Zaterdagvond 11 maart 1967, de kantine van het Spinozalyceum in de Peter van Anrooystraat. ‘Willen jullie alsjeblieft gaan zitten, want anders kunnen de meesten niets zien. Doe het nu maar, want anders beginnen ze echt niet.’ Dat zei ik, staand op het lage podium in de kantine. De aanwezige jongeren waren, al dan niet hysterisch, vol verwachting van de Ierse zanger Van Morrison. Het was bomvol. En verdomd, iedereen ging op de grond zitten om te luisteren naar Van Morrison, die trouwens veel te laat kwam. Tegenwoordig zou men dit niet meer pikken, dat verplicht op de grond gaan zitten dan, want artiesten komen nog steeds te laat.

Van The Man’ zong maar een paar nummers, waaronder Baby, please don’t go. Hij eindigde met Gloria, dat door iedereen werd meegezongen, G.L.O.R.I.A…. Gloria!, en toen gingen onverbiddelijk de lichten aan. We waren al over tijd. De twee kantinebeheerders waren onvermurwbaar. Degenen die van buiten Amsterdam kwamen met het openbaar vervoer waren al vertrokken. Ze hadden wel nog drie andere popgroepen gezien, maar als ze speciaal voor Van Morrison gekomen waren, hadden ze pech.

Lezingen en jazz

Een jaar daarvoor besloten Carl van Pel, klasgenoot van de Gemeentelijke Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen, en ik om in de zomer iets op poten te zetten in Amsterdam. We woonden beiden in de Indische buurt en waren alle twee voorzitter geweest van het schoolbestuur van onze middelbare school. Carl van de ‘Derde Drie’ aan de Polderweg en ik van de ‘Tweede Drie’ in de Zocherstraat. Er werden veel buitenschoolse activiteiten georganiseerd. Ik was sportcommissaris, een functie die Mart Smeets een jaar later kreeg, en in het derde jaar voorzitter van het schoolbestuur.

In die tijd werden er op de middelbare scholen in Amsterdam regelmatig feesten gegeven waarvoor bestuurders van andere schoolverenigingen werden uitgenodigd. In de zomer was het echter stil. In ons eerste jaar op de Kweekschool ontdekten Carl en ik studentensociëteit Lanx op de bovenste verdieping van een pand in de Korte Leidsedwarsstraat en ’t Okshoofd op de Herengracht, ook een studentensoos. Maar we realiseerden ons, met de zomer in aantocht, dat er verder in Amsterdam weinig te beleven viel. Paradiso was er bijvoorbeeld nog niet. 

In juli van 1966 begonnen we daarom in jeugdhonk Ficadas, een gebouwtje in de Pieter Zeemanlaan 42, een culturele beatclub met lezingen – Simon Vinkenoog ‘met discussie en platen’ – en jazz: het trio Carl Schulze. Op dinsdagavond een dj, op woensdagavond cabaret, donderdagavond discussie ‘op z’n Hyde Parks’ en vrijdag- en zaterdagavond traden er beatgroepen op. Als naam kozen we Hubbub, dat betekent rumoer, herrie.

Er kwamen artikelen in De Echo, Wierings Weekblad, Nieuws van de Dag, en in Het Vrije Volk met als kop ‘2 kweekscholieren organiseren reeks vakantieavonden’. De maandag na het eerste weekend schreef Het Vrije Volk dat ‘de vakantieavonden in jeugdhonk Ficadas goed zijn begonnen’, en ‘dat de afgelopen dagen al bijna 500 leden ingeschreven zijn’.

Nieuwsbrief

In die eerste maand bleek dat de avonden met voordrachten en discussies weinig jongeren trokken, maar het zaaltje was wel te klein voor de steeds populairder wordende popgroepen in de weekenden. Daarom weken we uit naar de kantine van het Spinozalyceum, die de school zelf ook als feestzaal gebruikte.

