Bevrijdingsfeesten. Op 26, 27 en 28 juni 1945 vierde Amsterdam de Bevrijding

Drie dagen de bevrijding vieren. Drie dagen de zinnen verzetten. Even de schaarste vergeten. De ondervoeding. De puinhopen. Even niet proberen te denken aan de doden en de vermisten. Zelfs de regenbuien konden het feest niet bederven.

“Amsterdam tooit zich voor de feestdagen als een jong meisje voor haar huwelijksdag”, schreef het dagblad De Waarheid op 27 juni 1945. “Overal in de stad ziet men vlaggen en andere kleurige versierselen waarmee de Amsterdamse bevolking de straten, pleinen en lanen heeft versierd om de komende bevrijdingsfeesten luisterrijk te gaan vieren.” Eindelijk was het dus zo ver: de Amsterdamse bevrijdingsfeesten konden beginnen.

Eerder was er al sprake geweest van officiële feestelijkheden op 30 en 31 mei en 1 juni. Maar al vrij gauw was duidelijk dat daarvan eind mei nog lang geen sprake kon zijn. Tegen die tijd zou de stad nog veel te diep gebukt gaan onder schaarste – schaarste aan alles. “Men achtte het niet juist feest te vieren, terwijl een groot deel der bevolking, verzwakt door ondervoeding, lust noch kracht daartoe heeft”, meldde Het Parool, de krant die nog maar enkele weken eerder uit de illegaliteit bovengronds was gekomen.

Amsterdam leed nog veel te veel honger om feest te kunnen vieren. Ook verkeerden velen nog in martelende onzekerheid over het lot van de talloze dierbaren die uit de stad verdreven waren. “Waar bovendien niet de zekerheid bestond dat men in voldoende mate over elektrische stroom kon beschikken, die voor tal van festiviteiten noodzakelijk is, feestverlichting, kermisvermakelijkheden, enz. is tot dit uitstel besloten.”

Wel waren tot in alle uithoeken van Amsterdam meteen na 5 mei al allerlei feesten en feestjes gevierd, op geïmproviseerde podia, met inderhaast opgetrommelde accordeonisten voor de samenzang en enkele kostbaarheden – een sigaar, een fles jonge jenever – die men vanaf het begin van de oorlog had bewaard voor de bevrijding. Maar voor een grootse viering was het in mei te vroeg. Die moest maar even wachten. De nieuwe data werden vastgesteld op 26, 27 en 28 juni.

Gemopper

De man die zulke beslissingen moest nemen, was de eminente letterkundige Anton van Duinkerken. Al in de zomer van 1944 had de pas opgerichte Raad der Illegaliteit, het clandestiene samenwerkingsorgaan van een groot aantal verzetsgroepen, hem gevraagd het voorzitterschap van een Amsterdams feestcomité op zich te nemen. Van Duinkerken had die taak graag aanvaard. En toen de bevrijding een feit was, had hij zodoende al diverse voorbereidingen kunnen treffen. “Ieder plein en ieder hofje zal zijn feestelijkheden hebben”, beloofde hij.

Maar ook in de laatste week van juni bleek de schaarste nog groot te zijn. Zo groot dat de vreugde over de herwonnen vrijheid bij sommigen al werd overschaduwd door gemopper over het voortdurende gebrek aan levensmiddelen, rookwaar, elektriciteit en andere essentiële zaken. Van Duinkerken sloeg zelfs een opmerkelijk cynische toon aan, toen hij op 25 juni een propagandistisch bedoeld stukje in de krant Het Vrije Volk publiceerde over de aanstaande feestelijkheden: “Misschien zijt gij een kankeraar. Het is mogelijk. Welnu: dan zijn wij bereid een feest te organiseren om plechtig te vieren dat gij weer kankeren moogt zonder in levensgevaar te geraken. Gij doet ons geen genoegen door te kankeren, maar gij kunt ons door te kankeren niet beletten u een genoegen te doen.”

En intussen werd de feesttooi waarover De Waarheid repte steeds zichtbaarder. Op allerlei plaatsen verschenen geschilderde of getekende portretten van de heren Winston Churchill, Franklin Delano Roosevelt en Jozef Stalin, die de nazi’s hadden verslagen en daarom bekendstonden als de Grote Drie. In de Prinsengracht lag een schuit overdwars met een spandoek waarop stond: Wir fahren mit England– een pesterige parodie op de Duitse propagandaleus Wir fahren gegen England.

