Deze zomer besloot de gemeenteraad het Centrumeiland op te spuiten. Het eerste van de vier eilanden van IJburg-II. Voorlopig ook het enige, want de crisis heeft de aanleg vertraagd. Misschien krijgt IJburg wel nooit de gedachte omvang. Tien jaar geleden kreeg de eerste bewoner de sleutel. IJburg mocht geen slaapstad worden. Geen Bijlmer vol sociale problemen, nee, de mooiste nieuwbouwwijk van Nederland. Is dat gelukt?

Concertgebouw Amsterdam, 11 maart 1966. Studentenvereniging ASVA organiseert een drukbezochte teach-in over de woningnood, toentertijd volksvijand nummer één. “Een anderhalf duizend studenten, provo’s en gewone mensen”, aldus Het Vrije Volk, zit de marathonzitting tot diep in de nacht uit. De discussies zijn tumultueus.

Een prominent spreker is architect Jaap Bakema die kritiek levert op het ontbreken van de menselijke maat in de naoorlogse stedenbouw. Zijn visie heeft gestalte gekregen in het Pampusplan (1965), dat op een grote maquette van één bij drie meter in de wandelgangen te zien is. Op een langgerekte eilandengroep in het IJmeer zijn woningen ingetekend voor maar liefst 350.000 mensen (bijna de helft van het toenmalige Amsterdam!). Vrijwel alles is hoogbouw, met aan de randen een bouwhoogte tot veertig verdiepingen. ‘Buiten wonen in de stad’ is het motto – een leuze die de bedenkers van IJburg later dankbaar zouden overnemen.

Bakema bedoelde zijn ontwerp als alternatief voor het toen net gepresenteerde plan van Publieke Werken voor ‘de stad van morgen’, de Bijlmermeer. Tijdens de teach-in vraagt een andere bekende architect, Aldo van Eyck, aan wethouder Roel de Wit waarom de gemeente stelselmatig weigert te reageren op het Pampusplan. Is dat niet een veel beter uitbreidingsplan dan de Bijlmer, een wijk met een te lage bebouwingsdichtheid en op een verkeerde plek gesitueerd? Waarom niet gebruik maken van een van de grootste charmes van Amsterdam, het alomtegenwoordige water?

Hij krijgt ovationeel applaus, er is nog urenlang tumult. Maar de zaak bleef zoals hij was: de gemeente had geen boodschap aan Bakema’s alternatief. En realiseerde toch een wijk die inmiddels als een van de grootste stedenbouwkundige miskleunen ooit geldt. Dertig jaar later werden zijn uitgangspunten alsnog gehonoreerd in het plan voor IJburg, al was de bouwhoogte veel lager en mikte men nu op ‘slechts’ 45.000 inwoners.

Het beloofde land

IJburg, 23 september 2012. “Waarom is bij de aanleg van IJburg gekozen voor het opspuiten van eilanden en niet voor inpoldering van land, zoals bij de Flevopolder?” Als ze deze vraag opwerpt, staat rondleidster Linda Vosjan naast haar goudkleurige fiets bij de haven van IJburg. Het is designweekend op Haveneiland (vandaar het futuristische rijwiel) en journalist Vosjan heeft een fietsrondleiding op touw gezet over het ‘social design’ van IJburg. Welke bedoelingen zaten er achter dit nieuwe stadsdeel en zijn die uitgekomen?

Als we over de haven naar het IJmeer kijken, zien we het antwoord op Vosjans vraag. Bij inpoldering woont iedereen achter de dijk zonder zicht op het water. IJburg zette zichzelf in de markt met de leuze dat je vanuit elke woning het water zou zien. Helemáál waar is het niet, maar feit is wel dat je rondfietsend door IJburg nooit vergeet dat de wijk uit eilanden bestaat. Dát bepaalt de sfeer, inclusief de wind die er altijd waait. IJburg heeft iets opens, het is een onbeschreven blad. Met genoeg bewoners die zich daardoor uitgedaagd voelen.

