Het diaconessenwezen was in de 19de eeuw de protestantse imitatie van het katholieke kloosterleven. Maar de jonge Duitse dominee Theodor Fliedner beriep zich liever op de overlevering over een gemeenschap van dienstbare vrouwen in de allereerste jaren van het Christendom. Zijn eerste diaconessenhuis stichtte hij in 1836 in Kaiserswerth. Daarvandaan verspreidde het fenomeen zich over Europa.

Drie zusters uit Bielefeld vestigden zich in 1887 op het Rembrandtplein en later op de Bloemgracht. Het nieuwbouwpand Koninginneweg 3, dat de zusters in 1886 betrokken, luidde een nieuwe fase in: de wijkverpleegsters runden nu hun eigen protestantse ziekenhuis. Vanaf de Van Eeghenstraat zag men -van links naar rechts -: het Moederhuis (haaks op het park; nu zuidvleugel van het stadsdeelkantoor), het ziekenhuis-met- plantsoen (nu Van Eeghenstraat 224-230) en de kapel (nu Van Eeghenstraat 222).

Een eeuwigdurende gelofte hoefden de diaconessen (anders dan katholieke nonnen) niet af te leggen, maar het was wél de bedoeling dat ze niet zomaar de benen namen. En behalve in de verpleegkunde, moesten zij zich bekwamen in bijbelkennis en zielzorg. En dat alles voor een zakcentje. Een troost: op je oude dag werd er goed voor je gezorgd. Als vlijtige werkbijen zwermden de diaconessen uit over Lutherse ziekenhuizen, verzorgingshuizen en weeshuizen in het hele land. Ondanks de afstanden, vormden zij een hechte gemeenschap met het Moederhuis als zenuwcentrum. Maar diaconessen die zich niet aan de regels hielden, werden er zonder pardon uitgeknikkerd. Notulen van 13 juli 1896: "Geertje Westerik is ontslagen, omdat ze zich in Duitsland verloofd heeft."

De eerste halve eeuw was er sprake van grote bloei. Het gebouwencomplex groeide. Rechts van de kapel kwam in 1904 het Zusterhuis en in 1929 werd pal links van het moederhuis op de plek van de villa Koninginneweg 1 nog een zijgevel gebouwd, waardoor het Moederhuis de huidige L-vorm kreeg.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de roeping voor het leven, het celibaat, de beroerde beloning en het uniform steeds vaker ter discussie gesteld. De welvaart steeg en het animo voor onbetaalde dienstbaarheid daalde navenant. Vlak voordat het ziekenhuis opging in het BovenIJ-ziekenhuis in Noord, vierden de diaconessen in oktober 1986 nog het eeuwfeest. Ze waren ontzet toen bleek dat een aspirant-koper ziekenhuis, moederhuis én kapel wilde slopen voor de bouw van koopflats. Maar het wijkcentrum roerde zich en de gemeente stelde een sloopverbod in.

Nu zetelt de stadsdeelraad in het Moederhuis en zijn het oude ziekenhuis en het zusterhuis verbouwd tot luxe-appartementen, De neogotische kapel wordt sinds 1994 gebruikt door de Stichting ter bevordering der Notariële wetenschap.

Header: Het Moederhuis (nog zonder zijvleugel) en de kapel, met daartussenin een glimp van het ziekenhuis, omstreeks 1900. Aquarel van Henriëtte de Vries. UIT: A. JOHANNES, LUTHERS DIAKONESSENWERK, 1986.

De ziekenhuisvleugel van de voormalige Lutherse Diaconessen-Inrichting met links een glimp van het oude Moederhuis (nu stadsdeelkantoor) en rechts de kapel