Bert van Dongen: zanger, acteur en revueartiest (1915-1982)

Zanger Albert Cohen veranderde in 1934 zijn naam in Bert van Dongen en werd wereldberoemd in Nederland – al stond zijn naam nooit boven aan het affiche.

 

Ze liepen elkaar in 1934 tegen het lijf in de hal van Theater Tuschinski in de Reguliersbreestraat, waar ze beiden werkten. Het veelbelovende jonge broekie Albert Cohen, negentien jaar, ‘refreinzanger’ bij het dansorkest van Ray Forest in cabaret La Gaité, en Max Tak, de doorgewinterde leider van het bioscooporkest. Tak zag het talent van Cohen, maar gaf te kennen dat zijn naam niet geschikt leek voor een glanzende artiestencarrière. Hij doopte hem ter plekke om tot ‘Bert van Dongen’ – en als Bert van Dongen ging Albert Cohen een opmerkelijke carrière als zanger, revueartiest, filmacteur en televisiepersoonlijkheid tegemoet.

Abraham (Albert) Cohen was op 10 mei 1915 in Amsterdam geboren, als zoon van de kleermaker Jacob Cohen (1889-?) en Esther Maij (1891-1975). Na de hbs hielp hij in Maison Jacques, de damesmodezaak van zijn vader, die wilde dat hij diamantslijper zou worden. Albert ging ook in de leer voor dat vak, maar stopte na twee jaar en begon als leerling-verkoper op de stoffenafdeling van de Bijenkorf, waar hij bevriend raakte met de bekende revueacteur, liedjeszanger en komiek Isidoor Zwaaf. Dat gaf de doorslag: in 1932 besloot hij om beroepsartiest te worden. Hij nam spraak-, zang- en toneellessen, trad op als figurant in verschillende revues, zong bij het orkest van Ray Forest en niet lang daarna klonk zijn stem al op Radio Luxemburg en de AVRO-radio. En nadat Max Tak zijn naam ‘Albert Cohen’ veranderde in ‘Bert van Dongen’ ging het snel.

Pianist Joop de Leur introduceerde hem in 1935 bij de VARA-radio. Hij zong bij alle bekende VARA-orkesten, waaronder De Flierefluiters, hij zong het vaste openingsliedje van het programma Tussen zeven en acht, dat begon met Zo ’s avonds omstreeks zeven uren, als ’t avondeten is gedaan...en hij zong bij het orgelspel door Cor Steyn in het City-theater te Amsterdam, ook door de VARA-radio uitgezonden.

Imitator

Hij zong Nederlandse en Franse liedjes en imiteerde Nederlandse en buitenlandse zangers als Maurice Chevalier, Al Jolson, Lou Bandy, Willy Derby en Louis Davids. Zijn imitatie van Louis Davids was ‘Davidser dan Davids’: hij kon voor de microfoon twee Louis Davidsen opvoeren en gaf zo de luisteraars het idee dat de echte Davids door een imitator werd geïnterviewd. Toen Louis Davids de VARA verliet en voor de AVRO ging werken, werd Van Dongens imitatie zelfs ingezet om de indruk te wekken dat Davids nog gewoon bij de VARA zong – die er bepaald niet blij mee was.

Acteren deed Van Dongen ook. Hij speelde in films als Het meisje met den blauwen hoed (1934) en Op hoop van zegen (1934), trad op als zanger in Lentelied (1936) en Comedie om Geld (1936) en stond in 1938 in het Plaza Theater op de Plantage Middenlaan in de revue Doe ’t met Pech (met Peter Pech, Sylvain Poons en Jopie Koopman). Succes volgde op succes. Er kwam geen einde aan de optredens en de engagementen – ook voor reclame: zijn eerste plaatopnamen waren het Van Nelle’s Koffielied en het Van Nelle’s Theelied.

De mobilisatie van 28 augustus 1939 onderbrak zijn carrière, want ook Van Dongen moest in dienst. Op 20 juni 1939 had hij nog in Bellevue voor duizend militairen opgetreden en een paar weken later voor elfhonderd in Krasnapolsky – ze zongen opgewekt mee. Luttele maanden later vielen de Duitsers ons land binnen.

