Ben Sol

'En, Sol, wat word jij?''

Bernardus Hendricus Maria (Ben) Sol (1907-2005) was de tweede van tien kinderen van een katholieke tuinder in de Sloterpolder die uiteindelijk hoofd werd van een school voor voortgezet lager onderwijs (VGLO) in het door Amsterdam opgeslokte dorp Sloten. Dat was verre van vanzelfsprekend, toen hij in 1919 de lagere school in de Kanaalstraat verliet.

"'En, Sol", vroeg meester Erkelens, 'wat wordt jij als je van school af bent?' Een beetje verlegen kwam 't eruit, want ik was het er zelf niet mee eens: 'Tuinder, meester.' Het verachtelijke gezicht dat hij toen zette zal ik nooit vergeten.
Zo kwam ik dus in het tuindersbedrijf van mijn vader terecht. Daar zat ik nu ondanks mijn vroegere dagdromen op een soort klein eilandje een beetje in de grond te wroeten. Ik moet toegeven dat ik als twaalfjarige wel wat werd ontzien. Dan zeiden ze: 'Ga jij je moeder maar een beetje helpen.'
Toch had 't nieuwe leven ook een leuke kant. Na een half jaar mocht ik met mijn vader mee naar de groentemarkt aan de Marnixstraat. 's Morgens om drie uur werd ik uit mijn lekkere warme bed geroepen. Slaperig kwam ik naar beneden. Zoals in het gezin gebruikelijk was deed ik geknield voor een stoel mijn ochtendgebed, maar ik lag meteen voor de stoel weer te slapen. Vader had intussen thee gezet. We dronken een kop thee met een snee brood erbij, en liepen in het donker naar de groenteschuit. Vader sloeg de aanhangmotor aan en zo voeren we naar de overhaal aan de Baarsjesweg. Al vrij snel mocht ik het stuur overnemen; ik was daar heel trots op.
Bij de overhaal aangekomen, moesten we soms meer dan een uur wachten voor we aan de beurt waren. 't Was altijd weer een sensatie als de lift je met groenteschuit en al uit het polderwater tilde en in het stadswater weer neerliet. De tocht door de stadsgrachten was lang niet ongevaarlijk. Snelle motorschepen maakten soms hoge golven, die dan over 't boord van de afgeladen groenteschuiten kwamen. Ik leerde echter al snel de schuit met de kop tegen de golven in te sturen.
In de Lijnbaansgracht werd de schuit vastgelegd en de groenten voor een deel uitgeladen en in de Marnixstraat uitgestald. Wanneer de marktmeester de bel geluid had, kon de handel beginnen. Soms hielp ik de groentelui de gekochte waar naar hun kar te brengen, een paard en wagen of een handkar. Meestal kreeg ik wat, een paar centen, een stuiver en heel soms een dubbeltje. Tegen het einde van de markt kreeg ik van mijn vader een kwartje en mocht ik in het koffiehuis van Jan Dorenbos een kop chocola en een gevulde koek halen. Daar zat ik dan als kind van twaalf tussen al die grote jongens en mannen.
Als de markt bijna afgelopen was ging vader naar 't koffiehuis en mocht ik nog wat overgebleven groenten verkopen. Wanneer de bel van de marktmeester voor de tweede keer geluid werd, was de handel afgelopen. De schuiten werden weer ingeladen met lege kisten en manden. De groentelui vertrokken met hun karren, de reinigingsdienst kwam met vegers en spuitgasten en lijn 10 trachtte zich luid klingelend een weg te banen tussen de laatste karren.
De arbeid in de tuinderij beviel mij helemaal niet. Ik vond het geestdodend. De oplossing kwam onverwacht. Mijn hele jeugd ben ik een leesfanaat geweest. In 1920 las ik in De Amstelbode dat minister De Visser met een wetsvoorstel zou komen voor een nieuwe onderwijswet, inclusief een nieuwe salarisregeling. Het was de hoogte van deze salarissen die mijn aandacht trok. Ineens was het plan geboren! Ik zou onderwijzer worden. Ik ging ermee naar mijn moeder. Zij herinnerde zich nog dat ze in haar familie een neef had die onderwijzer was, dus waarom haar zoon niet...
Mijn vader was nou niet bepaald enthousiast. Op aandrang van mijn moeder ging hij toch naar het hoofd van mijn school in de Kanaalstraat. Die vertelde dat er in Amsterdam door de Sint-Vincentiusvereniging een vierjarige avondopleiding voor onderwijzers werd verzorgd, geleid door de heer Kannegieter, hoofd van een lagere school in de Bilderdijkstraat. Die hoorde ons aan en zei: 'Ja, de mogelijkheid bestaat, maar het beste is dat hij dan nog eerst het 7de leerjaar op mijn school doorloopt.' Dat was wel even schrikken, want ik was liefst meteen begonnen, maar we besloten dan toch de ons gewezen weg te volgen."

B.M.H. SOL, 60 JAAR IN EEN SCHOOLLOKAAL. HET LEVEN VAN EEN AMSTERDAMSE SCHOOLMEESTER, UITGAVE IN EIGEN BEHEER, BADHOEVEDORP 1996.

 

Beeld: Orteliuskade, zicht op de tuinbouw. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Buurten:
West
Dossiers:
Amsterdammers
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950
Jaargang:
1996 48