Rond de tentjes op het ijs waar schaatsers eten en drinken kunnen kopen, hangt een geur van romantiek. Maar het beroep van koek- en zopiehouder was niet zonder moeilijkheden, blijkt uit een artikeltje in De Amsterdammer van 21 december 1890. De baanveger, tevens koek-en-zopiehouder, probeert mensen naar de kraam te lokken met de kreet: “Leg reis an, ’t is niet kwaad, hiete melk en sjokkelaat.” De zaken gaan niet goed, omdat ze geen vergunning kunnen krijgen om te tappen en aan de chocolade, die ze voor drie cent verkopen, weinig te verdienen valt, terwijl de gemeente wel ‘staangeld’ vraagt. Een enkele plank – een ‘ijsbrug’ – kost twintig cent, een kraam 40 cent en een tent met “van allerlei d’r in” is nog duurder.

Tamara Becker

November-December 2010