Bouwplannen gesmoord

Annexatie verhindert uitbreiding Sloten

Ze hadden het zo mooi bedacht in Sloten. Een nieuwe wijk van 135 arbeiderswoningen op een stuk land van boer Willem van der Laan aan de Sloterweg. Te bouwen begin jaren twintig van de vorige eeuw. Het kwam er niet van. Hoe dat ging, beschrijft Slotenaar Theo Durenkamp.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

Op de zolder van de Sint-Jozefschool in Sloten kwam bij de opheffing in 1988 toevallig het archief van de Woningbouwvereeniging Sloten tevoorschijn. De stukken vertellen de vergeten historie van de plannen voor een woonwijk met 135 woningen in de weilanden ten oosten van de dorpskern. Alles leek in kannen en kruiken – tot in 1921 de annexatie door Amsterdam roet in het eten gooide.

Het verhaal begint op 17 december 1919, als de vereniging wordt opgericht. De acht leden kopen ieder twee aandelen à f 5,-; er zit dus f 80,- in kas. Drie dorpsnotabelen vormen het bestuur. Huisarts Lieuwe Faber is voorzitter, Hubertus Schuss, hoofd van de Sint-Jozefschool, secretaris en makelaar Cornelis Onkenhout penningmeester. De vereniging wil “uitsluitend in het belang van de verbetering van de volkshuisvesting” werkzaam zijn.

De Woningwet van 1901 maakt het mogelijk om met overheidssteun betaalbare huurwoningen te bouwen, maar alleen door ‘toegelaten instellingen’: woningbouwverenigingen die niet uit zijn op geldelijk gewin, nauw samenwerken met een gemeente en acceptabele huren vragen. Het zinnetje in de statuten “uitsluitend in het belang van de verbetering van de volkshuisvesting” is precies wat nodig is om als ‘toegelaten instelling’ te worden erkend.

De gemeente Sloten heeft kennelijk dringend behoefte aan goede en goedkope woonruimte – en de drie heren nemen het initiatief. Als de vereniging in het dorp grond kan kopen voor de bouw van 135 arbeiderswoningen, mag ze rekenen op overheidssubsidie. Het oog valt op een stuk land van veehouder Willem van der Laan van boerderij Rijnhof, nu Sloterweg 1146. De kavel bedraagt veertien hectare en loopt als een langgerekt smal perceel van bijna een kilometer in noordelijke richting door tot aan de Slotervaart.

Tekeningen

De architecten Jan Gratama en Gerrit Versteeg laten op 10 maart 1920 weten mee te willen werken. Zij zullen alle tekeningen en bescheiden leveren die nodig zijn voor regeringssteun. Hun brief eindigt met de zin: “Honorarium hiervoor geschat op f 500,-, uit te betalen wanneer de bouw onverhoopt niet doorgaat, mits de kas uwer vereeniging dit toelaat.” Een verstandige toevoeging, blijkt later.

Binnen een half jaar ligt er een pakket bouwtekeningen: plattegronden van het bouwterrein en tekeningen van de vier types huizen. De grond wordt slechts voor een kwart bebouwd, alleen de strook die direct grenst aan de Sloterweg. Boerderij Rijnhof moet wijken. De architecten hebben ook alvast de nodige ontsluitingswegen ingetekend aan de noordzijde van de dorpskern.

In het hart van het plan is ook een school opgenomen. Onduidelijk is of het een nieuwe school betreft of de vervanging van de bestaande openbare school. Mogelijk gaat het om een nieuwe rooms-katholieke meisjesschool; de gemengde Sint-Jozefschool kampt sinds de oprichting in 1914 met een flinke groei van het aantal leerlingen en schoolhoofd Schuss is secretaris van de woningbouwvereniging.