In zijn fascinerende boek Wachtland (2010) heeft nachtfotograaf Jabik de Vries het oprijzen van de bebouwing van IJburg vanuit het kale zand minutieus vastgelegd. Het boek bestrijkt een periode van zo’n drie jaar. Inmiddels woont De Vries zelf ook op IJburg, hoewel hij tijdens zijn fotoproject nog een vurig liefhebber van de oude, doorleefde stad is. Al fotograferend, bijgelicht door felle bouwlampen die de hele nacht branden, wordt IJburg voor hem het beloofde land, ‘het wachtland’ waarop je veel gedachten en dromen kunt projecteren. “Ik ben dit gebied begonnen, denk ik weleens als ik meegesleept word door de duisternis en de stilte. Ik was een geheime kwartiermaker. Wij zijn de stad. U en ik”, schrijft De Vries in zijn boek.

Bolwerk van pioniers

Dat gevoel van een ‘wachtland’ heeft ook Linda Vosjan. “Iedereen zit te wachten: wanneer gaat het nou eens gebeuren? Dat geldt voor veel IJburgers. Ze zijn hier met hooggespannen verwachtingen naartoe gekomen en die zijn niet allemaal ingelost.”

Maar net als Jabik de Vries voelt Vosjan zich eerder een kwartiermaker dan dat ze passief of mopperig afwacht. Zij woont met haar gezin sinds juni 2003 in de Zwanebloemlaan op Rieteiland, waar de familie Alpagot in november 2002 de eerste sleutel kreeg. Nog altijd heeft deze straat met koophuizen de naam een bolwerk van de pioniers te zijn, met een hoog gehalte aan actieve bewoners. Vosjan is lid van de Verkeersouders, maakt filmpjes over bewonersinitiatieven voor IJburgTV (een internetzender) en is mede-initiatiefnemer van IJburg Droomt, IJburg Doet: een los netwerk van bewoners dat viermaal per jaar bijeenkomt, waarbij elke aanwezige in een paar minuten tijd een plan kan presenteren.

“IJburg is mijn hobby. Ik ben heel enthousiast over de wijk. Qua wooncomfort zijn we in elk geval ongelooflijk verwend. IJburg is ook levendiger dan andere vinexwijken, met veel bedrijfjes. Maar overdag kan het hier heel leeg zijn met nauwelijks mensen op straat. Het Haveneiland is ontworpen naar het voorbeeld van Manhattan, met net zo’n rechthoekig stratenpatroon en lange zichtlijnen, maar qua grootstedelijke levendigheid komt het daar lang niet bij in de buurt.”

Dit laatste heeft te maken met de vertraagde realisering van IJburg. Niet alleen komt IJburg-II voorlopig slechts beperkt van de tekentafel af, ook zijn de bestaande eilanden nog lang niet volgebouwd. Vooral in de koopwoningen zit de klad (het aandeel sociale woningbouw ligt nu met 34% iets boven het streefcijfer). Winkels en buurtgerichte bedrijven hebben het hierdoor moeilijk, hun afzetgebied is kleiner dan gepland. IJburg zit met 15.000 inwoners pas op een derde van het voorziene aantal. De ontwerpers mikten uitdrukkelijk op stedelijke levendigheid, door functies te mengen en een tweemaal zo hoge bebouwingsdichtheid aan te houden als op de gemiddelde vinexlocatie. Maar dat verhaal hapert dus nog.

Kinderparadijs

Zeg IJburg en je zegt gezin: vooral voor kinderen is IJburg een paradijs. Alleenstaanden, ouderen en twintigers wonen er nauwelijks, heel anders dan elders in Amsterdam. Het aantal kinderen in ‘bakfiets-city’ – zoals de bijnaam van IJburg luidt – overtreft verre de verwachtingen van de planners.

