De pianola is een automatische piano die speelt met behulp van een papieren muziekrol met perforaties. Het principe, gebaseerd op pneumatiek, was uitgevonden in Europa en werd in de Verenigde Staten verder ontwikkeld. Daar groeide de pianola uit tot een groot commercieel succes, maar ook in West-Europa werden er honderdduizenden van gemaakt en verkocht. Zoals het gezin zich later in de huiskamer rond de televisie schaarde, gebeurde dat eerder al met de radio, de grammofoon, de toverlantaarn, de kijkkasten voor stereofoto’s en de pianola.

Liefhebbers van pianomuziek luisterden in die tijd liever naar de pianola omdat de geluidskwaliteit van grammofoonplaten in het begin te slecht was om pianospel goed weer te geven. Maar de pianola verdween al snel weer van het toneel toen de kwaliteit van de grammofoonplaat en de radio steeds beter werd; die nieuwe apparaten waren ook goedkoper en makkelijker te bedienen. Toch is het succes van de pianola onvoorstelbaar groot geweest. Ondanks de hoge aanschafprijs werden er enkele miljoenen gebouwd. Het repertoire van alle fabrikanten tezamen omvatte meer dan 100.000 muziekstukken: klassieke werken, salonmuziek, klavieruittreksels van orkestwerken, operafragmenten en natuurlijk ook veel populaire nummers, jazz- en dansmuziek.

Nederland heeft nooit een echte piano-industrie gehad en ook pianola’s zijn hier nooit gebouwd. Meteen na de introductie van de pianola in Nederland in september 1900 waren er vele pianozaken die als vertegenwoordiger van een buitenlandse pianolafabrikant goede zaken deden met de verkoop. In Amsterdam waren dat onder meer Bender, Duwaer en Naessens, Goldschmeding en Kettner. Wie een pianola had, moest natuurlijk ook muziekrollen hebben. De grotere pianohandels begonnen al gauw met het uitlenen van rollen. Gebruikers konden abonnee worden van de rollenbibliotheek en ze kregen dan elke veertien dagen of elke maand een nieuwe trommel of kist met twaalf tot 24 rollen.

In 1910 werd een nieuwe standaard voor pianolarollen overeengekomen: het 88-toons systeem. Voor dit type was een enorm repertoire beschikbaar. Speciaal voor de Nederlandse huiskamers maakten sommige buitenlandse fabrikanten rollen van sinterklaasliedjes, kinderliedjes, kerstliederen en dergelijke, maar dit aanbod was beperkt. Dat bracht de Nederlandse zakenman August Jansen op het idee muziekrollen te fabriceren voor de 88-toons pianola met muziek die hier in trek was. Hij had zelf een pianola en was er een groot liefhebber van.

“Kunstspel-muziekrollenfabriek”

August H. Jansen, geboren op 17 april 1886 in Amsterdam, was een ondernemend man. Hij beproefde eerst zijn geluk in Canada, maar keerde in 1913 terug naar Amsterdam. Hij begon timmerfabriek De Weichsel, genoemd naar het bedrijfsgebouw waarin deze fabriek was ondergebracht, een voormalige stoommeelfabriek op de hoek van de Gietersstraat en de Lijnbaansgracht in de Jordaan. Het gebouw bestaat nog steeds en ligt op een steenworp afstand van het Pianola Museum in de Westerstraat. De timmerfabriek was gedurende een aantal jaren lucratief, maar toen het bedrijf in moeilijkheden kwam, moest August Jansen het sluiten.

In mei 1921 registreerde hij de naam van zijn nieuwe bedrijf bij de Kamer van Koophandel: Kunstspel-muziekrollenfabriek Hollandia. Hij ging naar Duitsland om zich te informeren over het productieproces, waarschijnlijk bij een fabrikant die de perforeermachines voor de rollen kon leveren. Hij liet twee van deze machines naar Amsterdam komen en hij kocht een vleugel, “waaraan verschillende slangetjes zaten”, en waarmee het spel van een pianist direct opgetekend kon worden op een sjabloonrol. Hij wist twee Duitse vaklieden over te halen bij hem in Amsterdam te komen werken als productiemedewerkers. Deze voorbereidingen hebben blijkbaar nogal wat tijd in beslag genomen, want volgens het dossier van de Kamer van Koophandel was Hollandia pas op 1 januari 1924 actief en werd de timmerfabriek De Weichsel pas op 17 maart 1924 officieel opgeheven. Als locatie voor de rollenfabriek kon hij in hetzelfde pand op de Lijnbaansgracht een kleinere ruimte huren op de derde verdieping.

