Hoe ver ging de Amsterdamse tolerantie tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)? Daarover bestaan tegenstrijdige clichés. Enerzijds dat katholieken het na de protestantse machtsovername van 1578 bijna even zwaar hadden als de ‘ketters’ van weleer. En anderzijds het (modernere) beeld dat in het verdraagzame Amsterdam de roomsen van echte vervolging nooit veel last hadden. Beide visies verdienen nuancering, leert de geschiedenis van de immigrantenfamilie Wuijtiers.

Rond 1550 is Amsterdam een stad in opkomst. Verschillende mensen worden aangetrokken door de economische mogelijkheden en de betrekkelijke tolerantie tegenover de nieuwe religie, het protestantisme. Onder die nieuwkomers is Dirck Goverts Wuijtiers (1523-1557). Hij stamt uit een belangrijke familie in Mechelen. Rond 1545 vlucht hij vanwege “troubelen” naar Amsterdam. Misschien waren het religieuze twisten, maar zeker is dat niet. Wel is duidelijk dat hij protestant is. Ook ene Gerard Woutijers komt naar Holland en vestigt zich in Den Haag. Waarschijnlijk is hij een broer van Dirck Goverts – ze voeren bijna hetzelfde wapen – maar katholiek, kanunnik en Ridder in de Orde van het Heilig Graf.
Dirck trouwt met Aechte Barchman en verdient een fortuin als haring- en houtkoper. Ze wonen in De Gulden Buys, een groot huis op de Nieuwendijk (nu 23), met een haringpakhuis erachter. Dirck en Aechte krijgen drie kinderen. Hij overlijdt jong en laat zijn vrouw en kinderen “in goede welstand” achter. Cornelis, het oudste kind, krijgt (destijds niet ongebruikelijk) de naam van zijn moeder erbij en wordt de stamvader van de Barchman Wuijtiers. Nummer twee, Margarita, trouwt met Cornelis de Vlaming van Oudshoorn, een geslacht dat veel burgemeesters voortbrengt. En Dircks jongste kind Govert Dircksz Wuijtiers (1548-1616) trouwt met Diewertje Banning (ca. 1552-1620), enig kind van een lakengrossier die op de hoek van de Dirk van Hasseltsteeg in Het Vliegende Vercken woont. Ze krijgen zeven kinderen: Agatha, Margaretha, Levina, Dirck, Jan, Eva en Anna.
Het gaat voorspoedig met onze tweede generatie immigranten, maar dat verandert als in 1568 de Tachtigjarige Oorlog uitbreekt. De lagere adel (zoals Willem van Oranje) en kooplieden in de steden verzetten zich tegen het centralistische en fel antiprotestantse beleid van de Spaanse koning Filips II, die ook de Nederlanden bezit. Leiden, Alkmaar en Haarlem sluiten zich bij de opstand aan. Amsterdam kijkt de kat liever uit de boom. Als Filips zijn veldheer Alva naar Holland stuurt om de opstand neer te slaan, kiest de stad voor het gevestigde Spaanse gezag. Op dat moment denken de regenten nog dat de handel het meest gebaat is bij rust, dankzij een sterk gezag. Spaanse troepen worden in de stad gelegerd.

Ommekeer in ‘Moorddam’

Alva onderdrukt de opstand met harde hand en vele protestanten worden ter dood veroordeeld of levenslang verbannen. Amsterdam krijgt de bijnaam ‘Moorddam’. Mensen van het verkeerde geloof zoals Govert Dirckz Wuijtiers, zoon van een protestantse vluchteling, kunnen hun maatschappelijke carrière wel even vergeten. Zijn broer Cornelis Barchman Wuijtiers en zwager Cornelis de Vlaming moeten de stad ontvluchten. Na tien jaar komt de ommekeer als de protestanten een stedelijke ‘staatsgreep’ beramen: de Alteratie (26 mei 1578). De katholieke stadsbestuurders worden uit de stad gezet en de protestantse ballingen keren terug. De katholieke eredienst wordt verboden, kloosters worden geconfisqueerd.
Govert Dircksz Wuijtiers profiteert van de Alteratie. Hij wordt (uniek voor de zoon van een immigrant) gekozen in de vroedschap – de bestuursraad van de stad – en krijgt de functie van schepen: lid van de stedelijke rechtbank. Hij geldt als een steunpilaar voor de Hervorming. Maar in 1583, het jaar dat het de katholieken verboden wordt om regeringsambten te bekleden, treedt hij af als schepen. Hij laat zich ‘ontvrijen’ van zijn poorterschap, dat wil zeggen: zich ontslaan van zijn burgerlijke rechten en plichten.
Waarschijnlijk laat de katholieke traditie hem nog steeds niet onberoerd omdat hij katholieke familieleden heeft, zoals zijn oom. In ieder geval heeft hij grote moeite met een functie waarin hij katholieken moet laten oppakken, veroordelen en gevangen zetten. Juist in deze periode worden de ‘papen’ hard aangepakt. Ze worden niet getolereerd in de stad en daadwerkelijk vervolgd. De schouten en schoutsknechten zijn alert op ieder spoor van een katholieke samenkomst.
Govert mag bestuurlijk zijn uitgespeeld, zakelijk heeft hij weinig te klagen. Hij handelt in laken, verscheept graan vanuit de Oostzeestaten en is in het begin van de 17de eeuw een belangrijke geldschieter voor Portugese Joden, die dan in groten getale naar Holland komen. Hij kan zich een huis veroorloven in de duurste straat van Amsterdam: de Engelenburgh in de Warmoesstraat (nu nummer 143). Het voorhuis is de winkel voor de verkoop van laken, daarachter woont de familie.

