Biografieën van de drie 'beste burgemeesters'

W. Polak, J.W.C. Tellegen en G. van Hall

Wim Polak

Wim Polak (1924-1999) werd geboren in de Koestraat in de Nieuwmarktbuurt, als zoon van een joodse textielhandelaar. In 1942 dook hij onder in Twente; daar ontmoette hij zijn latere vrouw Jo, ook uit Amsterdam. Zijn ouders overleefden de oorlog niet. Meteen na de bevrijding werd hij lid van de PvdA en ging economie studeren, maar al in 1946 kwam hij als economisch redacteur bij Het Vrije Volk en maakte die studie niet af. In 1965 werd hij wethouder van Financiën en Kunstzaken en algauw ook loco-burgemeester, onder Samkalden, die hij tijdens een langdurige ziekte (1971-1972) verving. In het kabinet-Den Uyl was hij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (1973-1977), speciaal belast met de gemeentefinanciën. In 1977 werd hij burgemeester.

Hij had de pech dat zijn ambtsperiode, tot 1983, samenviel met het hoogtepunt van de militante kraakbeweging. Door velen wordt hij dan ook geassocieerd met zwaar ME-optreden, zoals bij kraakacties in de Vondelstraat (“de colonne, eenmaal in beweging, kan niet worden gestopt,” kondigde hij per strooibiljet aan), de Prins Hendrikkade, de Weteringschans en Jan Luijkenstraat, en bij de inhuldiging van koningin Beatrix. Intern was echter bekend dat hij anders dan zijn voorgangers, politie-inzet zo lang mogelijk poogde te vermijden. Bovendien probeerde hij als eerste ook de oorzaak van de onvrede aan te pakken, vooral de woningnood. Daarvoor gaf hij bestuurlijke rugdekking aan zijn volkshuisvestingswethouder Jan Schaefer, met als gevolg de grootste woningbouwexplosie in de Amsterdamse geschiedenis.

Intussen herstelde Polak het vertrouwen tussen het stadhuis en het politieapparaat. Belangrijk daarbij was de aanstelling van de vernieuwingsgezinde hoofdcommissaris Jaap Valken. Met hem pakte Polak de corruptie binnen de politie aan. De drugsproblematiek werd ook voor het eerst serieus genomen, maar nog allesbehalve opgelost. Samen met financieel wethouder Walter Etty saneerde Polak intussen de gemeentefinanciën: in 1982 was er voor het eerst weer een sluitende begroting.

Intussen werd het 'overloopbeleid' van de jaren zestig, waardoor honderdduizenden Amsterdammers met zachte drang naar Purmerend en de Zuiderzeepolders waren verhuisd, in 1978 vervangen door het nieuwe concept van de 'compacte stad', geformuleerd door wethouder Michael van der Vlis. Polak liet maar al te graag zijn wethouders schitteren; zelf werkte hij liefst op de achtergrond. Na anderhalve eeuw gesteggel maakte Polak een einde aan de besluiteloosheid over een nieuw stadhuis én over een muziektheater. Hij omarmde in 1979 meteen het idee beide te combineren in één complex (‘Stopera’) op het Waterlooplein en wist daar in korte tijd steun voor te krijgen van de gemeenteraad en het rijk.

Al met al heeft Polak, volgens historicus Herman de Liagre Böhl, “een belangrijk aandeel gehad in de beëindiging van de consternatie. Essentieel daarbij was immers het herwinnen van het gezag over de openbare ruimte en daar was Polak slagvaardig: soepel waar mogelijk, onverzettelijk waar nodig.” Meer in het algemeen worden in koor Polaks bescheidenheid, humor, tact, onverstoorbaarheid en wijsheid geroemd. Oud-advocaat en -rechter Willem van Bennekom, nu voorzitter van het Genootschap Amstelodamum: “Hij heeft in een moeilijke tijd de stad op een integere koers gehouden.”

Jan Willem Cornelis Tellegen

2. Ir. Jan Willem Cornelis Tellegen (1859-1921), volgens de kenners de op één na beste burgemeester (1915-1921), werkte als jong ingenieur ondermeer bij regionale spoorwegmaatschappijen en de gemeente Arnhem. In 1901 kwam hij naar Amsterdam als directeur van de gloednieuwe dienst Bouw- en Woningtoezicht. In 1905 ontwierp hij de eerste Amsterdamse bouwverordening; het daarin opgenomen alkoofverbod werd tegen de zin van B&W door de raad overgenomen, vooral door de overtuigingskracht van de nieuwe fractie der sociaal-democraten.

Tellegen zelf was een progressieve liberaal. Als directeur Bouw- en Woningtoezicht werkte hij het sociaal-democratische plan uit voor de bouw door de gemeente van 3500 arbeiderswoningen. In 1915 volgde hij Röell op als burgemeester: het feit dat een oud-ambtenaar nu hoogste baas werd, wekte enige ontzetting bij sommige raadsleden. In zijn eerste jaar nam onder zijn voorzitterschap de raad het door hem voorbereide woningbouwplan aan. In hetzelfde jaar werd Plan-Zuid van architect H.P. Berlage aangenomen (dat aan de basis ligt van de huidige Rivierenbuurt, Apollobuurt en Stadionbuurt).