Jan Gratama (1877-1947) werkt sinds 1908 als architect in Amsterdam. Tussen 1914 en 1930 is hij geassocieerd met Gerrit Versteeg (1872-1938). Ze bouwen samen ettelijke huizenblokken in Betondorp, Vogelbuurt, Transvaalbuurt en Zuid. De Gemeentelijke Woningdienst stelt Gratama ook aan als supervisor van de te bouwen Stadionbuurt. Hij ontwerpt zelf het Olympia-Complex (uit vijf grote woonblokken tussen de Olympiakade, de Turnerstraat en de Speerstraat) en de bebouwing langs de Marathonweg.

Gratama is ook een ijverige publicist en gebruikt als eerste de term ‘Amsterdamse School’. Hij zit in de Schoonheidscommissies van de gemeente Amsterdam en kan zo architecten die in de Amsterdamse Schoolstijl werken voorrang geven. Door die positie heeft hij grote invloed op de vormgeving van de stad.

Tuindorp

Zijn opvattingen zijn terug te vinden in de tekeningen voor de arbeiderswoningen in Sloten. De wijk is gebaseerd op het idee van het tuindorp, dat in die jaren in Amsterdam-Noord en de Watergraafsmeer wordt toegepast: lage huizen met een vriendelijk pannendak in een dorpse setting, met voor- en achtertuintjes. De vier verschillende woningtypes wijken weinig van elkaar af: op de begane grond een dubbele woonkamer met schuifdeuren, keuken en toilet; op de verdieping drie slaapkamers en een berging, onder een pannendak dat in een knik omhoogloopt, met een kleine dakkapel voor de slaapkamers. Geen badkamer: er is slechts één kraan, in de keuken.

Dat ziet er allemaal goed uit. Maar dan wordt op 1 januari 1921 de gemeente Sloten geannexeerd door Amsterdam – en vanaf die dag heeft de Woningbouwvereeniging Sloten te maken met bestuurders die heel anders tegen het project aankijken. De Amsterdammers vinden om te beginnen de prijs van de grond te hoog. Wethouder Publieke Werken Monne de Miranda is weliswaar vóór de grondaankoop, maar de Commissie van Bijstand der Publieke Werken, die directeur Andries Bos adviseert, is tegen.

Uit een brief van ambtenaar C. Th. Vermeer van Publieke Werken gedateerd 9 juni blijkt dat de aankoop van de grond in eerste instantie is beklonken op f 106.272,-. Hij heeft het bedrag bij boer Van der Laan terug onderhandeld tot f 95.000.-, volgens Vermeer nog altijd aan de hoge kant, maar hij hoopt dat B&W “in de gegeven omstandigheden” de gemeenteraad wel wil voorstellen de grond voor die prijs te kopen. De koopakte bevat de bepaling dat in de aanloop naar de bouw de bouwmaterialen alvast op het erf mogen worden opgeslagen.

Uitstel

Architect Jan Gratama houdt goede hoop, maar heeft slecht nieuws. Hij informeert bij de Gemeentelijke Woningdienst naar de vorderingen en laat de vereniging op 29 juli 1921 weten dat B&W waarschijnlijk een voorstel tot aankoop zal doen aan de gemeenteraad. Dan volgt de domper: “Zooals u echter weet, zal de Minister voorloopig geen woningbouwaanvragen meer behandelen, in verband met de 90.000 die onder handen zijn, zodat ik vermoed, dat de bouw in Sloten nog wel niet spoedig tot stand zal komen.”

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog zijn er veel woningbouwverenigingen opgericht en is het aantal aanvragen voor overheidssteun explosief gestegen. Om de crisis (en de revolutiedreiging) het hoofd te bieden, krijgen corporaties en gemeenten aanvankelijk ruime financiering van de regering, als ze maar bouwen. Maar in 1921 is de koek op. De woningbouw is het slachtoffer van haar eigen succes. Snel breekt de regering de steunmaatregelen weer af.

