Toen Peter de Grote in Moskou werd geboren, was het volgens de Russische tijdrekening 20 mei, in de negende maand van het jaar 7180, dat dus op 1 september was begonnen. Uitgangspunt van deze jaartelling was het scheppingsmoment van de wereld in 5509 voor Christus. Iets meer dan 26 jaar na zijn geboorte besloot Peter Aleksejevits Romanov – inmiddels tsaar – dat Rusland deze orthodoxe jaartelling zou opgeven voor de Juliaanse kalender. Voortaan begon het nieuwe jaar op 1 januari, te beginnen met 1700. Het beheersen van de tijd was het ultieme teken van Peters macht. Om die macht kracht bij te zetten liet hij de Verlosserstoren van het Kremlin voorzien van een indrukwekkend uurwerk en een carillon. De klokken in die toren waren afkomstig uit Amsterdam.

Twee keer maakte tsaar Peter I een reis naar Holland: in 1697 en in 1716. Het eerste ‘gezantschap’ was een diplomatieke missie, bedoeld om steun te vragen tegen het oprukkende Ottomaanse Rijk, maar tegelijk ook een studiereis. Hij informeerde zich over de laatste ontwikkelingen in wetenschap en techniek. Zijn interesse voor scheepsbouw is legendarisch. Hij bezocht de werf van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de Admiraliteit van Amsterdam, het Rasphuis, het Weeshuis, het Oudemannenhuis, meerdere kerken en de Portugese Synagoge. Hij nam les in tekenen en etsen, bekeek verzamelingen en rariteitenkabinetten en was geïnteresseerd in alles wat met moderne techniek te maken had. Met deze kennis moderniseerde hij zijn oorlogsvloot en reorganiseerde hij het leger. In Sint-Petersburg richtte hij een ‘kunstkamer’ in, waar geïnteresseerden wetenschappelijke verzamelingen konden bestuderen. Zo legde hij de basis voor de Russische wetenschapsbeoefening.

Macht

Ook de productie van metaal had zijn interesse. De technologie was van groot strategisch belang, aangezien Peter zich tot doel had gesteld Ruslands militaire macht te vergroten en zich voor te bereiden op een oorlog met Zweden, dat de toegang tot de Oostzee betwistte. Zweden was een belangrijke producent van ijzer, dat onontbeerlijk was voor de oorlogsindustrie. Hij gaf daarom in 1698 opdracht om op Russisch grondgebied ook ijzerfabrieken op te richten.

Het is dan ook aannemelijk dat Peter de Grote in Amsterdam de stadsgieterij heeft bezocht, waar behalve geschut ook klokken werden gemaakt. In Amsterdam goten ze goede klokken, dat was wijd en zijd bekend. Toen in 1702 de Heilige Kruiskerk van het Noorse Bergen was afgebrand, brachten de Noren het gesmolten en gebroken brons naar Amsterdam, om er hier nieuwe klokken mee te laten gieten.

Niet lang na Peters eerste bezoek aan de Republiek werd het Kremlin in 1701 getroffen door een enorme brand. De schade was groot, maar de Russen namen het herstel voortvarend ter hand – ook van de vaak eeuwenoude klokken. Volgens de overlevering hing er al in 1404 een klok in de oude Spasskaya- of Verlosserstoren van het Kremlin, terwijl sinds de 16de eeuw ook in de Taynitskaya- en Troitskayatoren klokken hingen. Deze drie torens waren de belangrijkste toegangen tot het Kremlin.

In de 17de eeuw was de Verlosserstoren verhoogd en had de Schotse klokkenmaker en ingenieur Christopher Galloway samen met de Russische klokkenmaker Zhdan en diens zoon en kleinzoon een nieuwe klok gemaakt. De draaiende, vijf meter grote blauwe wijzerplaat telde zeventien cijfers en was versierd met zilveren sterren en een gouden zon. Dertien klokken waren gegoten door de smid Cyril Samoilov.

Reputatie

Amsterdam had met de werken van de gebroeders Pieter en François Hemony een geduchte reputatie op het gebied van klokkengieten. Zij waren ongeveer de enigen die in staat waren een klok goed te stemmen. Maar Pieter was in 1680 gestorven en had zijn technische geheimen mee het graf in genomen, waarna het lastig bleek de kwaliteit te handhaven.

Hij kreeg in of rond 1685 in Claude Fremy (1646-1699) zijn opvolger als stadsgieter van Amsterdam. Dat was geen toeval. De broers Hemony waren familie van zijn vader en hadden Claudes jongere broer Mammes (1651-1684) opgeleid in de stadsklok- en geschutgieterij. Pieter Hemony noemde zijn neefje Mammes “een goede maker van vormen” en een van de beste medewerkers ooit. Toen Mammes overleed, nam Claude de leiding over.