Aubade

Voordat het officiële feest kon beginnen, vonden op dinsdag 26 juni nog enkele bijzondere plechtigheden plaats. Zo keerde in het Sarphatipark, dat tijdens de bezetting zijn Joodse naam niet mocht dragen, het borstbeeld terug van de man die de naamgever van het park was. Het nazibewind had destijds bevolen dat het beeld van Samuel Sarphati moest worden vernietigd, maar in werkelijkheid was het door sympathisanten in veiligheid gebracht. Ze hadden het verstopt in het Stedelijk Museum – en nu kon het dus weer in ere worden hersteld, terwijl het park zijn naam terugkreeg. Elders in de stad werd een ander naambordje onthuld, waarmee de door het Duitse schrikbewind berucht geworden Euterpestraat de naam kreeg van de verzetsheld Gerrit Jan van der Veen.

En verder was er nog een kleine plechtigheid in café De Silveren Spiegel, op het Kattengat. Daar had Wies Hoffmann, de eigenares, tijdens de bezettingsjaren niet alleen onderdak verleend aan dertien Joodse stadgenoten, maar ook een berging ingeruimd voor munitie en een schuilplaats voor illegale werkers. Terwijl de Postharmonie voor de deur een aubade bracht, kreeg de eigenares een bloemstuk en een pendule overhandigd.

De drie feestdagen waren door Anton van Duinkerken en de zijnen in drie thema’s verdeeld. De eerste dag stond voornamelijk in het teken van allerlei sportmanifestaties in het Olympisch Stadion en de Apollohal. Blijkens de kranten konden de meeste toeschouwers wel begrip opbrengen voor het feit dat niet alle sporters konden bogen op een vooroorlogse conditie. “De verschillende geleverde prestaties waren niet buitengewoon”, schreef dagblad Trouw.“Het was meer feest dan sport, maar dat was de bedoeling ook.” De enige wanklank betrof een “ellenlange redevoering” van de fameuze sportbestuurder Karel Lotsy, die het podium voornamelijk gebruikte om vergoelijkend te spreken over zijn meegaande houding jegens de bezetters.

Zure bommen

Ook ’s avonds was er, nu de stad niet meer verduisterd hoefde te worden, van alles te doen. Al werd ook daarover soms een kritische kanttekening geplaatst – vooral als er artiesten optraden die zich tijdens de oorlog iets te gehoorzaam aan de Duitse bepalingen hadden gehouden. Zoals de in swing gespecialiseerde zangeres Sanny Day, die optrad in het Concertgebouw. “Sanny Day zong nu natuurlijk anti-Duitse en Engelse liedjes”, schamperde De Waarheid, “hoewel ze een groot gedeelte van de oorlog in cafés voor Duitsers en zwartehandelaren heeft gekweeld.”

Met veel meer sympathie schreef de krant over de comeback van de revue-artieste Heintje Davids, eveneens in het Concertgebouw. Nog maar zeven weken eerder had ze haar onderduikadres – in de lijkenkelder van een Utrechts ziekenhuis – kunnen verlaten en nu was ze alweer in actie: “Zij was wat magerder geworden, maar ondanks de moeilijke jaren die zij achter zich heeft, had zij haar Amsterdamse gein nog niet verloren.” De heftige emoties die haar op het podium overvielen, hield ze bekwaam voor het publiek verborgen.

Op de tweede dag barstte in alle uithoeken van de hoofdstad het kermisvertier los. “Ook de kermisattracties hadden geen gebrek aan belangstelling”, zag De Nieuwe Dag, een populaire editie van dagblad De Tijd. “Er werd gezweefd en gezwierd en men verdrong zich voor de schiet- en werptenten; vooral in de oude buurten gaf dat volop sfeer, al miste men nog de geur van oliekoeken en paling en moest men tevreden zijn met zure bommen of een heel erg dure perzik.” De verslaggever moet het water in de mond zijn gelopen toen hij over die oliekoeken en die paling schreef. Het waren geuren die zo’n vier jaar geleden voor het laatst te ruiken waren geweest.