Een half jaar later is er nog altijd geen uitsluitsel. Begin 1922 benadert Woningbouwvereeniging Sloten de gemeente opnieuw, nu om bezwaar aan te tekenen tegen de eisen aan de grondoverdracht. De gemeente vindt de gevraagde grondprijs te hoog en wil bovendien het bouwterrein flink ophogen, wat het project financieel onhaalbaar maakt. Secretaris Schuss schrijft: “Doordat de gemeente niet tot aankoop van den grond heeft willen overgaan, zijn onze plannen tot een dood punt gekomen.”

Op 5 april 1922 laat Gratama aan Schuss weten dat de aanvraag tot grondaankoop nog steeds niet bij de gemeenteraad is ingediend. B&W is vóór, maar de Commissie van Bijstand van Publieke Werken is nog altijd tegen. Hij voegt eraan toe dat door de algemene stagnatie in de volkswoningbouw en de vermindering van de rijkssubsidie het plan Sloten voorlopig moet blijven rusten. “Ik zal er den heer Keppler dezer dagen nog eens over spreken”, schrijft hij bemoedigend. Arie Keppler is directeur van de Gemeentelijke Woningdienst én de zwager van de machtige wethouder Floor Wibaut. Ook dat levert kennelijk niets op.

Afstel

Later dat jaar zet dokter Faber in een brief aan de directeur van Publieke Werken alle perikelen rond de stilstand van het bouwplan nog eens op een rij. De annexatie is de boosdoener: “Ware de annexatie niet tusschen beide gekomen, dan zou de voormalige gemeente Sloten, overtuigd van de belangrijkheid en noodzakelijkheid daarvan deze plannen zonder twijfel hebben gesteund en zouden thans de vele woningzoekenden uit het plattelandsgedeelte een behoorlijk onderdak hebben gevonden.” Na de annexatie moest de grondaankoop aan de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam worden overgelaten. “Het feit dat deze verplichting den aankoop uit onze handen deed geven maakt dat onze bouwvereeniging niet alleen werkeloos moet toezien, maar de vele woningzoekenden moet teleurstellen en hen moet meedeelen dat dit de gevolgen van de annexatie zijn.”

Het laatste bericht van Gratama aan Faber is per brief van 29 januari 1923, waarin hij meldt dat Willem van der Laan van de Rijn bij hem langs is geweest om maar eens te informeren of er nog een mogelijkheid tot bouwen was. De architect ziet nog maar één kans: “Ik voor mij geloof dat de eenige mogelijkheid zou bestaan in een opzet, waarbij niet gerekend wordt op geldelijke steun van Rijk en Gemeente, omdat nu in Amsterdam ook arbeiderswoningen gebouwd worden zonder steun. Dat wil dus zeggen dat de huren volledig de onkosten moeten dekken. Alvorens ik hier echter moeite voor doe, zou ik gaarne van uw Bestuur vernemen of het nog gewenscht acht, dat deze woningen op dat terrein gebouwd worden.”

Hij gooit er het bijltje bij neer. De kans op Rijkssubsidie, waar de vereniging op had gerekend, is vervlogen. Het laatste archiefstuk is dan ook het formulier van de Kamer van Koophandel waarmee de opheffing van de Woningbouwvereeniging Sloten per 2 februari 1923 wordt bezegeld.

Rijnhof

Na jaren van plannenmakerij verdwijnt het woningbouwplan voorgoed in het archief, dat op de zolder van de Sint-Jozefschool belandt. Hoe zou het dorp Sloten er uitgezien hebben als de plannen wél waren doorgegaan? De wijk was dan wellicht een gemeentelijk monument geweest, net als Betondorp en Vogelbuurt. Langs de Sloterweg staan nu huizen die lang na 1923 op de weilanden aan weerszijden van boerderij Rijnhof zijn gebouwd. De boerderij is van gedaante veranderd, maar valt nog steeds met zijn voorgevel zo ver naar voren dat het verkeer er met een flauwe bocht om heen moet – net als een eeuw geleden.

Januari/Februarinummer 2021

Delen:

Buurten:
Nieuw-West
Editie:
Februari Januari
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950