Stadhouderskade 7-9 was het adres van de Amsterdamsche Maatschappij voor Jongemannen, de AMVJ. Vlak na de Eerste Wereldoorlog had Amsterdam had al enige christelijke jongensverenigingen, zoals Excelsior en het Nederlandsch Jongelingsverbond, maar volgens enkele visionairs was het hoog tijd voor een club die álle jongens aan zich kon binden, christelijk en ongelovig, rijk en arm. De AMVJ: maakte dan ook “geen onderscheid tussen christenen en paganisten”.

Bij het slaan van de eerste paal in 1926, hield de jonge dominee Jo Eijkman een toespraak. Eijkman, sinds 1920 secretaris voor het jongens- en zomerkampwerk, werd in de loop der jaren de personificatie van de AMVJ.

Tijdens Eijkmans toespraak stond Foeke Kuipers naast hem. Deze Friese architect had ook het voormalig onderkomen van de AMVJ, Sociëteit Industria, ontworpen. Daar (Dam 27) was de AMVJ in 1918 opgericht. De oprichters hadden inspiratie opgedaan in de VS en lanceerden de AMVJ als de Nederlandse tak van de internationale Young Men’s Christian Association (YMCA).

Tegelijk met de voorziening voor Amsterdamse jongens, kwamen er 80 hotelkamers (Hotel Centraal), een woonhospitium en een restaurant. Grote faam kreeg het schitterende binnenzwembad.

De AMVJ had nog nauwelijks iets van doen met het geijkte jongelingswerk. Maar hoewel de c in de naam ontbrak, was de AMVJ niet geheel van god los: de leiding diende christelijk te zijn. Eijkman was zijn tijd weliswaar vooruit, maar hij had grenzen. Zo geloofde hij niet in vriendschap tussen jongens en meisjes, die hij “onbijbelsch, onevangelisch” vond. Daarom bleven de meisjes lang buiten de deur.

Pas ná Eijkmans dood werd de AMVJ omgedoopt in Algemene Maatschappij voor Jongeren.
Onderwijl konden de jongens er basketballen (de AMVJ had deze sport in Nederland geïntroduceerd), heilgymnastieken of zwemmen. En tijdens de Famos-toernooien wedijverden de jongens ook in denksport en cultuur: zo won Barlaeus-leerling W.F. Hermans ooit het onderdeel ‘opstel’.

Tot in de jaren zestig bleven de AMVJ-jeugddiensten bestaan, maar tegen 1970 was de AMVJ volledig geseculariseerd. Dat was het begin van het einde, want de AMVJ overleefde de jongerenemancipatie niet. Het verenigingswerk werd eind jaren zeventig afgebouwd, en het gebouw aan het Leidsebosje verkocht aan een hotelketen.

Tekst: Rachida Azough
Febuari 2007