Krijgsgevangen

De mogelijkheden voor een Joodse artiest werden steeds sterker ingeperkt. Hij trad nog op voor de VARA-radio, tot op 9 maart 1941 alle omroeporganisaties ontbonden werden en alle Joodse werknemers ontslagen. Vanaf 15 september 1941 mochten Joodse artiesten uitsluitend nog voor Joods publiek optreden, in de Hollandsche – op last van de bezetter nu Joodsche – Schouwburg in de Plantage. Van Dongen stond er met de Joodsche Operette Studio en het Joodsche Kleinkunst Ensemble in operettes en revues van Joodse componisten en librettisten, zoals Emmerich Kálmán, Oscar Straus en Willy Rosen, onder de artistieke leiding van Henriëtte ‘Heintje’ Davids. Met de voorstellingen was het afgelopen toen de Duitsers de schouwburg op 13 juli 1942 vorderden als doorgangshuis voor Joden op weg naar Duitsland.

Bert van Dongen ontliep deportatie omdat hij – naar eigen zeggen – in Frankrijk werd gearresteerd en als krijgsgevangene in een Franse gevangenis belandde. Hij zat daarna onder meer in Stalag IV-B in Mühlberg aan de Elbe, het grootste krijgsgevangenkamp op Duitse bodem. Medegevangene Alexander Merki noteerde in zijn dagboek dat op 20 juli 1943 ’s avonds werd gezongen door de Russische gevangenen onder leiding van Van Dongen. Enkele weken na de bevrijding keerde hij terug in Amsterdam. Zijn broer John overleefde de oorlog niet. Hij zat in het verzet, was opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij in januari 1944 werd omgebracht.

Snip en Snap

Op 16 juni 1945 was Bert van Dongen een van de artiesten die optraden in het Concertgebouw bij de eerste naoorlogse voorstelling van Heintje Davids. De successen kwamen weer. Hij werkte mee aan ontelbare variétéprogramma’s, revues en operettes, vaak met Heintje Davids. In 1948 was hij als ‘chansonnier’ terug bij de radio in De bonte dinsdagavondtrein (AVRO), met een vast onderdeel: een viertalige potpourri van liedjes. Met het zes man sterke gezelschap De Kleine Operette maakte hij twee tournees van drie maanden langs de Nederlandse troepen in Indonesië. In eigen land volgden in januari 1950 optredens met de Residentie Operette in Bitter sweet van Noël Coward, en in september 1950 stond hij in de wereldpremière van de Joodse operette Tewje de melkboer, waar later Anatevka op is gebaseerd.

Een briefje van de grote impresario René Sleeswijk “om ’ns te komen praten” liep uit op een engagement bij Snip en Snap, de revue van Willy Walden en Piet Muyselaar, als plaatsvervanger voor drie maanden van Jean Smits, die in vaste dienst trad bij de radio. Hij bleef er negen jaar. Revue was enorm gewild: de Snip en Snap-revue Daar zit muziek in stond vier maanden onafgebroken in Amsterdam, een record. Van Dongens populariteit was zo mogelijk nog groter dan vóór de oorlog. Overal was hij te horen. Zo zong hij het titellied van de film Sterren stralen overal (1953) en maakte hij met zijn stem reclame voor Swesti-scheermesjes.

Na negen jaar tekende Van Dongen in 1959 bij de Franse revuegroep Productions Riva, onder leiding van de Nederlander Nico Riva, die sinds 1926 in Nice woonde en al 25 jaar met ensembles door Europa trok. Nu kwam het van pas dat hij in de oorlog in een Franse gevangenis had gezeten. Hij werkte als zanger en acteur mee aan de revue Hallo! Ici Paris op een tournee door Frankrijk, Denemarken, Zweden, Duitsland, Zwitserland en ook Nederland. De verslaggever van Het Vrije Volk was in december 1959 nogal ondersteboven van het vrouwelijk schoon: “Twee dames van het gezelschap vertonen zich enkele malen in zoveel ‘kleding’, dat men van het textiel, dat zij samen dragen, met enige moeite één zakdoekje zou kunnen fabriceren.”