Het was voor ons best een gok om zo’n grote zaal vol te krijgen. We probeerden stukjes in de dag- week- en popbladen te krijgen en gingen in heel Amsterdam pamfletten op lantaarnpalen plakken, in de buurt van middelbare scholen, want daar zaten de potentiële HUBBUB-leden. Eigenlijk waren die pamfletten een combinatie van een poster en een muurkrant, halve A4’tjes in de lengte doormidden gesneden met daarop de groepen die kwamen spelen.

Je moest lid worden voor 50 cent en zestien jaar of ouder zijn. Zo konden we elke maand nieuwsbrief HUBBY aan onze 3000 leden sturen. Daarin stonden actuele popnieuwtjes en de lijst van de groepen die kwamen spelen. Elke maand zaten Carl en ik plus familieleden de adressenbandjes te schrijven en te stempelen met ‘port betaald’. Daarna brachten we alle HUBBY’s gebundeld naar het hoofdpostkantoor bij het Centraal Station.

In de zomer van 1967 organiseerden we een festival met in twee weekenden acht popgroepen. We verkochten T-shirts met flockprint in verschillende kleuren, hippiesieraden en sjaals die we hadden ingekocht in Londen. In de hal van de school waren marktkraampjes waar klasgenoten achter stonden.

Vier optredens en een modeshow

Op de avond dat Van Morrison zou optreden, stonden voordat de deuren om acht uur opengingen buiten al rijen jongeren te popelen om naar binnen te gaan. Mijn vader zat met een van onze klasgenoten achter een tafel met daarop een geldkist. Potige portiers hadden we niet nodig, in die twee jaar zijn er nooit gevechten geweest. Alcohol werd er niet geschonken (het was tenslotte een schoolkantine), al zal er best wel een flesje binnengesmokkeld zijn.

Ik heb er nooit zo bij stil gestaan, maar het was toch gek dat mijn vader het altijd met veel plezier deed. Om ongeveer half twaalf nam hij de kas mee op z’n fiets en reed naar de Zeeburgerdijk. Carl en ik kwamen anderhalf uur later thuis, als we de kantine opgeruimd hadden, de vloer aangeveegd, de lege flesjes opgehaald, de posters van de muur en het crêpepapier van de lampen. Mijn vader lag dan al naast mijn moeder in diepe rust en op de tafel in de huiskamer stond het geldkistje met alle inkomsten.

We maakten keurige rijtjes van de dubbeltjes, kwartjes en guldens, de briefjes van vijf, tien en vijfentwintig gulden op kleine stapeltjes en dan tellen maar. De entreeprijs was drie gulden. Dat mocht ook best, want we hadden soms vier optredende groepen, een modeshow en we draaiden op de gang zwart-wit filmpjes van Charlie Chaplin en Laurel & Hardy.

De avond vóór Van Morrison hadden we eerst James Mean, Double Dutch, HET en Pocomania. Morrison trad op met de Blizzards, zonder Cuby. Dat laatste hadden we de dag ervoor toevallig gehoord van een HUBBUB-lid die op Schiphol werkte en Van Morrison zonder band had zien aankomen. Daar is toen flinke deining om geweest, plus dat ze veel te laat bij ons kwamen en daardoor veel te kort speelden.

Belastingdienst

In totaal hebben zo’n veertig verschillende popgroepen in de HUBBUB Club gespeeld, waaronder The Softs, The Haricots, The Obsession, Midnatt Fyran, Act-Phase Group en het later bekend geworden Ekseption uit Haarlem. We claimden dat we hadden bijgedragen aan het succes van Ekseption, die we vaak lieten terugkomen in het Spinoza Lyceum. Daar stonden ook de Ro-d-ijs, Q65, Bintangs, George Cash, Rob Hoeke, Blues Group 5, en Tee Set op het podium.

Door alle publiciteit was er bij de belastingdienst iemand die zich afvroeg of wij wel belasting betaalden. We betaalden wel keurig de Buma-afdracht, maar het werd te ingewikkeld. Carl en ik besloten toen maar te stoppen. We hadden ook onze school nog. We verstuurden de laatste HUBBY, nummer 18, en op 9 maart 1968 was de laatste HUBBUB-avond. Een jaar later opende Paradiso, en al snel de ene discotheek na de andere. Er was voor jongeren weer voldoende te beleven.