Vosjan betwijfelt of ze zonder kinderen op IJburg zou willen wonen. Maar voor nu werkt het. “Mijn kinderen van zeven en negen jaar zijn echte IJburgers. Laatst fietste ik met ze over de Keizersgracht, zelf haalde ik mijn hart op, maar zij zeiden: ‘Wat is het hier donker en smal en wat stinkt het hier! En waar kun je hier spelen?’ Pasgeleden kocht ik een kano en nu peddel ik door de waterwegen van IJburg: dat is toch wel heel apart. Het natuur- en milieuaspect is een sterk punt dat meer uitgebuit kan worden, vind ik. Het Blijburgstrand is een attractie voor de hele stad, de platte daken zijn ideaal voor zonnepanelen en overal is er het water. Dat kunnen we beter ontsluiten door bijvoorbeeld gemeenschappelijke steigers te maken voor zwemmen.”

De natuurkwaliteit van IJburg zit ’m in het water. Op het land maakt de wijk geen groene indruk, al zal dat iets beter worden als de bomen groter zijn. In 1997 stond de strijd om behoud van het IJmeer centraal in het referendum over IJburg, maar achteraf haalt iedereen de schouders op over de argumenten uit die tijd. In september dit jaar zei stadsecoloog Remco Daalder in De Echo: “IJburg is voor de natuur goed geweest. Het is er beter op geworden. Het water is helderder door al dat riet en het barst van de waterplanten waar vissen hun eitjes in afzetten.” De natuurcompensatie die de gemeente destijds aan natuurorganisaties heeft toegezegd, speelt daarin een rol: er zijn rietmoeraszones aangelegd, onder water liggen mosselbanken en onlangs is het Natuureiland (een afgeknipt deel van de strekdam die vanuit Zeeburgereiland het IJ in steekt) broedgereed verklaard.

Twitteractivisme

Headhunter Harald Agterhuis is acht jaar geleden naar IJburg getrokken en ook hij steekt er veel vrije tijd in. Hij richtte een actiegroep op tegen de dagelijkse file naar de centrale stad en zorgde er afgelopen zomer voor dat een groep IJburgse kinderen op verschillende plekken mocht kamperen. Ook zette hij een petitie op om het Cruyff Court te redden (het omstreden voetbalveldje dat inderdaad behouden blijft, al moet het na bewonersprotesten tegen de overlast wel verkassen). Op dit moment denkt hij mee over het realiseren van containerwoningen voor studenten, met daaraan gekoppeld een studentenuitzendbureau voor baantjes als oppas of huiswerkbegeleider. Zo zou de ontbrekende leeftijdsgroep van 18 tot 25 jaar tot wonen op IJburg verleid moeten worden.

Hoe raakt Agterhuis bij al dit soort acties betrokken? “Twitter! Als mij iets stoort, dan twitter ik er een paar keer over en vervolgens nodig ik de medetwitteraars uit in de kroeg. Op die manier kun je razendsnel iets organiseren.” Agterhuis’ activisme komt niet voort uit een diepe onvrede over IJburg; zijn eigen verwachtingen zijn uitgekomen. “Vooral voor mijn kinderen is het een heerlijke woonomgeving. Ze kunnen op straat spelen en zijn omringd door leeftijdsgenoten – drie van de vijf IJburgers is beneden de veertien jaar. Het is een behoorlijk plezierige samenleving. Een beetje kneuterig, dat wel. In feite is het toch een slaapstad, ’s morgens staat iedereen in de file om over de brug naar het werk te gaan. Maar de meeste IJburgers zijn heel tevreden. Je moet kansen pakken, alles is in ontwikkeling.”

Als IJburg uiteindelijk een succes wordt – de tijd zal het leren –, dan ligt dat niet alleen aan de vaak oogstrelende architectuur en aan het immer aanwezige eilandgevoel met zijn associaties van vakantie en watersport. Opvallend voor IJburg is de mate waarin bewoners het op zich hebben genomen om de wijk te doen slagen. Het mag dan een soort wachtland zijn, in de zin van dromen die nog uit moeten komen, maar alleen maar klagen of afwachten tot de overheid het oplost is niet de IJburgse spirit. Creatieve doeners zetten hier de toon. Zoals initiatiefnemer Prik Korver van de IJburgse moestuin het formuleert: je kúnt een verschil maken in je buurt.