Comeback

De geliefde entertainer was in januari 1938 getrouwd met kapster Elisabeth Voorn (1915-1949). Dochter Magdeleine Renée Cohen (1940) volgde haar vader in het vak onder de toneelnaam Mady Misset; sportverslaggever Robert Misset is haar zoon. Twee jaar na de geboorte van Magdeleine scheidden haar ouders. Vader Bert huwde in 1962 Bertha ‘Betty’ Nebbeling. “Een huwelijk uit duizenden”, schreef het AVRO-blad Televizier.Max Tailleur was getuige; Van Dongen trad op in diens café-cabaret De Doofpot op het Rembrandtplein. De Telegraaf: “Het is een vrolijke en opgewekte plechtigheid geworden waarbij getuige Max Tailleur – natuurlijk – voor de nodige grappen zorgde, hoewel de ambtenaar van de burgerlijke stand niet voor hem onderdeed.” Heintje Davids, Van Dongens ‘tweede moeder’, zat aan bij de huwelijkslunch.

Hij was aan de alcohol geraakt en had geruime tijd niet meer gezongen, maar maakte een comeback in het Scheveningse Jordaan Cabaret, met “oude en nieuwe liedjes”. De drankzucht wist hij met steun van zijn nieuwe liefde te beteugelen. Zijn zangcarrière nam weer een grote vlucht. In september 1962 stond hij met Beppie Nooy jr., John Kraaijkamp sr. en Donald Jones in de musical Irma la Douce, als een van de zes souteneurs – “een heerlijk groepje schelmen” – rond de prostituee Irma. Bij Nooys Amsterdams Volkstheater vond hij langdurig emplooi. Haar gezelschap speelde sinds 1957 Rooie Sien en in januari 1966 werd in Carré de duizendste voorstelling gegeven. Bert van Dongen had in niet minder dan zeshonderd gestaan.

Stil

In 1965 kreeg hij tuberculose en verbleef negen maanden in het Christelijk Sanatoriumin Zeist – hij verloor een deel van een long. Eenmaal genezen kon hij terugkeren bij Snip en Snap als vervanger van de zieke Piet Muyselaar. In de tv-musical De Jordaan, die de VARA in december 1967 uitzond, ontmoette hij acteur en zanger Rien van Nunen, bekend door de vaderrol in Stiefbeen en Zoon en die van de burgemeester in Swiebertje. Ze vormden een duo en brachten in het Van Nispenhuis, een theater op de Stadhouderskade, vooroorlogse liedjes ten overstaan van een publiek van bejaarden. De NCRV zond de voorstelling uit en maakte er de serie Breng eens een zonnetje… van, die overal in het land volle zalen trok. De NCRV moest iemand speciaal aanstellen om de vele post te verwerken en Van Nunen ontving 4500 brieven toen hij in 1969 zijn heup brak en geopereerd moest worden. Er kwam ook een vervolg, de serie shows Met liedjes het land in, gepresenteerd door Ted de Braak.

Bert van Dongen werd in 1972 opgenomen in de Valeriuskliniek met een zware hernia, hij had ook paratyfus, maar zijn grootste probleem was astmatische bronchitis. Hij stopte daarom met zingen. De Telegraaf maakte melding van zijn afscheid “in stilte”. Showbizz-medewerker Henk van der Meijden schreef in 1979: “Het is de laatste jaren erg stil rondom hem en ik weet dat hij toch nog vele fans in ons land heeft. Stuurt u hem eens een kaartje.” Bert van Dongen overleed op 28 april 1982 in het Andreas Ziekenhuis.

MARTIN MAAS SCHREEF IN DE WEERGEVER, JAARGANG 41 NO. 3 EN 4, 2019, ‘BERT VAN DONGEN, EEN STER DIE OVERAL STRAALDE’.

September 2020

Delen:

Editie:
September
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000

Gerelateerd

Boek & Papierhandel J. Vlieger
Boek & Papierhandel J. Vlieger
Verhaal 1 september 2020
De val van meestervervalser en onroerendmagnaat Han van Meegeren
De val van meestervervalser en onroerendmagnaat Han van Meegeren
Verhaal 1 september 2020