John Adams zocht steun voor nieuwe staat

Conservator Lodewijk Wagenaar is de samensteller van de tentoonstelling over John Adams in de 'Actualiteitenhoek' van het Amsterdams Historisch Museum. De mini- expositie is georganiseerd in het kader van het John Adams Jaar, waarin wordt herdacht dat deze bijzondere Amerikaan precies 225 jaar geleden in ons land arriveerde. De herdenking gaat uit van het John Adams Instituut, dat gevestigd is in het Westindisch Huis en zich bezighoudt met culturele uitwisseling tussen de Verenigde Staten en Nederland.

Wagenaar vertelt enthousiast over John Adams, een energieke en openhartige man, die op eigen initiatief naar Amsterdam kwam om steun te zoeken voor de dertien Engelse koloniën in Amerika die in oorlog waren met het moederland. Al komt hij in het rijtje beroemde Amerikanen van het eerste uur na George Washington, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin: Adams geniet in de Verenigde staten nog steeds een reputatie.

In staat vertrouwen te winnen

"Dit jaar waren er uit Amerika veel belangstellenden in het kader van het John Adams jaar. We hebben congressen en lezingen gehad. Er bestaan natuurlijk al oudere verbanden uit de tijd van Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland, maar over dat gezamenlijk verleden is in de jaren tachtig van de 18de eeuw toch een nieuwe laag gelegd. De eerste Amerikaanse gezanten in Europa waren Benjamin Franklin in Frankrijk en John Adams in de Republiek. Na Frankrijk was die hele kleine Hollandse Republiek de eerste die de Verenigde Staten erkende en dat is in de collectieve herinnering toch een rol blijven spelen".

De Amerikanen die hier in het voetspoor van John Adams rondkijken zijn vaak diep onder de indruk hoeveel er in Amsterdam nog over is uit de 18de eeuw. Ze wanen zich terug in de tijd van Adams. "De geveltjes, de pandjes, de grachten roepen bij Amerikanen vaak het idee op dat alles nog hetzelfde is. Wat ik dan probeer uit te leggen is hoe die gevels een materiële context vormen voor iets wat veel moeilijker te herkennen is: een mentaliteit die heel anders is dan de hunne."

Eerder dit jaar werd in aanwezigheid van de Amerikaanse ambassadeur Clifford Nobel en burgemeester Job Cohen een plaquette onthuld aan het huis waar John Adams in Amsterdam woonde: Keizersgracht 529, bij de Spiegelstraat. Hij vestigde zich daar pas in het voorjaar van 1781, nadat hij eerst was ingetrokken bij een weduwe op de Oudezijds Achterburgwal 143 bij de tegenwoordige Oude Hoogstraat. Zijn Amsterdamse relaties hadden hem erop gewezen dat hij meer op stand moest gaan wonen.

"Een beetje heerschap woonde natuurlijk op de Keizersgracht. Hij moest mensen kunnen ontvangen en indruk maken. Hij stond met gezaghebbende Amsterdammers op goede voet: met Engelbert van Berckel, pensionaris van Amsterdam, met burgemeester Henrik Hooft Daniëls, een van de meest invloedrijke Amsterdammers van zijn tijd. Met hem heeft John Adams in de jaren 1780-1782 regelmatig gesproken. Als je ziet wat hij met die lening voor elkaar heeft gekregen, kun je niet anders concluderen dan dat hij in staat was vertrouwen te winnen. Hij moet veel mensen hebben gekend, tegenwoordig noem je dat 'netwerken"

Een portret van de beroemde burgemeester Hooft Danielsz onderstreept op de tentoonstelling het belang van dit Amsterdamse contact van John Adams. Hij zocht vooral ook toenadering tot de wereld van de Amsterdamse bankiers: Jean de Neufville, Jacob en Nicolaas van Staphorst en anderen. Van Adams' zoektocht naar erkenning van de Verenigde Staten en een geldlening voor de opstandelingen getuigt op de tentoonstelling een vitrine met publicaties en documenten. Ze zijn bijeengebracht uit verschillende bewaarplaatsen, met name uit het Nationaal Archief in Den Haag. Veel materiaal bevindt zich overigens in de Verenigde Staten, daarvan worden kopieën getoond.

"Een fantastische goudmijn - we kunnen daar helaas geen originelen van laten zien - is Adams' voortdurende correspondentie met het thuisfront in Amerika, vooral met zijn vrouw Abigail. Als hij schrijft over zijn eerste indrukken van Amsterdam is de toon jubelend. Het is alsof hij in een paradijs terechtgekomen is. Maar ja, dan moet hij nog beginnen... Hij wil leningen en als dat in eerste instantie niet lukt, wordt de toon van de brieven anders. Wat zijn die Amsterdammers belust op geld, winst en profijt. Wat zijn ze benepen!"

