Dat is weinig: alleen het torentje met dakruiter en uurwerk stamt nog van het Sint Ceciliaklooster. Het middeleeuwse Amsterdam telde binnen de stadsmuren negentien kloosters en nagenoeg allemaal stonden ze op de Oude Zijde. Tussen het Rokin en de Kloveniersburgwal lag de kloosterbuurt, een gebed zonder end, zoals ook nu nog de naam van een straatje in dit gebied luidt.

We vinden meer namen van kloosters terug op de straatnaambordjes: Agnietenstraat, Sint Barberenstraat, Bethaniënstraat, Cellebroerssteeg, Sint Geertruidensteeg en Sint Luciënsteeg. De kloosters – die 18 procent van het grondgebied van de oude stad in beslag namen - waren in hoofdzaak bestemd voor nonnen: er waren slechts drie mannenkloosters.

Hun functie veranderde toen op 26 mei 1578 Amsterdam in een hervormde stad transformeerde. Het katholieke stadsbestuur werd weggestuurd en het werd katholieken verboden openlijk hun geloof te belijden. In één moeite door werden ook de kloosters opgeheven. Dat kwam het nieuwe bestuur goed uit, want door het vrijkomen van alle kloosterterreinen was een dure stadsuitbreiding even niet meer nodig.

Het Ceciliaklooster, dat zich sinds omstreeks 1342/1352 uitstrekte van Voor- tot Achterburgwal, kreeg een nieuwe bestemming. De stadsregering besliste dat voortaan de ‘Prinsen en groote Heeren’ die op bezoek kwamen hier de nacht zouden doorbrengen. De ‘Prinsenhof’ kreeg hooggeëerde gasten als Willem van Oranje, prins Maurits en Maria de Medici.

Na 1597 werd een deel van de Prinsenhof zetel van de Admiraliteit. Echt druk werd het er pas toen de Franse koning Lodewijk Napoleon in 1808 het stadhuis op de Dam opeiste als paleis. Het brave gemeentebestuur verkaste toen naar de Oudezijds, waar zij lange tijd provisorisch onderdak vond.

Het complex werd sinds het vertrek van de zusters van Cecilia en het naastgelegen Catharinaklooster verschillende malen drastisch aangepast en uitgebreid. Kerken werden afgebroken, nieuwe gevels gebouwd. Aan de Oudezijds Voorburgwal kwam de bakstenen vleugel in Amsterdamse School-stijl (een ontwerp van A.R. Hulshoff) met onder meer een trouwkamer met Jugendstil-schilderingen van Chris Lebeau en de rijke raadzaal, waar in 1966 het omstreden huwelijk voltrokken werd tussen prinses Beatrix en Claus von Amsberg. In juli 1988, toen het stadhuisgedeelte van de Stopera gereed was, zat Ed van Thijn hier de laatste gemeenteraadsvergadering, waarna het terrein werd verkocht aan een hotelketen. De indrukwekkende zalen zijn dankzij rondleidingen van Hotel The Grand nog altijd te bezichtigen. Kijken of je sterren ziet.

Tekst: Rachida Azough
Foto: Ino Roël/Stadsarchief
November-December 2006