In de loop van die tweede dag diende zich bovendien een bericht aan dat als een lopend vuurtje door de stad ging. Koningin Wilhelmina zou de slotdag, die al was gereserveerd voor een groot defilé rondom Dam en Rokin, bijwonen! Niets kon de feestvreugde nog bederven, ook de vele regenbuien niet.

Vermoeid

“De stemming in de hoofdstad, die reeds uitstekend was, steeg onmiddellijk nog vele graden”, meldde Trouw. “Hoe verder de dag van gisteren vorderde, hoe meer blijde stoeten met oranje getooide kinderen, jonge dames in rood-wit-blauwe japonnen en zelfs oudere heren die hun strohoed voor ditmaal hadden voorzien van een knaloranje lint, trokken de straten op en lieten zich ook door de zwaarste regenbui niet weerhouden om uiting te geven aan hun feestvreugde.”

En zo keerde koningin Wilhelmina op donderdag 28 juni 1945 na ruim vijf jaar terug in de hoofdstad van het land. Ze kwam aan in een grote automobiel met open dak en aanschouwde het defilé, waarin zes zware Shermantanks, kanonnen, praalwagens en doedelzakspelers zich in traag tempo voortbewogen tussen Dam en Rokin. Het Amsterdamsch Dagblad beschreef de gebeurtenis als “een ontroerend ogenblik waarin zij die er getuige van waren, pas goed en diep beseften wat het zeggen wil weer vrij te zijn”. Op bewaard gebleven filmopnamen (zie: inbeeldengeluid.nl) zijn op de achtergrond herhaaldelijk de lege etalages van Vroom & Dreesmann te zien.

Twee praalwagens vielen extra op, omdat delegaties meereden van stakers uit 1941 (Februaristaking) en 1943 (April-mei-stakingen). In de planning stond dat deze helden op de Dam een korte ontmoeting met de koningin zouden hebben. Maar dat ging niet door. Na anderhalf uur in de auto en een uur op het balkon van het Paleis op de Dam was Wilhelmina te vermoeid en te geëmotioneerd om nog langer te blijven. In allerijl werden de stakers uitgenodigd naar de Burgerzaal van het Paleis te komen, om daar, buiten het zicht van de menigte, toch nog de beloofde koninklijke handdruk te krijgen. Met een vuurwerk werd de feestviering ten slotte beëindigd. Amsterdam kon weer aan het werk.

Ruim een week na de bevrijdingsfeesten verscheen er nog een korte terugblik in het Nieuw Israelietisch Weekblad, dat na vijf jaar Jodenvervolging weer vrijuit kon verschijnen. “Het was vorige week feest in Amsterdam”, constateerde het blad. “De Joodse Amsterdammers hebben niet of nauwelijks mee-gefeest. Dat begrijpt iedereen.” 

HENK VAN GELDER IS JOURNALIST.

PRAALWAGENS

Op 28 juni trok een lange stoet van praalwagens door de stad, die de ervaringen van de bezettingstijd in beeld brachten: voedselgebrek, illegale pers, Februaristakers, knokploegen, onderduik, executies en concentratiekampen. Er was geen aandacht voor de Jodenvervolging. Wel reden de Tachtigjarige Oorlog en de Franse Tijd voorbij: het verzet kreeg een plaats in een lange traditie van nationale heroïek.

MEER LEZEN: WWW.TWEEDEWERELDOORLOG.NL

Beeld header: 'Spionnen' in het défilé, Collectie Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal

Gerelateerd

Au Palais des Modes. De chique confectie van P. Mars & Co
Au Palais des Modes. De chique confectie van P. Mars & Co
Verhaal 1 juni 2020
Dorstige stad. Watervoorziening in Amsterdam werkte eeuwenlang goed zonder buizenstelsel
Dorstige stad. Watervoorziening in Amsterdam werkte eeuwenlang goed zonder buizenstelsel
Verhaal 1 juni 2020
Missie geslaagd. Katholieke bibliotheek in de Jacob Obrechtstraat was direct een groot succes
Missie geslaagd. Katholieke bibliotheek in de Jacob Obrechtstraat was direct een groot succes
Verhaal 1 juni 2020