Anti-Engels

Adams kreeg de nodige tegenslag te verduren. Hij had moeite een goede school te vinden voor zijn zoons, die met hem waren meegereisd. De tienjarige John Quincy en de achtjarige Charles werden in eerste instantie naar de Latijnse School op het Singel gestuurd, maar dat viel tegen. Adams vond de schoolleiding kleingeestig en veel te ruw. Begin 1781 stuurde hij ze naar de Universiteit van Leiden, waar hij overigens ook zelf enige tijd bij ze ging wonen. Verder viel het Nederlandse klimaat hem tegen en hij klaagde over de ongezonde dampen die in Amsterdam uit de grachten opstegen. In de zomer van 1781 was hij enige tijd ernstig ziek.

Ondertussen moest Adams zijn weg zien te vinden tussen de verschillende partijen die in Amsterdam en de rest van de Republiek met elkaar overhoop lagen. Op de tentoonstelling is ook aandacht voor de bijzondere atmosfeer die Adams hier aantrof.

"Er was toen iets aan de hand in een aantal steden in de Republiek, maar ook in de landsprovincies: woelingen, een nieuw denken, ook een nieuwe weerstand tegen Oranje, tegen Willem V en alles wat aan hem vastkleefde. De moeder van Willem V was een Engelse en de Oranjes waren nogal Engelsgezind. Dat stak extra omdat de Nederlandse economie sterk te lijden had onder de Engelse concurrentie. Engeland was de vijand. Tegelijkertijd was er ook weerstand tegen het regentensysteem. De ontevreden en roerden zich ook in Amsterdam. Men ging zich wapenen, men speelde soldaatje. Dat was het Amsterdam waar John Adams in 1780 in terecht kwam".

Het politieke klimaat in het Amsterdam van die jaren wordt op de tentoonstelling opgeroepen met onder andere prenten uit de Atlas van Stolk en materiaal uit de eigen collectie van het Amsterdams Historisch Museum. "We hebben uit onze vaste opstelling een prachtig schilderij van de Slag bij de Doggersbank op 5 augustus 1781. De Nederlanders wisten toen een Engelse aanval op een konvooi van koopvaardijschepen af te slaan. Het land was dol-enthousiast: we hebben gewonnen. Maar het was een Pyrrus- overwinning. Wat we dan ook laten zien is een journaal van een tijdgenoot, die destijds bij Den Helder de Nederlandse vloot na de slag zag terugkomen. Iedereen jubelde, maar deze man beschrijft heel kil en precies hoe hij de de 'verramponneerde vloot' van Zoutman thuis zag komen".

De Slag bij de Doggersbank, 5 augustus 1781. De Nederlanders sloegen er een Engelse aanval af, maar de vloot leed daarbij veel schade. Schilderij van Richard Paton (1717-1791). AMSTERDAMS HISTORISCH MUSEUM
Allegorie op de alliantie tussen de Bataafse Republiek (gehelmde dame links) en de Franse Republiek (rechts), mei 1795. Schilderij van Jurriaen Andriessen (1742- 1819). Van die akelige Engelsen waren de Hollanders af, maar de nieuwe bondgenoot liet weinig handelsvrijheid toe. AMSTERDAMS HISTORISCH MUSEUM


Vijf miljoen

Die afkeer van de Engelsen leek op het eerste gezicht heel gunstig voor Adams. Engeland was de vijand van de Amerikaanse opstandelingen én de vijand van de Republiek. Maar Engeland was ook machtig, het stond ook niet vast hoe de Amerikaanse opstand zou aflopen. In deze omstandigheden lukte het Adams niet geld los te krijgen.

"Hij had een statusprobleem. Zolang de opstandige koloniën niet door de Republiek erkend waren, bleven potentiële geldschieters de kat uit de boom kijken. Uiteindelijk gingen de Staten-Generaal om en werd hij ontvangen met zijn geloofsbrieven. Daarna kon hij pas echt aan het werk om een lening te organiseren en het resultaat was niet kinderachtig: uiteindelijk in totaal ƒ 5 miljoen, waarvan het grootste deel uit Amsterdam. Een werkman verdiende in die tijd gemiddeld een gulden per dag...

De lening kwam pas tot stand op 11 juni 1782. In april van dat jaar was Adams door de Staten-Generaal officieel erkend als ambassadeur van de Verenigde Staten. Hij verhuisde toen overigens meteen van Amsterdam naar Den Haag. De Nederlandse bereidwilligheid had alles te maken met het feit dat de Amerikanen sinds het najaar van 1781 in hun oorlog tegen Engeland aan de winnende hand waren. Al in september 1783 werd in Versailles de Engels-Amerikaanse vrede getekend en John Adams was één van de ondertekenaars.

Adams werd al snel ook Amerikaans gezant in Londen, Den Haag bleef hij erbij doen. In 1788 keerde John Adams terug naar Amerika en daar bereikte hij in 1797 de top met zijn verkiezing tot tweede president van de Verenigde Staten, opvolger van George Washington.

Op dat staaltje van die lening van 1782 bleef hij zijn leven lang met voldoening terug kijken. Nog steeds geldt deze Amsterdamse lening in de Amerikaanse geschiedenis als de eerste buitenlandse lening van de Verenigde Staten.