Claude goot niet alleen de grote luidklok voor de Westertoren, maar ook klokken voor Alkmaar en Leeuwarden. Hij kreeg opdrachten uit het verre buitenland: 32 kanonnen voor de stad Hamburg, carillons voor de keurvorst van Saksen en voor de stad Riga, en een klok voor het fort Casteel de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Kortom, de stadsgieterij aan de Lijnbaansgracht vormde een industrieel bedrijf van de eerste orde. Wel was de kwaliteit van zijn werk regelmatig onderwerp van discussie vanwege vals klinkende klokken.

Claude Fremy overleed in januari 1699. Zijn weduwe Catharina ten Wege huurde de gieterij daarna samen met haar meesterknecht, Claes Noorden. Zij trouwde geschutgieter Jan Albert de Grave en ging met Noorden – die al sinds 1662 in de gieterij werkte – een “sociëteit in het geschut en clockgieten” aan. Er waren wat strubbelingen tussen beide mannen in het begin, maar samen hebben ze in de jaren tot 1715 tientallen luidklokken en een aantal klokkenspellen vervaardigd.

Bestelling

Zonder twijfel was het Peter de Grote zelf die na de Kremlin-brand in 1701 het besluit nam om in Amsterdam klokken voor drie carillons te bestellen. Hij was onder de indruk geraakt van de Amsterdamse carillons tijdens zijn bezoek. Zijn zaakgelastigde Adolph van Scherpenzeel plaatste de bestelling en zag erop toe dat het Kremlin de Amsterdamse klokken kreeg.

De klokken werden in maart en juli 1704 gekeurd. Zij waren door Noorden en De Grave gegoten onder toezicht van de oud-organist van de Oude Kerk, Sybrandt van Noordt. De keurders waren de klokkenist van de Oude Kerk, Evert Havercamp, de violist en componist David Petersen uit Lübeck, de muzikant Andreas Parcham uit Danzig en de componist George Bingham uit Engeland. Ze woonden op dat moment alle vier in Amsterdam. Nadat de keurmeesters vastgesteld hadden dat ook de klokken van de derde en grootste serie “zuijver ende reijn in haer geluijd” en goed met elkaar in harmonie waren, stond niets de levering aan Moskou nog in de weg. Alles werd bij de notaris vastgelegd.

De enorme vracht ging vermoedelijk nog diezelfde zomer per schip naar Archangelsk – niet naar Sint-Petersburg, dat pas in mei 1703 was gesticht – en op maar liefst dertig wagens verder naar Moskou. Daar werd de kostbare last van 42.474 roebel opgeslagen in de Arsenaalkamer tegenover het Kremlin, van waaruit de installatie op de achtste, negende en tiende verdieping van de bijna zeventig meter hoge Verlosserstoren begon. Klokkenmaker Ekim Garnov en smid Nikifor Jakovlev hadden de leiding over de werkzaamheden, die samen met de bouw van een nieuw uurwerk duurden tot 1709. Een met sterren versierde twaalfcijferige wijzerplaat verving de oude met zeventien cijfers. De Moskovieten konden zo duidelijk zien dat de tsaar voor de nieuwe tijdsaanduiding gekozen had.

Reparaties

Het lot van de klokken was weinig fortuinlijk. Al in 1737 brak er wederom brand uit in het Kremlin en pas in 1767, onder Catharina de Grote, was het carillon zodanig gerepareerd dat het weer bespeelbaar was. Ook tijdens de grote brand van 1812 – de Moskovieten staken hun stad in brand om Napoleon te verjagen – raakten het Kremlin én de klok beschadigd. Weer volgde een reparatie.

Midden 19de eeuw verving een nieuw uurwerk het oude, waarbij onderdelen van het Amsterdamse uurwerk werden hergebruikt. Tijdens de Oktoberrevolutie van 1917 liep de klok opnieuw schade op. Na herstel gaf het carillon de klanken van De Internationale ten beste. Groot onderhoud vond plaats in 1937 en 1974. In 1995 volgde nog een restauratie, nadat het klokkenspel jarenlang niet gefunctioneerd had, waarvoor Koninklijke Eijsbouts in Asten drie aanvullende klokken leverde.

De meeste klokken die tegenwoordig dagelijks het volkslied van de Russische Federatie spelen gaan terug tot de tijd van Catharina de Grote. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw werd gemeld dat zich in de Verlosserstoren nog steeds klokken van het carillon van De Grave en Noorden zouden bevinden. Waar ze nu zijn, is onbekend.

Tekst: Gabri van Tussenbroek

Beeld: Wikimedia Commons. Het Rode Plein in Moskou; rechts de Verlossertoren met de Amsterdamse klokken. Door Fyodor Jakovlevitsj Aleksejev, 1801

Juni 2021