Onder zijn hoede werkte SDAP-wethouder Wibaut het woningbouwprogramma uit: die huizen werden gebouwd in de Buiksloterham, de Transvaalbuurt en de Spaarndammerbuurt. Tellegen moest leiding geven in een moeilijke tijd, waarin Amsterdam de gevolgen ondervond van de Eerste Wereldoorlog. Er heerste werkloosheid en voedelschaarste en die combinatie leidde weer tot oproeren. Ook hij poogde – net als Polak – het overheidsgeweld te beperken, zij het minder succesvol dan Polak: bij het Aardappeloproer van 1917 vielen negen doden. Intussen zette hij zich (met zijn vrouw Alide) krachtig in voor een zo eerlijk mogelijke voedseldistributie, onder meer via gemeentelijke Centrale Keukens. Na het einde van de oorlog (1918) was zijn grootste triomf de verdrievoudiging van het gemeentelijk grondgebied in 1921. Kort daarop stierf de workaholic aan een hartaanval.

Tellegen stond bekend om zijn sobere levensstijl (hij woonde niet in de grachtengordel, maar in de Jacob Obrechtstraat.) Nog minder dan Polak trad hij graag op de voorgrond, en eigenlijk vond hij dat het voorzitten van raadsvergaderingen niet tot de taak van de burgemeester moest behoren. Dr. Gillis Borrie, biograaf van Wibaut en De Miranda en zelf oud-burgemeester van Eindhoven, zegt over hem: “Als vrijzinnig-democraat bracht hij in het college een vooruitstrevende sfeer, die aan belangrijke sociaal-democraten de kans bood een nieuw elan te ontplooien dat voor de hoofdstad van grote betekenis is geweest.” En: “De moeilijke jaren in de Eerste Wereldoorlog met de voedseldistributie, zijn optreden als hoofd van de politie bij diverse oproeren, maar ook de stadsuitbreiding van 1921 – het zijn enkele zaken die hem kenmerken als burgemeester van grote allure. Het zijn weinigen in Amsterdam, die zich dat nog realiseren, vrees ik.”

Gijs van Hall

3. Mr. Gijsbert (Gijs) van Hall (1904-1977) kwam uit een Amsterdams regentengeslacht. Als kersvers bankier financierde hij in 1943-1945 met zijn broer Wallie (die door de Duitsers werd gepakt en gefusilleerd) het verzet door het opzetten van het Nationaal Steunfonds). Van oorsprong was hij liberaal, maar kort na oorlog trad hij toe tot de jonge PvdA. In januari 1957 volgde hij D’Ailly op als burgemeester. Hij stond bekend als principieel, sociaal bewogen, slim, geestig, maar ook schutterig en regentesk.

Hij onderscheidde zich vooral als taai onderhandelaar met het rijk. Na de bouw van de Schellingwouderbrug en de Coentunnel, dreef hij de langverbeide bouw van de IJtunnel door. Ook kreeg hij (ondanks tegenwerking van het kabinet) het parlement mee voor de annexatie van een deel van Weesperkarspel voor de bouw van de Bijlmer. In de jaren 1965-1966 had hij echter weinig greep op de politie, die veel te ruw reageerde op de onconventionele protestvormen van de provobeweging, de protesten tegen het huwelijk van Beatrix en Claus en het Bouwvakkersoproer.

Het kabinet, dat zelf op nog veel bottere repressie had aangedrongen, zette Van Hall op onelegante wijze af, tot woede van de wethouders. Loco-burgemeester Koets: “Ik voel mij grotelijks belazerd!” In 1976 verschenen Van Halls mémoires Herinneringen van een Amsterdammer. Hoewel hij jarenlang werd verguisd als wereldvreemde ‘provo-mepper’, worden nu zijn integriteit en moed (zoals ook getoond in de oorlog) en de grote resultaten die hij bereikte geherwaardeerd.

Straatnamen

Naar J.W.C. Tellegen werd in 1927 een straat in Zuid vernoemd. Daar is ook een monumentje voor hem te vinden. De Van Hallstraat (uit 1903) herinnert echter niet aan de burgemeester, maar aan diens voorzaat minister mr. Floris Adriaan van Hall (1791-1866). Ook naar Polak is nog geen straat, laan of plein vernoemd. De beroemde diamantbewerkersvoorman Henri Polak (1868-1943), naar wie een laan in de Plantage is vernoemd, was geen familie.

Delen:

Dossiers:
Politiek
Editie:
December November
Jaargang:
2006 58
Rubriek:
Verhaal

Gerelateerd

In de schaduw van de macht
In de schaduw van de macht
Verhaal 25 januari 2011
Wie was de beste burgemeester?
Wie was de beste burgemeester?
Verhaal 25 november 2006
De ambtsketen van Amsterdam
De ambtsketen van Amsterdam
Verhaal 25 november 2006