Broodje weemoed: Amsterdamse Broodjeswinkels

Arbeiders, kunstenaars, de schouwburgbezoeker en de dronkenlap – allen deden zich in de jaren rond de oorlog tegoed aan de rijk belegde broodjes in de Amsterdamse broodjeszaken. Ze waren onderdeel van de Joodse eetcultuur, die door de Duitsers werd vernietigd.

‘Ons belegde broodje gaat furore maken in Brussel’ kopt De Tijd in 1958. Op de Wereldtentoonstelling wordt Amsterdam dat jaar vertegenwoordigd door Levi Halverstad, uitbater van broodjeszaak Leidseplein 24. Hij heeft zes paviljoentjes laten bouwen, van waaruit hij ‘echte Groot-Mokumse broodjes pekel, broodjes lever, broodjes speciaal, en broodjes halfom’ serveert. Volgens De Tijd proef je daarin de ‘ziel van Amsterdam’

Wie de eerste typische broodjeszaak begon, valt moeilijk te achterhalen. Toneelschrijver Herman Heijermans kent de eer toe aan Mijkel Mandel, uitbater van een koosjere viswinkel in de Van Woustraat. ‘Mandel met 't platgekauwd sigarenmepje tusschen de smalle, bloedlooze lippen was de groote ontdekker van de belegde broodjes. Wat in Parijs voor ’n kwart eeuw prospereerde, introduceerde hij voor ’t eerst in Amsterdam. Achter de uitstalkast met de bussen sardines, de flesschen olijven, de gerookte paling, de potten ansjovis, de bokkingen en worsten begon-ie op 'n gezegenden avond broodjes te smeren en met zaligheden te voorzien. Eerst at een verdwaalde nachtpit, toen kwam ’r ’n tweede bij, en eer ’r ’n maand gepasseerd was, liep ’t tegen tien, elf uur, storm.’

Dit moet zich hebben afgespeeld rond 1880, als de eerste broodjeswinkels in het Amsterdamse straatbeeld verschijnen. Pioniers zijn Joodse slagers en visboeren (zoals Mandel) die een centje willen bijverdienen. Zij beleggen broodjes met hun eigen waar, door de klant in de winkel op te eten. De opkomst van dit gebruik wordt weerspiegeld in de advertenties van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, waar slagers steeds vaker niet alleen hun vleeswaren aanprijzen, maar ook adverteren voor ‘prima qualiteit Oude en Belegen Kaas, Meikaas, Boter en Eieren’.

Sneetje van Keetje

Tussen 1900 en 1930 schieten de broodjeswinkels als paddenstoelen uit de grond. Eerst in de Jodenbuurt, maar al snel verovert het belegde broodje ook de rest van de stad. Ondernemers hebben het economische tij mee. De Amsterdamse bevolking groeit in deze periode van 510.000 tot 800.000 mensen, van wie bovendien tien procent een Joodse achtergrond heeft. Vanaf de jaren dertig kunnen Amsterdammers met trek in een broodje pekelvlees in de hele stad terecht bij zaken met namen als Broodje van Kootje, Broodje van Joodje, Sneetje van Keetje, Kadetje van Jetje, Fijntje van Sijntje of Knippie van Snippie.

Het gros van deze winkels is in Joodse handen, en de broodjes zijn dus koosjer. Dat betekent onder meer dat ze nooit besmeerd worden met boter; vlees en zuivel in één maaltijd is immers in strijd met de Joodse voedselwetten. Maar, zo stelt de uitbater van een winkel op de Nieuwmarkt: ‘Kwantum en kwaliteit van het vlees zullen dit rijkelijk vergoeden’. Een goed broodje halfom is groot, goedkoop en belegd met (veel) vlees van de beste kwaliteit.

Min of meer hetzelfde geldt voor de aankleding van de winkel. ‘Niet zo mooi betegeld en verlicht als de tegenwoordige; minder decor maar meer substantie!’ schrijft journalist Maurits Dekker in 1949. Om daarna weemoedig te vervolgen: ‘Wat waren ze best, die dik met sappig pekelvlees belegde broodjes voor drie stuivers, die broodjes “speciaal”, die van een omvang waren, dat je een mond als een kolengrijper moest hebben om het geval aan te kunnen. Daarbij vergeleken zijn de dure en povere broodjes van thans niet veel meer dan gevangeniskost.’

 

Verder lezen? Dat kan in het decembernummer. Abonnees ontvangen dit nummer van Ons Amsterdam omstreeks 2 december in de brievenbus! Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je vóór vrijdag 2 december 23:59 aan dan ontvang ook jij dit nummer thuis.

Ja graag! Arrow right

 

 

Beeld header: Vleeswarenhandel Quiros op Jodenbreestraat 43, ca. 1938 / Joods Cultureel Kwartier

Beeld: Vleeswarenhandel Quiros op Jodenbreestraat, 43, ca. 1938 / Joods Cultureel Kwartier

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Tijdperk:
1900-1950

Gerelateerd

Rood, oranje, groen: De komst van het verkeerslicht
Rood, oranje, groen: De komst van het verkeerslicht
Voorproefje 7 november 2022