Ruim dertig jaar later begon Paul van Vlissingen in de oude rokerij van de VOC een bedrijf waar machines voor stoomschepen werden gerepareerd: de Fabriek van Stoom- en andere werktuigen (zoals spoorwegmaterieel). Vanaf 1902 werden er vooral de al snel vermaarde dieselmotoren vervaardigd. De officiële naam van het bedrijf werd in 1929 gewijzigd in Werk- spoor. Dat veranderde halverwege de jaren vijftig weer, toen Werkspoor fuseerde met de machinefabriek van de uit Hengelo afkomstige gebroeders Stork tot de Verenigde Machinefabrieken, roepnaam: VMF (al bleven velen nog decennialang gewoon Werkspoor zeggen). Toen premier Joop den Uyl in 1975 een nieuwe montagehal opende, zag de toekomst voor dergelijke grootschalige industrie er in Nederland al somber uit - zeker midden in de stad. En dat veranderde niet. Amper tien jaar later - Werkspoor was inmiddels opgedoekt en er bestonden alleen nog drie werkmaatschappijen van Stork - was een deel van de gebouwen op het fabrieksterrein al afgebroken voor de bouw van woningen. In de jaren negentig verliet Stork Oostenburg helemaal, waarna de grond werd verkocht aan een projectontwikkelaar. De hallen werden verhuurd en later deels afgebroken. In 2000 kregen archeologen de kans in de bodem te zoeken naar resten en hebben er toen onder meer een scheepshelling opgegraven van de VOC-werf. Inmiddels wordt er gebouwd aan INIT, een modern bedrijfsverzamelgebouw van 45.000 vierkante meter. Een derde daarvan is bestemd voor een remise van de Reinigingsdienst, aan het oog onttrokken door een postagentschap, stomerij en kinderdagverblijf. Erboven komen onder meer werkstraten met kantoren, een manifestatie ruimte en een auditorium. INIT is vooral bedoeld voor kleinschalige, kennisintensieve bedrijven. Alleen op de blinderingen van het gebouw mogen straks logo's worden aangebracht door bedrijven die zich hier straks gaan vestigen, zoals Het Parool. De krant betrekt het pand al volgende maand. In een volgende fase wordt gestart met de renovatie van de Van Gendthallen, sinds 1999 monumenten. (Vorig jaar werd ook in die hallen archeologisch onderzoek gedaan.) Uiteindelijk komt er op Oostenburg 200.000 vierkante meter werkruimte, maar nog niet alle plannen zijn uitgewerkt.

Luchtfoto Czaar Peterbuurt en Oostelijke Eilanden. Beneden de Czaar Peterbuurt, met linksonder de Kraijenhoffstraat en rechts de Blankenstraat. In het midden de Oostenburgervaart. Daarboven Oostenburg, de Wittenburgervaart en Wittenburg en Kattenburg, met in de verte het Marine-Etablissement en NEMO.

W.A.G. Ruigrok is fotograaf, drs. E.A.M. Slot is freelance journalist.