Van papisme beschuldigd

Goverts oudste zoon Dirck Wuijtiers (1588 -1658) volgt zijn vader op als koopman. Aan het eind van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) heeft hij een vermogen opgebouwd van ƒ 140.000,- en behoort tot de 50 rijkste burgers van Amsterdam. Hij heeft belangrijke nevenfuncties. Hij is luitenant en later kapitein van de schutterij, de verdedigers van zijn wijk. Hij is kerkmeester van de Gasthuiskerk en regent van het Binnengasthuis. Sinds 1578 is het de familie voor de wind gegaan.
Tijdens het Twaalfjarig Bestand zitten steile en minder steile calvinisten vooral elkaar in de haren en hebben de katholieken weinig te duchten. Maar als de vijandelijkheden tussen Spanje en de zelfverklaarde Republiek zijn hervat, worden katholieken gevangen gezet op verdenking van heulen met de vijand. Als protestant zit Dirck Wuijtiers goed, maar onverwacht weigeren in het vendel waarvan hij kapitein is “enige schutters aan hem gehoorzaamheid, die hem beschuldigen te zijn Papist.” Dat is in 1626. Zijn gezin wordt onder druk gezet te verhuizen. Als hij niet meer in deze schutterswijk woont, kan hij er formeel geen commandant zijn. Op de nieuwe grote grachten heerst het antikatholieke sentiment minder dan in de oude binnenstad. Dus verhuist de familie Wuijtiers noodgedwongen wegens hun geloof naar Herengracht 214 bij de Hartenstraat.
Aanleiding voor de beschuldiging van de schutters is de aankoop (in 1621) door Dirck Wuijtiers van een terrein aan de Herengracht ten zuiden van de Wolvenstraat (nu 330-332). Daar laat hij twee huizen bouwen. Nummer 330 verhuurt hij aan zijn nichtje Elisabeth Poppen, dochter van Jacob Poppen. Op nummer 332 komt Dircks broer Jan Banning Wuijtiers te wonen (hij heeft de naam van zijn moeder Diewertje Banning aangenomen). Dat huis oogt klein omdat de gevel aan de grachtzijde nog geen 3,5 meter breed is. Maar eigenlijk is het een brede gang naar het achterhuis, een imposant woonhuis dat doorloopt achter Herengracht 330 en 334-336 met een kolossale tuin. In 1627 kopen Dircks zus Anna en haar man 334 en 336, en Dircks zus Eva wordt met haar echtgenoot eigenaar van 338 en 340. Zo ontstaat aan de Herengracht een aaneengesloten ‘Wuijtiers-bastion’.

