annexatie verzet.

 

Onderschrift

Het was niet de eerste keer dat Nieuwer-Amstel grond verloor aan Amsterdam: een vorige, veel grotere annexatie lag de bewoners nog vers in het geheugen. In 1896 werd het grondgebied van de gemeente, ondanks het luide protest van toenmalig burgemeester van Son, bijna gehalveerd. Nieuwer-Amstel was op dat moment een stad bijna net zo groot als Delft of Zwolle, maar raakte in één klap  85 procent van haar inwoners kwijt. Ook het raadhuis, door de gemeente Nieuwer-Amstel expres op de stadsgrens gebouwd, ging naar Amsterdam. De raadsleden moesten daarna tijdelijk vergaderen in een café.

Toen Arie Colijn in 1916 aantrad als burgemeester werd er alweer gesproken van een tweede annexatie. Net als zijn voorganger was Colijn echter niet van plan zomaar een stuk van zijn gemeente af te staan. In een interview met de Telegraaf klaagde hij dat de vorige grensverlegging Nieuwer-Amstel niet veel goeds had opgeleverd: ‘In 1896 werd betoogd, dat Amsterdam zich naar deze zijde moest uitbreiden en een groot deel van Nieuwer-Amstel werd ingeslokt. Maar… in àl die jaren zijn er aan den Amsteldijk geen huizen bijgebouwd en aan de Amstelveenscheweg slechts twee of drie!’ Schertsend voegde hij er aan toe: ‘Ze nemen wel, maar stellen er niets voor in de plaats!’

 

In het bevechten van de annexatieplannen had Colijn één voordeel dat zijn voorganger van Son niet had: Behalve burgemeester was hij ook Tweede Kamerlid. Toen bekend werd dat Amsterdam een stuk van Nieuwer-Amstel wilde annexeren, voorspelde een verslaggever van De Telegraaf al dat Arie Colijn ook in Den Haag van zich zou laten horen: ‘Een krachtig protest zal nog uitgaan van de gemeente Nieuwer-Amstel, die, uit protest-oogpunt bezien, in de voor haar gunstige omstandigheid verkeert in haar burgemeester, de heer Colijn, tevens een pleitbezorger harer belangen in de Tweede Kamer te hebben.’   

En inderdaad schroomde Arie Colijn niet om zijn invloed als Tweede Kamerlid te gebruiken om zich te verzetten tegen de annexatieplannen van Amsterdam. Zo nodigde hij in december 1919 vijf kamerleden uit voor een autoritje door zijn gemeente. Colijn maakte van het pleziertochtje slim gebruik door zijn collega’s er herhaaldelijk op te wijzen ‘dat uit niets de noodzakelijkheid kan blijken van de annexatie van zulk een groot deel der gemeente’. 

Als er in de Tweede Kamer werd gesproken over de gebiedsuitbreiding van Amsterdam, liet Arie Colijn geen mogelijkheid onbenut om tegen de annexaties te protesteren. Hij nam het daarbij ook vaak op voor Watergraafsmeer en Sloten, andere gemeenten die door de hoofdstad dreigden te worden opgeslokt en zich daar tegen verzetten.  In november 1920 hield hij in de Kamer een felle anti-annexatie toespraak: ‘Is het steeds grooter maken van de steden een nationaal belang? (…) In Noord-Holland vaardigt Amsterdam reeds de helft af van alle staatslieden, het platteland heeft bijna niets meer in te brengen. Is de annexatie voor Amsterdam zelf een zegen? Men stelt het voor alsof volksvrijheid en bloei synoniem zijn, het tegendeel is veeleer het geval!’

Uiteindelijk slaagde Colijn er niet in de annexatieplannen te blokkeren. In november 1920 deed de burgemeester in de Tweede Kamer een laatste poging. Met de moed der wanhoop betoogde hij dat Nieuwer-Amstel ouder was dan Amsterdam. Als er al geannexeerd moest worden, laat de hoofdstad zich dan aansluiten bij Nieuwer-Amstel. Amsterdam behoorde eigenlijk tot Amstelveen, en niet andersom! Dit kwam hem slechts op hoongelach van zijn collega’s te staan.

De gedeeltelijke annexatie van Nieuwer-Amstel werd een paar weken later door de Tweede Kamer goedgekeurd.

Inhuldiging van burgemeester Arie Colijn. Arie Colijn in het midden, met de ambtsketen om. Naast hem staat zijn broer, de latere minister president Hendrik Colijn. Juni 1916. Beeldbank Gemeente Amstelveen

De gemeenteraad van Nieuwer-Amstel vergadert in achterzaal van café Blauwhoff in de Dorpsstraat. Zittend in het midden burgemeester A. Colijn. Beeldbank gemeente Amstelveen/N.V. Verenigde Fotobureau´s.
Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Amsterdammers Politiek
Tijdperk:
1900-1950