August Jansen stierf op al 61-jarige leeftijd, in 1947. Maar gelukkig konden zijn twee kinderen, August H. Jansen jr. en mevrouw J.F. Duijtshoff-Jansen, ons nog veel nuttige informatie geven, ook al waren zij nog vrij jong waren toen hun vader de fabriek begon. Wie er ook nog over kon vertellen was mevrouw N. Meurs. Zij kwam enige tijd na de opening van het Pianola Museum in 1994 langs met het verhaal dat er in de Jordaan vroeger ook rollen werden gemaakt. Zij woonde in de Jordaan en kwam na de lagere school bij Hollandia terecht. Ze heeft van haar veertiende tot haar achttiende jaar geholpen bij allerlei werkzaamheden zoals het aanbrengen op de rollen van de stempels en lijnen voor de dynamiek, het opspoelen van de rollen, het monteren van de aanloopstroken en het opplakken van de etiketten. Zij kon zelfs (na bijna 70 jaar) de plattegrond van de bedrijfsruimte nog uittekenen. Helaas is zij inmiddels overleden, net als de kinderen van oprichter Jansen.

Bij het inspelen van een stuk, aldus Meurs, kwamen er ‘rondjes’ op de papierrol waar ‘de meisjes’ vervolgens met een hol pijpje de gaatjes moesten maken. Een moedersjabloon kon ook worden gemaakt met ruitjespapier, zodat het gaatjespatroon gemakkelijk uitgetekend kon worden. Als de moederrol eenmaal helemaal was goedgekeurd (correcties waren mogelijk door het afplakken van de verkeerde gaatjes), werd deze pneumatisch afgetast en verkleind geponst.

“Nieuwe schlager binnen drie dagen”

De fabriek heeft naar schatting ongeveer 300 titels uitgebracht in ruim vier jaar tijd, dat is meer dan een nieuwe titel per week. De mededeling van de fabrikant dat ‘van een nieuwe schlager binnen drie dagen muziekrollen geleverd konden worden’, lijkt daarmee bewezen te zijn. De rollen zijn in Nederland waarschijnlijk redelijk goed verkocht, want ze worden nog regelmatig aangetroffen in partijen oude muziekrollen. Erg gewild waren de Hollandia Schlagerpotpourri’s Allerhande, waarvan twaalf afleveringen verschenen. Ook de potpourri’s met Hollandsche feestliederen moeten veel aftrek gevonden hebben. Het repertoire bestond verder vooral uit populaire dansmuziek en ‘schlagers’, vooral veel Amerikaanse hits en Duitse succesnummers, maar ook Nederlandse componisten van populaire muziek waren goed vertegenwoordigd. Veelgevraagde klassieke nummers werden ook op de rol gezet, zoals de bekende Tweede Hongaarse Rhapsodie van Liszt, de Mondschein Sonate en de Sonate Pathétique van Beethoven, allerlei operafragmenten en tal van salonstukken. De Hollandia-muziekrollen kostten tussen de ƒ2,50 en vier gulden.

“In de brand, uit de brand”

“Brand in ‘Hollandia’-Kunstspelrollenfabriek” meldde Het Zondagsblad op 29 juli 1928. In het officiële verslag van de brandweer staat dat de brand slechts een uur heeft gewoed en er vooral veel rookontwikkeling was: “Een groote hoeveelheid muziekrollen en kartonnen doozen verbrand en beschadigd.” Ook had de ‘vleugelpiano’ waterschade opgelopen. Deze calamiteit gaf voor August Jansen de doorslag om de rollenfabricage niet langer voort te zetten. Door de concurentie van radio en grammofoon was de vraag naar pianolarollen al stevig teruggelopen. Boze tongen beweerden zelfs: “in de brand, uit de brand”. De fabriek werd op 1 november 1928 opgeheven.

Het verhaal is nog niet helemaal af. August H. Jansen koos weliswaar een ander beroep (makelaar), maar een deel van zijn boedel bleef kennelijk gespaard. De perforeermachines hadden de brand in ieder geval overleefd. Jansens werknemer Carl Hubert nam hoogstwaarschijnlijk deze machines over en begon een eigen rollenfabriekje, genaamd Euterpe. Specialiteit van Euterpe werd het leveren van muziekrollen voor de zogeheten elektrische piano’s en orchestrions, die in de café’s en andere uitgaansgelegenheden nog volop te vinden waren. Het bedrijfje werd gevestigd op het adres Prinsengracht 263 – nu wereldberoemd als het Anne Frankhuis. Compagnon van Hubert was wellicht A. Stöber, ook van Duitse afkomst, die op het zelfde adres ingeschreven stond, met als beroep pianotechnicus. In de collectie van het Pianola Museum bevindt zich een elektrische piano van Popper (Leipzig), die door Muziekhuis Stöber, Prinsengracht 263, aangepast werd voor een rollentype, dat door Euterpe werd geleverd (Hupfeld Clavitist rollen). Na het verlaten van de Prinsengracht heeft de firma Euterpe nog tot kort voor de Tweede Wereldoorlog de productie van nieuwe rollen voortgezet in de Borgerstraat. Maar de glorietijd van de pianola was toen allang voorbij.