Alweer van het verkeerde geloof

Broer Jan Banning Wuijtiers is in 1619 in het geheim tot priester (Joannes) gewijd en leeft sindsdien “in Gods armoe, zonder pracht en overdaet.” Hij is een ‘rustend priester’, een die werkt in familieverband. Dit is de reden om aan te nemen dat het smalle pand Herengracht 332 in feite de toegang is van een huiskapel in het vanaf de gracht onzichtbare grote achterhuis. Het vermoeden van de schutters dat Dirck Wuijtiers het katholieke geloof beleed, was wel terecht! Want de eerwaarde Joannes heeft behalve broer Dirck ook zijn vier zussen Agatha, Levina, Eva en Anna weten te ‘bekeren’.
Die hangen dat niet aan de grote klok. Zeker voor hun naaste familieleden brengt de geloofsovergang risico’s met zich mee. De vermogende Hendrick Cromhout, de man van Agatha, is immers kerkmeester van de protestantse Walenkerk. Jan de Wale, schoonvader van Eva, één van de tien rijkste mannen van de stad, is ook kerkmeester en wel van de Oude Kerk. En Levina’s echtgenoot Jacob Poppen, bij zijn dood in 1624 de rijkste man van Amsterdam, wordt in 1622 niet zonder gemor herkozen tot burgemeester omdat men hem (met recht) verdenkt van roomse sympathieën. Opnieuw doen de Wuijtiersen er beter aan hun religieuze overtuiging geheim te houden. Alweer zijn ze van het verkeerde geloof.
Het decennium na de roerige jaren twintig verloopt rustig voor de rooms-katholieken. Tegen roomse samenkomsten wordt in principe niet opgetreden zolang men er geen ruchtbaarheid aan geeft. Het zit de katholieken natuurlijk wel dwars dat zij in achterkamertjes naar de mis moeten terwijl voor de protestanten prachtige nieuwe kerken als de Zuiderkerk (1611) en Westerkerk (1631) worden gebouwd.
Maar in 1641 worden de katholieken opgeschrikt door invallen in twee schuilkerken: een woonhuis op de Oudezijds Voorburgwal en de stoffenwinkel De Zijdeworm in de Kalverstraat. De schout en zijn helpers vallen binnen en nemen alle misgewaden in beslag. De familie Wuijtiers is zeer betrokken omdat zij vaak in De Zijdeworm te kerk gaat bij pater Laurentius. Of ze er deze zondag bij waren is onbekend, maar ongetwijfeld zijn ook zij behoorlijk geschrokken.
Gelukkig wordt niemand opgepakt en komen de gelovigen er vanaf met een fikse geldboete van ieder ƒ 5,-, terwijl de pastoor en de huiseigenaar ƒ 200,- moeten betalen (respectievelijk de helft van een jaartoelage en de jaarhuur van een pand). Het blijkt een eenmalige actie te zijn. Burgemeester Andries Bicker staat bekend als beschermer van de katholieken en tijdens de rest van zijn ambtsperiode blijft het rustig.

Zaken zijn zaken
In 1647 sterft Jan Banning Wuijtiers. Uit de lijst van personen die in kennis worden gesteld van zijn overlijden, blijkt het wijdvertakte netwerk van de familie. Niet alleen staan er verwante families op (katholiek en protestant), zoals Cromhout, Poppen, De Wale, Van der Wielen, Kies van Wissen, De Vlaming van Oudshoorn, Ruysch, Oetgens van Waveren, Barchman Wuijtiers, Six, Hinlopen, Schaeck, Sperwer en Geelvinck. Maar daarnaast ook andere relaties, waaronder belangrijke protestantse families als Bicker, Van Bronckhorst, Schaep, De Graef, Tulp, Spiegel, Reaal, Banning Cock, Van Loon, Bas, Popta, Van der Hem, Van Vlooswijck, Van Hooren, Haringkaspel en De Wit.
Een jaar later komt met de Vrede van Münster definitief een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Dat wordt groots gevierd. Zo laten bijvoorbeeld de schutters van de Voetboogdoelen zich door Bartholomeüs van der Helst portretteren aan het vredesbanket. Op dit schilderij zien we ook Dircks aangetrouwde katholieke neven Benedictus Schaeck en Adriaan Sperwer – twintig jaar eerder was dat nog ondenkbaar.
Na de vrede kunnen katholieken ongestraft de mis bijwonen, hoewel de protestanten daarover klagen bij het stadsbestuur: “Op de Cingel in de Krijtbergen woont Pater Laurensz en heeft er zijn paepsche kerck met musick instrumenten, daer sij [de katholieken] met troepen sonder eenighe schroom ingaan.” De vier burgemeesters geven dan hooguit een strenge waarschuwing. Alleen tegen een te grote openbaarheid kan de stad optreden. De pastoors kunnen een vast contract sluiten met de stad, waarbij zij zich verbinden om beperkingen van in- en uitgang van het gebouw in acht te nemen. Rond 1650 zijn er 66 “Paepsche vergaderplaetsen”, kleine sobere huiskamerkapellen. Bijna de helft groeit met steun van rijke katholieken uit tot volwassen schuilkerken. Ook de familie Wuijtiers draagt haar steentje bij: zij is grootfinancier van De Lelie op de Nieuwezijds Voorburgwal en De Krijtberg achter de huizen aan het Singel (de opvolger van De Zijdeworm).
Dirck Wuijtiers overlijdt in 1658, een jaar na zijn vrouw Catarina. Zijn dood betekent het einde van een generatie kleinkinderen van een protestantse immigrant die katholiek werden in een tijd dat zo’n overstap zeer riskant was. Maatschappelijk brachten zij grote offers, hun sociale contacten en economische ontplooiing zijn er uiteindelijk weinig door geschaad. Wát men ook van elkaars ideeën vond, in de praktijk konden ondernemende Amsterdammers, protestant en katholiek, niet buiten elkaar. Want zaken zijn zaken.