Bewoners moesten zelf hun straat schoonmaken, maar de stadsreinigingsdienst was belast met het sneeuw ruimen van de openbare gebouwen, wegen en grachten. In de nacht van 2 januari 1924 werden maar liefst twee auto- en achttien paardensneeuwploegen, 2700 losse sneeuwruimers en 200 man vast personeel ingezet. Om mensen voor de losse dienst te vinden werden in oktober oproepen in de krant geplaatst. Getrouwde mannen met kinderen kregen voorrang. Het Volk schreef in 1912 over een werkloze man die hoopte aan de slag te kunnen als sneeuwschepper om “voor een paar dagen brood” te verdienen. Een rot klus was het: “Met je lekke schoenen, in je gammel jekkertje, door dien vuilen sneeuwboel te jakkeren, met de schop in je titel-knuisten, en rugpijn dat je niet meer recht-op kan staan.”

Tamara Becker

November-December 2010